Jump to content

Toegankelijkheidsopties in Windows 8

  • PrintPrint
Dit ondersteuningsdocument is van toepassing op HP desktop-, notebook- en TouchSmart pc's met Windows 8.
Windows 8 biedt verschillende toegankelijkheidshulpprogramma's waarmee u uw computer kunt aanpassen en waardoor het gebruik ervan eenvoudiger wordt.
NOTE: Als u niet de nieuwste versie van Windows 8 gebruikt, kunnen sommige afbeeldingen en informatie in dit document verschillen. U kunt de nieuwste versie verkrijgen via de Microsoft Store.

Het Toegankelijkheidscentrum van Windows 8 leren kennen

Het Toegankelijkheidscentrum is een centrale plek waar u toegankelijkheidsopties kunt wijzigen, zodat uw computer beter leesbaar en hoorbaar wordt en gemakkelijker in gebruik. Het Toegankelijkheidscentrum bestaat uit drie onderdelen:
  • Het onderdeel Uw computer eenvoudiger in het gebruik maken bevat de functie Snelle toegang tot veelgebruikte hulpprogramma's , waarmee u de meest gebruikte toegankelijkheidshulpprogramma's kunt uitproberen.
  • De koppeling Aanbevelingen krijgen om uw computer eenvoudiger in het gebruik te maken opent een optionele vragenlijst die u helpt te bepalen welke hulpprogramma's het handigst voor u kunnen zijn.
  • In het onderdeel Alle instellingen weergeven kunt u hulpprogramma's instellen en opties wijzigen door op de koppelingen naar algemene behoeften te klikken.
Hulpprogramma's die u selecteert in het menu Snelle toegang tot veelgebruikte hulpprogramma's , worden uitgeschakeld wanneer u zich afmeldt.
  1. Om het Toegankelijkheidscentrum te openen bij het opstarten van uw computer, klikt u op het pictogram Toegankelijkheid linksonder in de hoek van het aanmeldingsscherm.
    Figure 1: Pictogram Toegankelijkheid in het aanmeldingsscherm
    Het aanmeldingsscherm met een rode pijl die wijst naar het pictogram Toegankelijkheid.
  2. Druk op Windows + U als u het Toegankelijkheidscentrum wilt openen vanaf het Windows-bureaublad of het Startscherm.
    Figure 2: Toegankelijkheidscentrum
     Menu Toegankelijkheidscentrum
    Het Toegankelijkheidscentrum wordt geopend en de vier opties in Snelle toegang tot veelgebruikte hulpprogramma's worden achtereenvolgens gemarkeerd. Narrator, een basisschermlezer, leest de gemarkeerde tekst van elk gemarkeerd hulpprogramma hardop voor en beschrijft de schermactiviteit.
  3. U kunt een hulpprogramma selecteren door op spatiebalk te drukken wanneer het hulpprogramma is gemarkeerd.
    • Als u niet wilt dat Windows hulpprogramma's in het Toegankelijkheidscentrum scant of markeert, verwijdert u de selectie onder Altijd deze sectie controleren .
    • Wanneer u Verteller niet automatisch wilt gebruiken als u het Toegankelijkheidscentrum opent, verwijdert u de selectie onder Deze paragraaf altijd hardop laten voorlezen .
  4. U kunt ook uw muisaanwijzer gebruiken om hulpprogramma's te selecteren:
    • Wanneer u Vergrootglas starten selecteert, kunt u het hele scherm vergroten (volledig-schermmodus), het gebied rond de muisaanwijzer vergroten (lensmodus) of een deel van het scherm (dockmodus).
    • Wanneer u Verteller starten selecteert, begint de basisschermlezer.
    • Wanneer u Schermtoetsenbord starten selecteert, wordt een toetsenbord op het scherm geopend. Gebruik het Schermtoetsenbord om op het scherm met een muisaanwijzer of joystick te typen of, als u een HP TouchSmart-computer of een computer met een aanraakscherm hebt, met een stylus, mondstok of vinger.
    • Wanneer u Hoog contrast instellen selecteert, wordt het menu De computer beter leesbaar maken geopend. Hoog contrast verwijdert veel kleuren op het scherm en witte of gekleurde tekst wordt op veel plaatsen weergegeven tegen een zwarte achtergrond.
  5. Als u enkele Toegankelijkheid-hulpprogramma's wilt laten starten wanneer u de computer opstart, klikt u op de koppeling Aanmeldingsinstellingen wijzigen linksboven.
    Figure 3: Het menu Aanmeldingsinstellingen wijzigen
    Het menu Aanmeldingsinstellingen wijzigen in het Toegankelijkheidscentrum
  6. Schakel in de kolom Tijdens aanmelden van het venster Aanmeldingsinstellingen wijzigen de selectievakjes in naast de hulpprogramma's die u wilt laten starten in het aanmeldingsscherm en klik op Toepassen .
  7. Schakel in de kolom Na aanmelden van het venster Aanmeldingsinstellingen wijzigen de selectievakjes in naast de hulpprogramma's die u wilt laten starten nadat u zich hebt aangemeld en klik op Toepassen .
Als u wilt dat bepaalde hulpprogramma's automatisch opstarten wanneer u zich aanmeldt, volg dan de stappen hieronder om de instellingen te wijzigen met de opties onder Alle instellingen weergeven in het Toegankelijkheidscentrum.

De computer zonder beeldscherm gebruiken

Wanneer dit is ingesteld, is Verteller een basisschermlezer die schermtekst in sommige toepassingen en programma's voorleest. Waar mogelijk omschrijft Audiobeschrijving wat er in video's gebeurt. U kunt ook visuele effecten uitschakelen en tijdslimieten voor meldingen instellen.

Verteller instellen en gebruiken

Narrator vereist een hoofdtelefoon, ingebouwde computerluidsprekers of externe luidsprekers. Wanneer dit is ingesteld, wordt Narrator geopend zodra u zich bij Windows aanmeldt.
Volg de stappen hieronder om Verteller in te stellen:
  1. Open het Toegankelijkheidscentrum door Windows + U in te drukken.
  2. Klik op de koppeling De computer zonder beeldscherm gebruiken onder Alle instellingen weergeven .
  3. Markeer het selectievakje naast Narrator inschakelen onder Teksten hardop laten voorlezen en klik vervolgens op Toepassen .
    Het venster Narrator-instellingen wordt geopend en Narrator begint hardop inhoud voor te lezen en schermactiviteit te beschrijven.
    Figure 4: Menu Narrator-instellingen
    Het menu Narrator-instellingen.
  4. Klik in het venster Narrator-instellingen op de optie Algemeen .
    Kies uit de volgende instellingen:
    • Als u niet wilt dat u op de toets Caps Lock moet drukken om Narrator-sneltoetsen te kunnen gebruiken, schakelt u het selectievakje naast Narrator-toets vergrendelen zodat u er niet voor elke opdracht op hoeft te drukken (Caps Lock) in en klikt u vervolgens op Wijzigingen opslaan .
    • Als u wilt dat Narrator de afzonderlijke toetsen noemt die u typt, schakelt u het selectievakje naast Tekens voorlezen tijdens het typen in en klikt u vervolgens op Wijzigingen opslaan .
    • Als u wilt dat Narrator de woorden voorleest die u typt, schakelt u het selectievakje naast Woorden voorlezen tijdens het typen in en klikt u vervolgens op Wijzigingen opslaan .
    • Als u wilt dat Narrator fouten noemt, naast de fouttoon die wordt afgespeeld door de computer, schakelt u het selectievakje naast Gesproken Narrator-fouten voorlezen in en klikt u vervolgens op Wijzigingen opslaan .
    • Als u wilt dat de selectie die wordt gelezen door Narrator wordt gemarkeerd met een blauw vak, schakelt u het selectievakje naast Cursor markeren in en klikt u vervolgens op Wijzigingen opslaan .
      Figure 5: Voorbeeld van het blauwe vak dat de door Narrator gelezen tekst markeert
      Voorbeeld van het blauwe vak dat de door Narrator gelezen selectie markeert
    • Als u wilt dat Narrator extra geluiden afspeelt wanneer u bepaalde handelingen uitvoert, schakelt u het selectievakje naast Audiohints afspelen in en klikt u vervolgens op Wijzigingen opslaan .
    • Als u wilt dat Narrator informatie geeft over interactie met items zoals knoppen of schuifbalken of extra informatie geeft, schakelt u het selectievakje naast Hints en tips voor gebruikersinterface voorlezen in en klikt u vervolgens op Wijzigingen opslaan .
    • Als u het volume van andere apps wilt verlagen wanneer Narrator wordt uitgevoerd, schakelt u het selectievakje naast Het volume van andere apps verlagen wanneer Narrator wordt uitgevoerd in en klikt u vervolgens op Wijzigingen opslaan .
    • Om te bepalen hoe lang meldingen worden behouden voordat ze worden gelezen door Narrator, selecteert u de gewenste tijd in het vervolgkeuzemenu Hoe lang wilt u te lezen meldingen behouden? en klikt u vervolgens op Wijzigingen opslaan .
  5. Wijzig navigatie-instellingen door op de optie Navigatie in het venster Narrator-instellingen en klik vervolgens op Wijzigingen opslaan .
    Figure 6: Navigatie-instellingen Narrator
    Navigatie-instellingen in Narrator
    Kies uit de volgende instellingen:
    • Als u wilt dat Narrator de tekst naast de cursor leest, schakelt u het selectievakje naast Lezen en interactie met het scherm via de muis in en klikt u op Wijzigingen opslaan .
      • Om Muistoetsen in Narrator in te schakelen, schakelt u het selectievakje naast Het numerieke toetsenblok gebruiken om de muisaanwijzer te verplaatsen in en klikt u op Wijzigingen opslaan .
      • Als u wilt dat Narrator de tekst waarnaar u wijst met de muisaanwijzer leest, schakelt u het selectievakje naast Narrator-cursor volgt de muisaanwijzer in en klikt u op Wijzigingen opslaan .
    • Wanneer u uw vinger over het toetsenbord beweegt terwijl u Narrator gebruikt, noemt Narrator de toetsen die u aanraakt. Wanneer u de gewenste toets bereikt, dubbeltikt u op die toets om het teken te typen. Als u slechts een keer wilt hoeven tikken, schakelt u het selectievakje naast Toetsen op het schermtoetsenbord activeren bij het optillen van de vinger in en klikt u vervolgens op Wijzigingen opslaan .
    • Om een blauw vak toe te voegen dat meebeweegt met de toetsenbordfocus, schakelt u het selectievakje naast Narrator-cursor volgt de toetsenbordfocus in en klikt u vervolgens op Wijzigingen opslaan .
    • Als u wilt dat Narrator tekst leest terwijl deze wordt getypt in toepassingen zoals Kladblok of Microsoft Word, schakelt u het selectievakje naast Tekstinvoegpunt volgt de Narrator-cursor in. Als u wilt dat de cursor na de Narrator-cursor wordt weergegeven, klikt u op Tekstinvoegpunt volgt de Narrator-cursor .
  6. Om het geluid van Narrator te wijzigen, klikt u op de optie Stem in het venster Narrator-instellingen .
    Kies uit de volgende instellingen:
    • Om Narrator sneller of trager te laten lezen, gebruikt u de muisaanwijzer om de schuifregelaar Selecteer de stemsnelheid naar de gewenste snelheid te verplaatsen.
    • Om het volume van de Narrator-stem te verhogen of te verlagen, gebruikt u de muisaanwijzer om de schuifregelaar Selecteer het stemvolume te verplaatsen.
    • Om de toonhoogte van de Narrator-stem te verhogen of te verlagen, gebruikt u de muisaanwijzer om de schuifregelaar Selecteer de stemtoonhoogte te verplaatsen.
    • Om een andere Narrator-stem te kiezen, maakt u een keuze in het vervolgkeuzemenu Selecteer een andere stem voor Narrator .
    • Klik op Wijzigingen opslaan .
      Figure 7: Steminstellingen Narrator
       Steminstellingen in Narrator
  7. Om de sneltoetsen voor Narrator te wijzigen, klikt u op de optie Opdrachten in het venster Narrator-instellingen .
    1. Selecteer in de lijst met opdrachten de sneltoets die u wilt wijzigen.
    2. Klik op de knop Toetsenbordsneltoets voor opdracht wijzigen .
      Figure 8: Het menu Opdrachten in Narrator-instellingen
      Het menu Opdrachten in Narrator-instellingen met de knop Toetsenbordsneltoets voor opdracht wijzigen rood omcirkeld
    3. Klik op het venster Toetsenbordsneltoets typen dat wordt geopend.
    4. Typ de nieuwe sneltoets in het veld.
      De nieuwe sneltoets wordt weergegeven in de lijst met opdrachten.
    5. Klik op Wijzigingen opslaan .

Narrator-sneltoetsen gebruiken

Door de sneltoetsen wordt het gebruik van Verteller sneller en gemakkelijker.
Basisopdrachten voor Narrator in Windows 8
Gebruik deze sneltoetsopdrachten om basisfuncties uit te voeren in Narrator.
  • Druk op de toetsen Caps Lock + F1 (de toetsen Caps Lock + Fn + F1 voor notebooks) om een lijst met alle Narrator-opdrachten weer te geven.
  • Druk op de toetsen Caps Lock + F2 (de toetsen Caps Lock + Fn + F2 voor notebooks) om opdrachten voor het huidige item te tonen.
  • Druk op de toetsen Caps Lock + Esc om Narrator af te sluiten.
  • Druk op de toetsen Caps Lock + F12 (de toetsen Caps Lock + Fn + F12 voor notebooks) om toetsaanslagaankondigingen in of uit te schakelen.
  • Druk op de toetsen Caps Lock + Z om de Narrator-toets te vergrendelen, zodat u Narrator-opdrachten kunt gebruiken zonder op de toets Caps Lock te hoeven drukken.
  • Druk op de toetsen Caps Lock + X als u wilt dat Narrator de volgende sneltoetsopdracht die u gebruikt, negeert.
  • Druk op de toetsen Caps Lock + V om de laatste zin te herhalen.
  • Druk op de toetsen Caps Lock + Page Up om het stemvolume te verhogen.
  • Druk op de toetsen Caps Lock + Page Down om het stemvolume te verlagen.
  • Druk op de toetsen Caps Lock + plusteken (+) om de stemsnelheid te verhogen (gebruik het numerieke toetsenblok niet).
  • Druk op de toetsen Caps Lock + minteken (-) om de stemsnelheid te verlagen (gebruik het numerieke toetsenblok niet).
  • Druk op de toetsen Caps Lock + D om een item te lezen.
  • Druk op de toetsen Caps Lock + F voor geavanceerde informatie.
  • Druk op de toetsen Caps Lock + S om een item te spellen.
  • Druk op de toetsen Caps Lock + W om een venster te lezen.
  • Druk op de toetsen Caps Lock + R om alle items in het containergebied te lezen.
Navigatieopdrachten voor Narrator in Windows 8
  • Druk op de toetsen Caps Lock + Spatiebalk om een primaire actie uit te voeren, zoals het openen van een geselecteerd document.
  • Druk op de toetsen Caps Lock + Pijl-rechts om naar het volgende item te gaan.
  • Druk op de toetsen Caps Lock + Pijl-links om naar het vorige item te gaan.
  • Druk op de toetsen Caps Lock + Pijl-omhoog om de weergave te wijzigen.
  • Druk op de toetsen Caps Lock + Pijl-omlaag om de weergave te wijzigen.
  • Druk op de toetsen Caps Lock + Enter om te schakelen tussen zoekmodi.
  • Druk op de toetsen Caps Lock + Num Lock om de muismodus in of uit te schakelen.
  • Druk op de toetsen Caps Lock + A om te schakelen tussen de geavanceerde en normale navigatiemodus.
  • Druk op de toetsen Caps Lock + Q om naar het laatste item in het containergebied te gaan.
  • Druk op de toetsen Caps Lock + G om de Narrator naar de systeemcursor te verplaatsen.
  • Druk op de toetsen Caps Lock + T om de Narrator-cursor naar de muisaanwijzer te verplaatsen.
  • Druk op de toetsen Caps Lock + tilde (~) om het focusitem in te stellen.
  • Druk op de toetsen Caps Lock + Backspace om naar het voorgaande item te gaan.
  • Druk op de toetsen Caps Lock + Insert om naar het gekoppelde item te gaan.
  • Druk op de toetsen Caps Lock + C om de huidige datum en tijd te lezen.
Tekstopdrachten voor Narrator in Windows 8
  • Druk op de toetsen Caps Lock + M om te beginnen met lezen.
  • Druk op de toetsen Caps Lock + ] (vierkante haak sluiten) om tekst vanaf het begin tot de cursor te lezen.
  • Druk op de toetsen Caps Lock + 0 (nul) om teksteigenschappen te lezen.
  • Druk op de toetsen Caps Lock + H om een document te lezen.
  • Druk op de toetsen Caps Lock + U om de volgende pagina te lezen.
  • Druk op de toetsen Caps Lock + Ctrl + U om de huidige pagina te lezen.
  • Druk op de toetsen Caps Lock + Shift + U om de vorige pagina te lezen.
  • Druk op de toetsen Caps Lock + I om de volgende alinea te lezen.
  • Druk op de toetsen Caps Lock + Ctrl + I om de huidige alinea te lezen.
  • Druk op de toetsen Caps Lock + Shift + I om de volgende alinea te lezen.
  • Druk op de toetsen Caps Lock + O (letter O) om de volgende regel te lezen.
  • Druk op de toetsen Caps Lock + Ctrl + O (letter O) om de huidige regel te lezen.
  • Druk op de toetsen Caps Lock + Shift + O (letter O) om de vorige regel te lezen.
  • Druk op de toetsen Caps Lock + P om het volgende woord te lezen.
  • Druk op de toetsen Caps Lock + Ctrl + P om het huidige woord te lezen.
  • Druk op de toetsen Caps Lock + Shift + P om het vorige woord te lezen.
  • Druk op de toetsen Caps Lock + [ (vierkante haak openen) om het volgende teken te lezen.
  • Druk op de toetsen Caps Lock + Ctrl + [ (vierkante haak openen) om het huidige teken te lezen.
  • Druk op de toetsen Caps Lock + Shift + [ (vierkante haak openen) om het vorige teken te lezen.
  • Druk op de toetsen Caps Lock + L om naar de volgende koppeling te gaan.
  • Druk op de toetsen Caps Lock + Shift + L om naar de vorige koppeling te gaan.
  • Druk op de toetsen Caps Lock + Y om naar het begin van de tekst te gaan.
  • Druk op de toetsen Caps Lock + B om naar het einde van de tekst te gaan.
  • Druk op de toetsen Caps Lock + N om terug te spoelen tijdens het lezen van een document.
  • Druk op de toetsen Caps Lock + , (komma) om vooruit te spoelen tijdens het lezen van een document.
Tabelopdrachten voor Narrator in Windows 8
Navigeer in tabellen of spreadsheets met speciale Narrator-opdrachten.
  • Druk op de toetsen Caps Lock + F3 (de toetsen Caps Lock + Fn + F3 voor notebooks) om naar de volgende cel in een rij van een tabel te gaan.
  • Druk op de toetsen Caps Lock + Shift + F3 om naar de vorige cel in een rij te gaan.
  • Druk op de toetsen Caps Lock + F4 (de toetsen Caps Lock + Fn + F4 voor notebooks) om naar de volgende cel in een kolom te gaan.
  • Druk op de toetsen Caps Lock + Shift + F4 om naar de vorige cel in een kolom te gaan.
  • Druk op de toetsen Caps Lock + F5 (de toetsen Caps Lock + Fn + F5 voor notebooks) om Narrator de rij en kolom te laten noemen.
  • Druk op de toetsen Caps Lock + F6 (de toetsen Caps Lock + Fn + F6 voor notebooks) om naar een cel in de tabel te gaan.
  • Druk op de toetsen Caps Lock + F7 (de toetsen Caps Lock + Fn + F7 voor notebooks) om de huidige kolom te lezen.
  • Druk op de toetsen Caps Lock + F8 (de toetsen Caps Lock + Fn + F8 voor notebooks) om de huidige rij te lezen.
  • Druk op de toetsen Caps Lock + F9 (de toetsen Caps Lock + Fn + F9 voor notebooks) om de huidige kolomkop te lezen.
  • Druk op de toetsen Caps Lock + F10 (de toetsen Caps Lock + Fn + F10 voor notebooks) om de huidige rijkop te lezen.
  • Druk op de toetsen Caps Lock + F11 (de toetsen Caps Lock + Fn + F11 voor notebooks) om de aanraakmodus in of uit te schakelen.
  • Druk op de toetsen Caps Lock + J om naar de volgende kop te gaan.
  • Druk op de toetsen Caps Lock + Shift + J om naar de vorige kop te gaan.
  • Druk op de toetsen Caps Lock + K om naar de volgende tabel te gaan.
  • Druk op de toetsen Caps Lock + Shift + K om naar de vorige tabel te gaan.
Aanraakopdrachten voor Narrator in Windows 8
Als u Narrator gebruikt op een computer met aanraakscherm, zoals een HP TouchSmart computer, kunt u speciale aanraakopdrachten gebruiken. Veel Narrator-aanraakopdrachten werken alleen op computers die invoer met vier vingers ondersteunen. Als uw computer invoer met vier vingers niet ondersteunt, experimenteert u met de onderstaande aanraakopdrachten om te ontdekken welke opdrachten werken op uw aanraakscherm.
  • Tik twee keer met één vinger om een primaire actie uit te voeren.
  • Houd één vinger op het scherm en tik met een tweede vinger om een primaire actie uit te voeren.
  • Tik drie keer met één vinger om een secundaire actie uit te voeren.
  • Houd één vinger op het scherm en tik twee keer met een tweede vinger om een secundaire actie uit te voeren.
  • Beweeg naar rechts met één vinger om naar het volgende item te gaan.
  • Beweeg naar links met één vinger om naar het vorige item te gaan.
  • Beweeg omhoog of omlaag met één vinger om de weergave te wijzigen.
  • Veeg naar boven met twee vingers om naar boven te bladeren.
  • Veeg naar beneden met twee vingers om naar beneden te bladeren.
  • Veeg naar rechts met twee vingers om naar links te bladeren; Narrator vertelt u wanneer u niet verder naar links kunt bladeren.
  • Veeg naar links met twee vingers om naar rechts te bladeren; Narrator vertelt u wanneer u niet verder naar rechts kunt bladeren.
  • Tik één keer met drie vingers om het venster Narrator-instellingen weer te geven of te verbergen.
  • Tik drie keer met vier vingers om de opdrachtenlijst weer te geven.
  • Tik één keer met vier vingers om opdrachten voor het huidige item weer te geven, tik met één vinger op het item om het te selecteren en tik vervolgens twee keer met één vinger om de geselecteerde actie uit te voeren.
  • Tik twee keer met vier vingers om te schakelen tussen zoekmodi.
  • Veeg naar rechts met drie vingers om een tab vooruit te gaan.
  • Veeg naar links met drie vingers om een tab achteruit te gaan.
  • Veeg naar boven met drie vingers om Narrator een venster te laten lezen
  • Veeg naar beneden met drie vingers om te beginnen met lezen.
  • Tik één keer met twee vingers om te stoppen met lezen.
  • Tik twee keer met drie vingers om het toetsenbord weer te geven of te verbergen
  • Houd één vinger op het scherm en tik één keer met een tweede en derde vinger om te beginnen met slepen, of voor extra toetsopties.
  • Veeg naar boven met vier vingers om uit te zoomen.
  • Veeg naar beneden met vier vingers om in te zoomen.

Teksten leesbaar maken voor Windows 8 Narrator

De Windows 8-versie van Narrator kan niet alle inhoud in elke toepassing lezen. Probeer de onderstaande stappen als inhoud onleesbaar is voor Narrator:
  1. Typ Kladblok in het Startscherm terwijl Narrator wordt uitgevoerd.
  2. Selecteer Kladblok in de zoekresultaten.
    Een naamloos Kladblok-venster wordt geopend.
  3. Schakel over naar de toepassing die de tekst bevat die u door Verteller wilt laten lezen en markeer de tekst.
  4. Klik met de rechtermuisknop op de gemarkeerde tekst en selecteer Kopiëren .
  5. In Kladblok klikt u met de rechtermuisknop en selecteert u Plakken .
  6. In Kladblok drukt u op Caps Lock + H om het volledige document te lezen.

Instellingen en gebruik van Audiobeschrijving (waar beschikbaar) in Windows 8

Waar mogelijk omschrijft Audiobeschrijving wat er in video's gebeurt.
Om Audiobeschrijving in te schakelen:
  1. Open het Toegankelijkheidscentrum door Windows + U in te drukken.
  2. Klik op de koppeling De computer zonder beeldscherm gebruiken onder Alle instellingen weergeven .
  3. Markeer het selectievakje naast Audiobeschrijving inschakelen onder Teksten hardop laten voorlezen en klik vervolgens op Toepassen.
  4. Klik op OK .

Visuele effecten uitschakelen en tijdslimieten voor berichten instellen in Windows 8

  1. Open het Toegankelijkheidscentrum door Windows + U in te drukken.
  2. Klik op de koppeling De computer zonder beeldscherm gebruiken onder Alle instellingen weergeven .
  3. Om sommige visuele effecten, zoals vervagen, uit te schakelen, markeert u het selectievakje naast Alle onnodige animaties uitschakelen (indien mogelijk) en klikt u op Toepassen .
  4. Om te bepalen hoeveel seconden de meldingsvensters van Windows open moeten blijven, maakt u een keuze in het vervolgkeuzemenu en klikt op Toepassen .

Het computerscherm beter leesbaar maken in Windows 8

U kunt het formaat van teksten en afbeeldingen vergroten of de manier wijzigen waarop elementen op het scherm verschijnen.
Open het Toegankelijkheidscentrum door op Windows + U te drukken en klik vervolgens op de koppeling De computer beter leesbaar maken onder Alle instellingen weergeven .
  • Om het formaat van elementen op het scherm te wijzigen, klikt u op de koppeling De grootte van tekst en pictogrammen wijzigen , gebruikt u de muisaanwijzer om de schuifregelaar naar het gewenste formaat te verplaatsen en klikt u op Toepassen .
  • Om vensterkaders beter zichtbaar te maken door middel van kleurverandering, klikt u op de koppeling De kleur en doorzichtigheid van de vensterkaders aanpassen , selecteert u een kleur en klikt u op de knop Wijzigingen opslaan .
  • Om rechthoeken rond geselecteerde elementen in dialoogvensters beter zichtbaar te maken, markeert u het selectievakje naast De focusrechthoek dikker maken en klikt u op Toepassen .
  • Om de aanwijzer beter zichtbaar te maken, kiest u een nummer in het vervolgkeuzemenu De dikte van de knipperende aanwijzer instellen en klikt u op Toepassen .
  • Om sommige visuele effecten, zoals vervagen, uit te schakelen, markeert u het selectievakje naast Alle onnodige animaties uitschakelen (indien mogelijk) en klikt u op Toepassen .
  • Om ongewenste afbeeldingen of inhoud uit te schakelen, schakelt u het selectievakje naast Achtergrondafbeeldingen verwijderen (indien beschikbaar) in en klikt u op Toepassen .

Hoog contrast inschakelen in Windows 8

Door het kleurcontrast van sommige teksten en afbeeldingen op het computerscherm te vergroten maakt de functie Hoog Contrast elementen duidelijker en gemakkelijk herkenbaar.
  1. Onder Alle instellingen weergeven in het Toegankelijkheidscentrum, klikt u op de koppeling De computer beter leesbaar maken .
  2. Om het visuele thema op uw computer permanent te wijzigen, klikt u op de koppeling Een thema met hoog contrast selecteren .
    Het venster Persoonlijke instellingen wordt geopend.
  3. Onder Basisthema en Thema's met hoog contrast, selecteert u de gewenste kleurcombinatie.
    De computer verandert naar het nieuwe kleurenschema.
  4. Om Hoog contrast in te schakelen zonder het Toegankelijkheidscentrum te openen, markeert u het selectievakje naast Hoog contrast in- of uitschakelen terwijl u Alt + shift-links + Print-Screen ingedrukt houdt .
  5. Klik op OK .
    Figure 9: Bureaublad, en hetzelfde bureaublad met Hoog contrast ingeschakeld
    Een afbeelding van een normaal bureaublad boven een afbeelding van hetzelfde bureaublad met Hoog contrast ingeschakeld
    Figure 10: Het Startscherm, en het Startscherm met Hoog contrast ingeschakeld
    Een afbeelding van het Startscherm boven een afbeelding van het Startscherm met Hoog contrast ingeschakeld

Het Vergrootglas gebruiken in Windows 8

De Vergrootglas-functie maakt het mogelijk om het volledige scherm, het gebied rond de muisaanwijzer of een deel van het scherm te vergroten.
Om toegang te krijgen tot een menu met Vergrootglas hulpprogramma's:
  1. Onder Alle instellingen weergeven in het Toegankelijkheidscentrum, klikt u op de koppeling De computer beter leesbaar maken .
  2. Onder Elementen op het scherm groter maken , markeert u het selectievakje naast Vergrootglas inschakelen en klikt u op OK .
  3. Klik op het vergrootglaspictogram op het scherm om de taakbalk Vergrootglas te openen.
    Figure 11: Selectie om de taakbalk Vergrootglas te openen
    Het vergrootglaspictogram wordt geselecteerd.
  4. Selecteer de weergavemodus door op de Weergave -pijl-omlaag te klikken:
    Figure 12: Weergaveopties in werkbalk Vergrootglas
    Werkbalk Vergrootglas met vervolgkeuzemenu Weergaven geselecteerd en lijst met weergaveopties
    Om het volledige scherm te vergroten, selecteert u Volledig scherm in het vervolgkeuzemenu.
    Om het gebied rond de muisaanwijzer te vergroten, selecteert u Lens in het vervolgkeuzemenu.
    Figure 13: Voorbeeld van Vergrootglas in Lens-modus
    Een voorbeeld van Vergrootglas in Lens-modus
    Wanneer de Lens modus is geactiveerd, past u het lensformaat aan door op het Opties -pictogram te klikken in de taakbalk Vergrootglas om het optiemenu van Vergrootglas te openen.
    Figure 14: Opties-pictogram in de taakbalk Vergrootglas
    Het opties-pictogram in de taakbalk Vergrootglas
    Gebruik de muisaanwijzer om de hoogte- en breedteschuifregelaars te bewegen tot de lens het gewenste formaat heeft.
    Klik op OK .
    Figure 15: Opties voor het aanpassen van het formaat van de vergrootglaslens
    Schuifregelaars voor het aanpassen van het formaat van de vergrootglaslens
    Om een deel van het scherm te vergroten, selecteert u Dock in het vervolgkeuzemenu.
    Figure 16: Voorbeeld van Vergrootglas in dockmodus bovenin een scherm met 150 procent vergroting
    Een voorbeeld van het hulpprogramma Vergrootglas in dockmodus met 150 procent vergroting, waarbij het vergrote gedeelte bovenin het scherm is gedockt
  5. Om algemene opties voor het Vergrootglas te selecteren, klikt u op het Opties -pictogram op de taakbalk Vergrootglas.
    • Om te wijzigen in welke mate de weergave verandert bij het in- of uitzoomen, selecteert u het gewenste vergrotingspercentage door de schuifregelaar met de muisaanwijzer te bewegen tussen Minder en Meer en klikt u vervolgens op OK .
      Figure 17: Optiemenu Vergrootglas
      Het optiemenu Vergrootglas waarbij de zoomoptieschuifregelaar is geselecteerd
    • Om het kleurenschema binnen het vergrote gebied weer terug te draaien, markeert u het selectievakje naast Kleurinversie inschakelen .
    • Om het gebied rond de muisaanwijzer in het vergrote gebied te tonen, markeert u het selectievakje naast De muisaanwijzer volgen en klikt u op OK .
    • Om het vergrotingsgebied te verplaatsen wanneer u op Tab of de pijltoetsen drukt, schakelt u het selectievakje naast De focus van het toetsenbord volgen in en klikt u op OK .
    • Om het gebied te vergroten rond de tekst die in Kladblok of Microsoft Word wordt getypt, schakelt u het selectievakje naast Het tekstinvoegpunt met het vergrootglas volgen in en klikt u vervolgens op OK .
    • Om het uiterlijk van uw tekst te optimaliseren, klikt u op de koppeling De weergave van de schermlettertypen aanpassen , volgt u de scherminstructies van de ClearType-tekstconfiguratie en klikt u vervolgens op Voltooien .
  6. In het Vergrootglasmenu klikt u op de min- of plus- knoppen om het vergrotingsniveau groter of kleiner te maken.

Sneltoetsen voor het Vergrootglas gebruiken in Windows 8

Sneller en gemakkelijker gebruik van Vergrootglas met sneltoetsen.
  • Terwijl u Windows ingedrukt houdt, drukt u op + (plus) om in te zoomen of - (min) om uit te zoomen.
  • Vergrootglas afsluiten door op Windows + Esc te drukken.
  • Om over te schakelen naar de volledig-schermmodus, drukt u op Ctrl + Alt + F .
  • Om over te schakelen naar de dockmodus, drukt u op Ctrl + Alt + D .
  • Om over te schakelen naar de lensmodus, drukt u op Ctrl + Alt + L .
  • Om de lensgrootte te wijzigen, drukt u op Ctrl + Alt + R , beweegt u de muisaanwijzer naar boven, naar beneden, naar links en naar rechts totdat u de gewenste vorm en grootte heeft bereikt en vervolgens klikt u op de linkermuisknop om de grootte definitief te maken.
  • Om achtergrond- en tekstkleuren om te draaien, drukt u op Ctrl + Alt + I .
  • Om binnen het vergrote gebied naar boven, naar beneden, naar rechts of naar links te pannen drukt u op Ctrl + Alt + pijl-omhoog , pijl-omlaag , pijl-links of pijl-rechts .

De computer zonder muis of toetsenbord gebruiken in Windows 8

Met Schermtoetsenbord en Spraakherkenning kunt u de computer zonder een muis of toetsenbord gebruiken.
  1. Open het Toegankelijkheidscentrum door Windows + U in te drukken.
  2. Klik op de koppeling De computer zonder beeldscherm gebruiken onder Alle instellingen weergeven .

Het Schermtoetsenbord instellen en gebruiken in Windows 8

Schermtoetsenbord is een visueel toetsenbord dat op uw scherm wordt geopend en de plaats van een fysiek toetsenbord inneemt. U kunt typen met een muisaanwijzer of joystick. Als u een HP TouchSmart-computer of een computer met een aanraakscherm hebt, kunt u ook typen met een stylus, mondstok of uw vinger. Om te typen of opdrachten in te voeren met het schermtoetsenbord, beweegt u de cursor naar het gewenste programma, zoals een Microsoft Word-document of een veld in de internetbrowser.
  1. Open het Toegankelijkheidscentrum door Windows + U in te drukken.
  2. Klik op de koppeling De computer zonder beeldscherm gebruiken onder Alle instellingen weergeven .
  3. Markeer het selectievakje naast Schermtoetsenbord gebruiken onder De computer zonder muis of toetsenbord gebruiken en klik op OK .
    Het Schermtoetsenbord wordt geopend.
  4. Om de instellingen te wijzigen, klikt u op de toets Opties op het Schermtoetsenbord.
    Figure 18: Schermtoetsenbord waar de toets Opties is gemarkeerd
    Afbeelding van het schermtoetsenbord waar de toets Opties is gemarkeerd
    Om een klik te horen wanneer u een toets selecteert, markeert u het selectievakje naast Klikgeluid gebruiken in het optiemenu van het schermtoetsenbord en klikt u vervolgens op OK .
    Figure 19: Optiemenu Schermtoetsenbord
    Het optiemenu Schermtoetsenbord
    Om een numeriek toetsenblok aan het Schermtoetsenbord toe te voegen, markeert u het selectievakje naast Het numerieke toetsenblok inschakelen en klikt u op OK .
    Om tekst te typen door met een muisaanwijzer op de schermtoetsen te klikken, selecteert u het keuzerondje naast Klikken op toetsen en klikt u op OK .
    Als u niet voor klikken op toetsen kiest, volg dan de onderstaande stappen om toetsen aan te wijzen of weer te geven.

Toetsen aanwijzen gebruiken in Windows 8

Bij het toetsen aanwijzen kunt u tekens typen zonder op het toetsenbord te drukken of op een muis te klikken. Wanneer u het Schermtoetsenbord met een muis of joystick gebruikt, kunt u typen door een teken aan te wijzen voor een vooraf bepaalde tijd.
  1. Open het Toegankelijkheidscentrum door Windows + U in te drukken.
  2. Klik op de koppeling De computer zonder beeldscherm gebruiken onder Alle instellingen weergeven .
  3. Markeer het selectievakje naast Schermtoetsenbord gebruiken onder De computer zonder muis of toetsenbord gebruiken en klik op OK .
    Het Schermtoetsenbord wordt geopend.
  4. Om de instellingen te wijzigen, klikt u op de toets Opties op het Schermtoetsenbord.
    In het optiemenu van het schermtoetsenbord selecteert u het keuzerondje naast Toetsen aanwijzen .
  5. Gebruik de muisaanwijzer om de duurschuifregelaar te bewegen om een tijd te bepalen voor het aanwijzen en selecteren van een toets.
    Figure 20: Aanwijsmodus Schermtoetsenbord
    Schermtoetsenbord waar de aanwijsmodus is geselecteerd voor de duur van 3 seconden
  6. Klik op OK .
    Figure 21: Voorbeeld van het cijfer 8 dat wordt geselecteerd met de modus Toetsen aanwijzen
    Voorbeeld van het cijfer 8 dat wordt geselecteerd met de modus Toetsen aanwijzen

Toetsen opeenvolgend weergeven en selecteren in Windows 8

Wanneer de modus Toetsen opeenvolgend weergeven en selecteren is ingeschakeld, scant en markeert het Schermtoetsenbord onderdelen van het toetsenbord. U kunt keuzes maken met de spatiebalk van het fysieke toetsenbord. Het Schermtoetsenbord wordt rij voor rij gescand totdat de spatiebalk wordt ingedrukt. Toetsgroepen binnen de geselecteerde rij worden gescand en gemarkeerd totdat de spatiebalk opnieuw wordt ingedrukt. Vervolgens wordt een toets per keer gescand, totdat de spatiebalk wordt ingedrukt, waardoor het teken getypt wordt.
Om tekst te typen door het scannen van toetsen, selecteert u het keuzerondje naast Toetsen opeenvolgende weergeven en selecteren .
  1. Open het Toegankelijkheidscentrum door Windows + U in te drukken.
  2. Klik op de koppeling De computer zonder beeldscherm gebruiken onder Alle instellingen weergeven .
  3. Markeer het selectievakje naast Schermtoetsenbord gebruiken onder De computer zonder muis of toetsenbord gebruiken en klik op OK .
    Het Schermtoetsenbord wordt geopend.
  4. Om de instellingen te wijzigen, klikt u op de toets Opties op het Schermtoetsenbord.
  5. In het optiemenu van het schermtoetsenbord selecteert u een scansnelheid door de schuifregelaar met de muisaanwijzer te verplaatsen.
  6. Onder Selecteer een toets schakelt u het selectievakje naast de gebruikte invoerapparaten in.
  7. Om de sneltoets te wijzigen, selecteert u de gewenste toets in het vervolgkeuzemenu Spatiebalk .
    Figure 22: Schermtoetsenbord in scanmodus
    Schermtoetsenbord waarbij Toetsen opeenvolgend weergeven en selecteren is geactiveerd met een scansnelheid van 1 seconde en waarbij de spatiebalk is geselecteerd in het vervolgkeuzemenu
  8. Klik op OK .
    Figure 23: Voorbeeld van het Schermtoetsenbord dat de toetsen scant
    Een voorbeeld van het Schermtoetsenbord dat door een lettergroep gescand wordt.

Tekstvoorspelling gebruiken in Windows 8

Tekstvoorspelling kan het typen vereenvoudigen door woorden voor te stellen op basis van wat u al hebt getypt. Voorgestelde woorden worden boven in het schermtoetsenbord weergegeven. Wanneer u een woord selecteert, wordt dat woord getypt.
  1. Open het Toegankelijkheidscentrum door Windows + U in te drukken.
  2. Klik op de koppeling De computer zonder beeldscherm gebruiken onder Alle instellingen weergeven .
  3. Markeer het selectievakje naast Schermtoetsenbord gebruiken onder De computer zonder muis of toetsenbord gebruiken en klik op OK .
    Het Schermtoetsenbord wordt geopend.
  4. Om de instellingen te wijzigen, klikt u op de toets Opties op het Schermtoetsenbord.
  5. Schakel in het optiemenu van het schermtoetsenbord het selectievakje naast Tekstvoorspelling gebruiken in en klik op OK .
  6. Om automatisch spaties toe te voegen, schakelt u het selectievakje naast Spatie invoegen na voorspelde woorden en klikt u op OK .
    Figure 24: Opties voor tekstvoorspelling
    Het optiemenu voor het schermtoetsenbord met de opties voor tekstvoorspelling rood omcirkeld
  7. U kunt tekst invoeren door de cursor naar een bewerkbaar veld in de toepassing te bewegen en te typen met het schermtoetsenbord.
    Boven in het schermtoetsenbord, boven de cijfertoetsen, wordt een lijst met voorspelde woorden weergegeven.
  8. Een voorspeld woord selecteren:
    • Om een voorspeld woord te typen in de modus Klikken op toetsen, klikt u op het gewenste voorspelde woord.
      Figure 25: Typen in Kladblok met behulp van Tekstvoorspelling
      Een voorbeeld van tekst die wordt getypt in Kladblok met het schermtoetsenbord en het woord 'easier' dat wordt geselecteerd in de lijst met voorspelde woorden
    • Om een voorspeld woord te typen in de modus Toetsen aanwijzen, gebruikt u de muisaanwijzer of joystick om het gewenste voorspelde woord aan te wijzen.
    • Om een voorspeld woord te typen in de modus Toetsen opeenvolgend weergeven en selecteren, drukt u op de spatiebalk op het fysieke toetsenbord wanneer de rij met voorspelde woorden is gemarkeerd, drukt u opnieuw op de spatiebalk wanneer de gewenste groep voorspelde woorden is gemarkeerd en drukt u nog een keer op de spatiebalk wanneer het gewenste woord is gemarkeerd.

Spraakherkenning instellen en gebruiken in Windows 8

Met Spraakherkenning kunt u uw computer bedienen door middel van gesproken opdrachten, maar ook tekst dicteren. Als de computer geen ingebouwde microfoon heeft, hebt u een microfoon nodig die u op de computer kunt aansluiten.
Wanneer u Spraakherkenning configureert, wordt u gevraagd een referentiekaart voor spraak af te drukken met eenvoudige en geavanceerde opdrachten die van toepassing zijn op de meeste Windows-besturingssystemen. Gebruik de volgende opdrachten voor Spraakherkenning om nieuwe functies in Windows 8 te gebruiken:
  • Zeg 'Start menu' als u naar het Startscherm wilt gaan of als u wilt schakelen tussen het Startscherm en de laatstgebruikte app
  • Zeg 'desktop' als u naar het Windows-bureaublad wilt gaan.
  • Zeg de naam van de app als u een app wilt openen op het Startscherm. Zeg bijvoorbeeld 'HP Recipe Box'.
  • Zeg 'right-click', de naam van de app en de actie als u een app wilt loskoppelen van het Startscherm, u een app wilt verwijderen, u de tegel van een app groter of kleiner wilt maken of u de live-tegel in of uit wilt schakelen. Zeg bijvoorbeeld 'right-click People' en vervolgens 'turn live tile on'.
  • Om te navigeren in charms zegt u 'display Windows charms', de charm-naam en vervolgens de namen van de gewenste functies of instellingen. Zeg bijvoorbeeld 'display Windows charms', vervolgens 'Settings', dan 'Change PC settings', dan 'General' en zeg vervolgens 'highlight misspelled words' om de instelling in of uit te schakelen.
  • Zeg 'scroll right' of 'scroll left' om naar links of rechts te gaan op het Startscherm.
  • Om de computer uit te schakelen, zegt u 'display Windows charms', dan 'Settings', dan 'Power' en vervolgens 'Shut down'.
Volg de onderstaande stappen om Spraakherkenning in te stellen.
  1. Open het Toegankelijkheidscentrum door Windows + U in te drukken.
  2. Klik op de koppeling De computer zonder beeldscherm gebruiken onder Alle instellingen weergeven .
  3. Klik op de koppeling Spraakherkenning gebruiken in het venster De computer zonder muis of toetsenbord gebruiken .
    Figure 26: Spraakherkenning gebruiken
    Spraakherkenning gebruiken
    Het venster Spraakherkenning wordt geopend.
  4. In het rechterdeelvenster klik op Spraakherkenning starten .
    Figure 27: Spraakherkenning starten
    De koppeling om spraakherkenning te starten
  5. In het venster Welkom bij Spraakherkenning klikt u op Volgende .
  6. Wanneer u hierom wordt gevraagd, selecteert u uw type microfoon in de lijst en klikt u op Volgende .
    Figure 28: Opties microfoonsoorten
    Opties microfoonsoorten in de configuratiewizard onder Toegankelijkheid Spraakherkenning
  7. Bekijk de informatie over microfoonplaatsing in het venster Spraakherkenning instellen en klik vervolgens op Volgende .
  8. Lees uit het script in het venster Volume van microfoon aanpassen en klik vervolgens op Volgende .
  9. In het venster Uw microfoon is ingesteld , klikt u op Volgende .
  10. In het venster De nauwkeurigheid van de spraakherstelling verbeteren ,klikt u op de koppeling De Windows privacyverklaring online lezen .
  11. Bekijk de Windows 8-privacyverklaring van Microsoft om te bepalen of u Windows uw documenten en e-mail wilt laten bekijken:
    • Om Windows uw documenten en e-mail te laten bekijken en vast te laten stellen welke woorden en zinnen u het meest gebruikt, selecteert u het keuzerondje naast Documenten bekijken inschakelen en u klikt vervolgens op Volgende .
    • Als u niet wilt dat Windows uw documenten of e-mail bekijkt, selecteert u het keuzerondje naast Documenten bekijken uitschakelen en klikt u vervolgens op Volgende .
  12. In het venster Een activeringsmodus kiezen selecteert u de gewenste optie om Spraakherkenning weer te activeren nadat de functie is uitgeschakeld.
  13. Op de pagina Referentiekaart voor spraak klikt u op Referentieblad bekijken als u een lijst met opdrachten voor Spraakherkenning wilt lezen en afdrukken en klikt u vervolgens op Volgende .
  14. Op de pagina Spraakherkenning uitvoeren bij het opstarten markeert u het selectievakje naast De Spraakherkenning uitvoeren bij het opstarten .

Geavanceerde opties voor Spraakherkenning instellen in Windows 8

Laat Spraakherkenning beter werken met behulp van geavanceerde opties.
  1. Open het Toegankelijkheidscentrum door Windows + U in te drukken.
  2. Klik op de koppeling De computer zonder beeldscherm gebruiken onder Alle instellingen weergeven .
  3. Klik op de koppeling Spraakherkenning gebruiken in het venster De computer zonder muis of toetsenbord gebruiken .
    Figure 29: Spraakherkenning gebruiken
    Spraakherkenning gebruiken
    Het venster Spraakherkenning wordt geopend.
  4. Klik op de koppeling Geavanceerde spraakopties linksboven in het venster Spraakherkenning.
    Figure 30: Geavanceerd spraakopties Spraakherkenning
    De koppeling geavanceerde spraakopties in Toegankelijkheid Spraakherkenning
    Het venster Spraakeigenschappen wordt geopend.
Een nieuw profiel met spraakherkenning toevoegen in Windows 8
U kunt verschillende profielen op de computer maken voor iedereen die Spraakherkenning gebruikt of verschillende profielen voor elke geluidsomgeving.
  1. Open het Toegankelijkheidscentrum door Windows + U in te drukken.
  2. Klik op de koppeling De computer zonder beeldscherm gebruiken onder Alle instellingen weergeven .
  3. Klik op de koppeling Spraakherkenning gebruiken in het venster De computer zonder muis of toetsenbord gebruiken .
    Figure 31: Spraakherkenning gebruiken
    Spraakherkenning gebruiken
    Het venster Spraakherkenning wordt geopend.
  4. Klik op de koppeling Geavanceerde spraakopties links in het venster Spraakherkenning.
    Figure 32: Geavanceerde spraakopties
    Geavanceerde spraakopties
    Het venster Spraakeigenschappen wordt geopend.
  5. In het venster Spraakeigenschappen klikt u op de knop Nieuw onder Herkenningsprofielen .
    Figure 33: Nieuwe profielinstelling in Spraakeigenschappen
    Nieuwe profielinstelling in Spraakeigenschappen waar de knop Nieuw is gemarkeerd
  6. In het venster Een profiel toevoegen geeft u de naam van het profiel op en u klikt vervolgens op OK .
  7. Volg de scherminstructies in Configuratiewizard voor microfoon .
  8. Om de standaardmicrofoon te wijzigen, klikt u op de knop Geavanceerd in het venster Spraakeigenschappen.
    • In het venster Instellingen audio-invoer selecteert u het keuzerondje naast Dit apparaat voor audio-invoer gebruiken .
    • Selecteer de gewenste microfooninvoer in het vervolgkeuzemenu.
    • Klik op OK .
Gebruikersinstellingen voor spraakherkenning instellen in Windows 8
Verbeter het vermogen van Spraakherkenning om uw spraak te begrijpen.
  1. Open het Toegankelijkheidscentrum door Windows + U in te drukken.
  2. Klik op de koppeling De computer zonder beeldscherm gebruiken onder Alle instellingen weergeven .
  3. Klik op de koppeling Spraakherkenning gebruiken in het venster De computer zonder muis of toetsenbord gebruiken .
    Figure 34: Spraakherkenning gebruiken
    Spraakherkenning gebruiken
    Het venster Spraakherkenning wordt geopend.
    Klik op de koppeling Geavanceerde spraakopties links in het venster Spraakherkenning.
    Figure 35: Geavanceerde spraakopties
    Geavanceerde spraakopties
    Het venster Spraakeigenschappen wordt geopend.
  4. Klik op de koppeling Geavanceerde spraakopties links in het venster Spraakherkenning.
    Figure 36: Geavanceerde spraakopties
    Geavanceerde spraakopties
    Het venster Spraakeigenschappen wordt geopend.
    In het venster Spraakeigenschappen markeert u uw profielnaam.
  5. Klik op de knop Profiel trainen en volg de scherminstructies in de wizard Stemtraining Spraakherkenning .
  6. Als u wilt dat Spraakherkenning automatisch start wanneer u zich aanmeldt, markeert u het selectievakje naast Spraakherkenning uitvoeren bij het opstarten in het venster Spraakeigenschappen (optioneel).
  7. In het venster Spraakeigenschappen markeert u het selectievakje naast Stemactivatie inschakelen (optioneel).
  8. Om de afstand tussen zinnen de wijzigen selecteert u het gewenste aantal in het vervolgkeuzemenu Aantal spaties invoegen na punctuatie .
Geluidsthema's instellen in Windows 8
De computer maakt geluiden om u te waarschuwen wanneer bepaalde gebeurtenissen optreden, zoals het ontvangen van een nieuwe e-mail. U kunt de geluiden voor gebeurtenissen in Spraakherkenning wijzigen.
  1. Open het Toegankelijkheidscentrum door Windows + U in te drukken.
  2. Klik op de koppeling De computer zonder beeldscherm gebruiken onder Alle instellingen weergeven .
  3. Klik op de koppeling Spraakherkenning gebruiken in het venster De computer zonder muis of toetsenbord gebruiken .
    Figure 37: Spraakherkenning gebruiken
    Spraakherkenning gebruiken
    Het venster Spraakherkenning wordt geopend.
  4. Klik op de koppeling Geavanceerde spraakopties links in het venster Spraakherkenning.
    Figure 38: Geavanceerde spraakopties
    Geavanceerde spraakopties
    Het venster Spraakeigenschappen wordt geopend.
  5. In het venster Spraakeigenschappen klikt u op de knop Audio-invoer .
    Figure 39: Audio-invoer
    Audio-invoer
    Het venster Geluid wordt geopend.
  6. In het venster Geluid klikt u op het tabblad Geluiden .
    Figure 40: Tabblad Geluiden
    Tabblad Geluiden
  7. Onder Programmagebeurtenissen bladert u naar beneden naar de programmagebeurtenissen voor Windows Spraakherkenning.
    Figure 41: Programmagebeurtenissen
    Programmagebeurtenissen
  8. Klik op de programmagebeurtenis die u wilt wijzigen.
  9. Selecteer een nieuw geluid uit het vervolgkeuzemenu Geluiden.
    Figure 42: Geluidsopties voor programmagebeurtenissen Spraakherkenning
     Geluidsopties voor programmagebeurtenissen Spraakherkenning in het menu Geluid
  10. Klik op de knop Test om een voorbeeld van het geluid weer te geven.
  11. Klik op Toepassen .
Prestaties van de microfoon verbeteren
Verbeter het vermogen van spraakherkenning om uw spraak te begrijpen door achtergrondgeluiden te verminderen of te dempen.
  1. Open het Toegankelijkheidscentrum door Windows + U in te drukken.
  2. Klik op de koppeling De computer zonder beeldscherm gebruiken onder Alle instellingen weergeven .
  3. Klik op de koppeling Spraakherkenning gebruiken in het venster De computer zonder muis of toetsenbord gebruiken .
    Figure 43: Spraakherkenning gebruiken
    Spraakherkenning gebruiken
    Het venster Spraakherkenning wordt geopend.
  4. Klik op de koppeling Geavanceerde spraakopties links in het venster Spraakherkenning.
    Figure 44: Geavanceerde spraakopties
    Geavanceerde spraakopties
    Het venster Spraakeigenschappen wordt geopend.
  5. In het venster Spraakeigenschappen klikt u op de knop Audio-invoer .
    Figure 45: Audio-invoer
    Audio-invoer
    Het venster Geluid wordt geopend.
  6. In het venster Geluid klikt u op het tabblad Communicatie .
    Figure 46: Tabblad Communicatie
    Tabblad Communicatie
  7. Selecteer de knop naast uw gewenste optie en klik vervolgens op Toepassen .
    Figure 47: Opties om geluiden te dempen of te verminderen
    Opties om andere geluiden te verminderen of te dempen bij het gebruik van de microfoon

De muis eenvoudiger in het gebruik maken

Maak de muisaanwijzer beter zichtbaar door het uiterlijk te veranderen en schakel functies in waardoor de muis eenvoudiger is in gebruik.
  1. Open het Toegankelijkheidscentrum door Windows + U in te drukken.
  2. Klik op de koppeling De muis eenvoudiger in het gebruik maken onder Alle instellingen weergeven .

Kleur en formaat van de muisaanwijzers wijzigen

Als u de muisaanwijzer moeilijk op uw scherm kunt zien, kunt u de zichtbaarheid verbeteren door de stappen hieronder te volgen.
  1. Open het Toegankelijkheidscentrum door Windows + U in te drukken.
  2. Klik op de koppeling De muis eenvoudiger in het gebruik maken onder Alle instellingen weergeven .
  3. Onder Muisaanwijzers selecteert u het keuzerondje naast de gewenste kleur- en formaatcombinatie.
    Figure 48: Opties voor het wijzigen van de muisaanwijzer
    Opties voor het wijzigen van de kleur en het formaat van de muisaanwijzer
  4. Klik op Toepassen .

Muistoetsen inschakelen

Muistoetsen inschakelen maakt het mogelijk om het numerieke toetsenblok te gebruiken om de muisaanwijzer over het scherm te bewegen.
Muistoetsen instellen:
  1. Open het Toegankelijkheidscentrum door Windows + U in te drukken.
  2. Klik op de koppeling De muis eenvoudiger in het gebruik maken onder Alle instellingen weergeven .
  3. Klik op de koppeling De muis eenvoudiger in het gebruik maken onder Alle instellingen weergeven in het menu Toegankelijkheidscentrum.
  4. Markeer het selectievakje naast Muistoetsen inschakelen en klik vervolgens op Toepassen .
  5. Klik op de koppeling Muistoetsen instellen .
  6. Om muistoetsen in te schakelen zonder het Toegankelijkheidscentrum te openen, markeert u het selectievakje naast Muistoetsen inschakelen terwijl u Alt + Shift-links + Num Lock ingedrukt houdt en vervolgens klikt u op Toepassen .
  7. Onder Aanwijzersnelheid bepaalt u een topsnelheid en/of versnellingsniveau voor de muisaanwijzer door de schuifregelaarbalk naar het gewenste niveau te bewegen. Vervolgens klikt u op Toepassen .
  8. Om handmatig de snelheid van de muisaanwijzer te bepalen, schakelt u het selectievakje naast Versnellen met Ctrl, vertragen met Shift in.
  9. Onder Andere instellingen kiest u of u de muistoetsen wilt gebruiken wanneer Num Lock aan- of uitstaat door het keuzerondje naast Op of Uit te selecteren, vervolgens klikt u op Toepassen .
  10. Voor een visuele herinnering dat de muistoetsen zijn ingeschakeld, markeert u het selectievakje naast Pictogram voor Muistoetsen op de taakbalk weergeven en vervolgens klikt u op Toepassen .
  11. Kies de gewenste functies onder Muistoetsen instellen :
    • Om een waarschuwingsbericht te zien wanneer muistoetsen worden ingeschakeld markeert u het selectievakje naast Een waarschuwing weergeven als een instelling wordt ingeschakeld en vervolgens klikt u op Toepassen .
      Figure 49: Waarschuwing die verschijnt wanneer muistoetsen worden ingeschakeld
      De waarschuwing die verschijnt wanneer muistoetsen worden ingeschakeld
    • Als u een geluid wilt horen wanneer de muistoetsen worden ingeschakeld, markeert u het selectievakje naast Een geluid laten horen als een instelling wordt in- of uitgeschakeld en vervolgens klikt u op Toepassen .

Muistoetsen gebruiken

Beweeg de muisaanwijzer met behulp van het numerieke toetsenblok.
  • Beweeg de aanwijzer naar linksboven door op 7 te drukken.
  • Beweeg de aanwijzer naar boven door op 8 te drukken.
  • Beweeg de aanwijzer naar rechtsboven door op 9 te drukken.
  • Beweeg de aanwijzer naar links door op 4 te drukken.
  • Beweeg de aanwijzer naar rechts door op 6 te drukken.
  • Beweeg de aanwijzer naar linksonder door op 1 te drukken.
  • Beweeg de aanwijzer naar beneden door op 2 te drukken.
  • Beweeg de aanwijzer naar rechtsonder door op 3 te drukken.
  • Sleep een element door het aan te wijzen, op 0 te drukken en vervolgens op de gewenste richtingsknop te drukken.
  • Laat een gesleept element vallen door het aan te wijzen en druk vervolgens op . (decimale) toets.
  • Op het numerieke toetsenblok drukt u op / (slash) en 5 om met de linkermuisknop te klikken.
  • Op het numerieke toetsenblok drukt u op - (minteken) en 5 om met de rechtermuisknop te klikken.
  • Op het numerieke toetsenblok drukt u op / (slash) en + (plusteken) om te dubbelklikken.
  • Op het numerieke toetsenblok drukt u op * (sterretje) en 5 om een element te selecteren en met de rechtermuisknop te klikken.

De manier veranderen waarop u tussen vensters schakelt

Als klikken met een muis moeilijk is, kunt u opties in Toegankelijkheidscentrum wijzigen, waardoor het mogelijk wordt om vensters te selecteren door ze met de muis of joystick aan te wijzen.
  1. Open het Toegankelijkheidscentrum door Windows + U in te drukken.
  2. Klik op de koppeling De muis eenvoudiger in het gebruik maken onder Alle instellingen weergeven .
  3. Klik op de koppeling De muis eenvoudiger in het gebruik maken onder Alle instellingen weergeven in het Toegankelijkheidscentrum.
  4. Onder Het beheren van vensters vereenvoudigen markeert u het selectievakje naast Een venster activeren door dit met de muis aan te wijzen .
  5. Klik op Toepassen .

Aero Snap uitschakelen

Aero Snap, een functie in Windows 8 waarmee u de grootte van een toepassing kunt veranderen door het venster naar de rand van het scherm te slepen, kan uitgeschakeld worden in het Toegankelijkheidscentrum.
  1. Open het Toegankelijkheidscentrum door Windows + U in te drukken.
  2. Klik op de koppeling De muis eenvoudiger in het gebruik maken onder Alle instellingen weergeven .
  3. Klik op de koppeling De muis eenvoudiger in het gebruik maken onder Alle instellingen weergeven in het Toegankelijkheidscentrum.
  4. Onder Het beheren van vensters vereenvoudigen markeert u het selectievakje naast Voorkomen dat vensters automatisch worden gerangschikt wanneer ze aan de rand van het scherm worden geplaatst .
  5. Klik op Toepassen .

Het toetsenbord eenvoudiger in gebruik maken

Door de instellingen in Windows 8 te veranderen, kunt u het toetsenbord eenvoudiger en comfortabeler in gebruik maken.

Plaktoetsen instellen en gebruiken

Met plaktoetsen kunt u een toets indrukken om toetscombinaties zoals Ctrl + Alt + Delete te gebruiken.
Plaktoetsen configureren:
  1. Klik in het startscherm op de pijl linksonder in het scherm om een lijst met apps te openen.
    Figure 50: De pijl voor toegang tot apps
  2. Klik op Configuratiescherm onder Windows-systeem .
    Figure 51: Configuratiescherm in Apps
    Vergrote afbeelding van Configuratiescherm in Alle apps
  3. Klik in het Configuratiescherm op Toegankelijkheid .
  4. Klik op Toegankelijkheidscentrum .
  5. Klik op de koppeling Het toetsenbord eenvoudiger in het gebruik maken onder Alle instellingen weergeven in het menu Toegankelijkheidscentrum.
  6. In het menu Het toetsenbord eenvoudiger in het gebruik maken , markeert u het selectievakje naast Plaktoetsen inschakelen en klikt u op Toepassen .
    Figure 52: Plaktoetsinstellingen in het menu Het toetsenbord eenvoudiger in het gebruik maken
    Plaktoetsinstellingen in het menu Het toetsenbord eenvoudiger in het gebruik maken
  7. Klik op de koppeling Plaktoetsen instellen en kies de gewenste functies:
    • Om Plaktoetsen in te schakelen zonder het Toegankelijkheidscentrum te openen, markeert u het selectievakje naast Plaktoetsen inschakelen terwijl u Shift vijf keer indrukt en klik op Toepassen .
    • Om een waarschuwingsbericht te zien wanneer Plaktoetsen worden ingeschakeld, markeert u het selectievakje naast Een waarschuwing weergeven als een instelling wordt ingeschakeld en vervolgens klikt u op Toepassen .
      Figure 53: Waarschuwing die verschijnt wanneer de functie Plaktoetsen is ingeschakeld
      De waarschuwing die verschijnt wanneer de functie Plaktoetsen is ingeschakeld
    • Als u een geluid wilt horen wanneer Plaktoetsen worden ingeschakeld, markeert u het selectievakje naast Een geluid laten horen als een instelling wordt in- of uitgeschakeld en vervolgens klikt u op Toepassen .
    • Om een aanpassingstoets te kunnen vergrendelen, zoals Ctrl , Alt , Shift of Windows , schakelt u het selectievakje naast Aanpassingstoetsen vergrendelen indien twee keer achter elkaar ingedrukt in en klikt u op Toepassen .
    • Om Plaktoetsen te kunnen uitschakelen wanneer een aanpassingstoets en een andere toets gelijktijdig worden ingedrukt, markeert u het selectievakje naast Plaktoetsen uitschakelen als twee toetsen tegelijk worden ingedrukt en klikt u op Toepassen .
    • Om een hoorbaar signaal af te geven wanneer een aanpassingstoets wordt ingedrukt, vergrendeld of vrijgegeven, markeert u het selectievakje naast Een geluid afspelen als wijzigingstoetsen worden ingedrukt en klikt u op Toepassen .
    • Voor een visuele herinnering dat de Plaktoetsen zijn ingeschakeld markeert u het selectievakje naast Het pictogram Plaktoetsen op de taakbalk weergeven en vervolgens klikt u op Toepassen .
      Figure 54: Plaktoetsinstellingen
       Het menu Plaktoetsen instellen met de knop Toepassen gemarkeerd

Wisseltoetsen instellen en gebruiken

Door Wisseltoetsen in te schakelen kunt u geluidssignalen horen wanneer u op vergrendeltoetsen drukt zoals Caps-Lock , Num-Lock of Scroll-Lock .
Volg de stappen hieronder om Wisseltoetsen te gebruiken:
  1. Open het Toegankelijkheidscentrum door Windows + U in te drukken.
  2. Klik op de koppeling Het toetsenbord eenvoudiger in het gebruik maken onder Alle instellingen weergeven in het menu Toegankelijkheidscentrum.
  3. In het menu Het toetsenbord eenvoudiger in het gebruik maken markeert u het selectievakje naast Wisseltoetsen inschakelen en klikt u op Toepassen .
  4. Om Wisseltoetsen in te schakelen zonder het Toegankelijkheidscentrum te openen, markeert u het selectievakje naast Wisseltoetsen inschakelen terwijl u Num-Lock 5 seconden ingedrukt houdt en klikt u op Toepassen .

Filtertoetsen instellen en gebruiken

Filtertoetsen zorgen ervoor dat de computer korte of herhaalde toetsaanslagen negeert. Door Filtertoetsen in te schakelen kunt u ook de snelheid vertragen waarmee een toets wordt herhaald wanneer deze wordt ingedrukt.
Volg de stappen hieronder om Filtertoetsen te gebruiken:
  1. Klik in het startscherm op de pijl linksonder in het scherm om een lijst met apps te openen.
    Figure 55: De pijl voor toegang tot apps
  2. Klik op Configuratiescherm onder Windows-systeem .
    Figure 56: Configuratiescherm in Apps
    Vergrote afbeelding van Configuratiescherm in Alle apps
  3. Klik in het Configuratiescherm op Toegankelijkheid .
  4. Klik op Toegankelijkheidscentrum .
  5. Klik op de koppeling Het toetsenbord eenvoudiger in het gebruik maken onder Alle instellingen weergeven in het menu Toegankelijkheidscentrum.
  6. In het menu Het toetsenbord eenvoudiger in het gebruik maken markeert u het selectievakje naast Filtertoetsen inschakelen en klikt u op Toepassen .
  7. Klik op de koppeling Filtertoetsen instellen en kies de gewenste functies:
    • Om Filtertoetsen in te schakelen zonder het Toegankelijkheidscentrum te openen, markeert u het selectievakje naast Filtertoetsen inschakelen terwijl u Shift 8 seconden ingedrukt houdt en klikt u op Toepassen .
    • Om een waarschuwingsbericht te zien wanneer Filtertoetsen worden ingeschakeld, markeert u het selectievakje naast Een waarschuwing weergeven als een instelling wordt ingeschakeld en vervolgens klikt u op Toepassen .
      Figure 57: Waarschuwing die verschijnt wanneer Filtertoetsen worden ingeschakeld
      De waarschuwing die verschijnt wanneer Filtertoetsen worden ingeschakeld
    • Als u een geluid wilt horen wanneer de Filtertoetsen worden ingeschakeld, markeert u het selectievakje naast Een geluid laten horen als een instelling wordt in- of uitgeschakeld en vervolgens klikt u op Toepassen .
    • Om een hoorbaar signaal af te geven, markeert u het selectievakje naast Piepen als toetsen worden ingedrukt of geaccepteerd en klikt u op Toepassen .
    • Voor een visuele herinnering dat de Filtertoetsen zijn ingeschakeld, markeert u het selectievakje naast Pictogram voor Filtertoetsen op de taakbalk weergeven en klikt u op Toepassen .

Langzame toetsen of Herhaalde toetsen en Vertraagde toetsen instellen en gebruiken

De functie Langzame toetsen zorgt ervoor dat de computer herhaalde toetsaanslagen negeert. U kunt aangeven hoe lang de computer moet wachten voordat herhaalde toetsaanslagen verwerkt worden. De functies Herhaalde toetsen en Vertraagde toetsen zorgen ervoor dat de computer alle herhaalde toetsaanslagen, of alle toetsaanslagen die binnen een bepaalde tijd plaatsvinden, negeert.

Langzame toetsen

Wanneer u de functie Langzame toetsen gebruikt, negeert de computer toetsaanslagen die snel worden herhaald.
Volg de onderstaande stappen voor het instellen van de Langzame toetsen:
  1. Klik in het startscherm op de pijl linksonder in het scherm om een lijst met apps te openen.
    Figure 58: De pijl voor toegang tot apps
  2. Klik op Configuratiescherm onder Windows-systeem .
    Figure 59: Configuratiescherm in Apps
    Vergrote afbeelding van Configuratiescherm in Alle apps
  3. Klik in het Configuratiescherm op Toegankelijkheid .
  4. Klik op Toegankelijkheidscentrum .
  5. Klik op de koppeling Het toetsenbord eenvoudiger in het gebruik maken onder Alle instellingen weergeven in het menu Toegankelijkheidscentrum.
  6. Klik op de koppeling Filtertoetsen instellen .
  7. In het menu Filtertoetsen instellen , selecteert u het keuzerondje naast Langzame toetsen inschakelen en klikt u op Toepassen .
  8. In het vervolgkeuzemenu, selecteert u de tijd die de computer zou moeten wachten voordat toetsaanslagen geaccepteerd worden.
    Figure 60: Vervolgkeuzemenu Langzame toetsen in Filtertoetsen instellen
    Het vervolgkeuzemenu Langzame toetsen in Filtertoetsen instellen

Herhaalde en Vertraagde toetsaanslagen

Wanneer u Herhaalde en Vertraagde toetsaanslagen gebruikt, kunt u een vertraging instellen waarmee toevallige aanslagen vermeden worden, herhaalde aanslagen genegeerd worden of kunt u de snelheid vertragen waarmee de computer herhaalde toetsaanslagen accepteert.
Volg de stappen hieronder om Herhaalde en Vertraagde toetsen in te schakelen:
  1. Klik in het startscherm op de pijl linksonder in het scherm om een lijst met apps te openen.
  2. Klik op Configuratiescherm onder Windows-systeem .
  3. Klik in het Configuratiescherm op Toegankelijkheid .
  4. Klik op Toegankelijkheidscentrum .
  5. Klik op de koppeling Het toetsenbord eenvoudiger in het gebruik maken onder Alle instellingen weergeven in het menu Toegankelijkheidscentrum.
  6. Klik op de koppeling Filtertoetsen instellen .
  7. In het menu Filtertoetsen instellen , selecteert u het keuzerondje naast Herhaalde toetsaanslagen en Vertraagde toetsaanslagen inschakelen .
  8. Klik op de koppeling het Herhaalde toetsaanslagen en Vertraagde toetsaanslagen instellen .
  9. In het vervolgkeuzemenu onder Onbedoelde toetsaanslagen voorkomen selecteert u de tijd die de computer zou moeten wachten voordat toetsaanslagen worden geaccepteerd.
  10. Om te zorgen dat de computer herhaalde toetsaanslagen negeert, selecteert u het keuzerondje naast Alle herhaalde toetsaanslagen negeren .
  11. Om te zorgen dat de computer alle herhaalde toetsaanslagen binnen een bepaalde tijd negeert, selecteert u het keuzerondje naast De herhaalsnelheid van toetsaanslagen verlagen .
  12. Als De herhaalsnelheid van toetsaanslagen verlagen is geselecteerd, gebruikt u het eerste vervolgkeuzemenu om de tijd in te stellen die de computer zou moeten wachten voordat de eerste herhaalde aanslag geaccepteerd kan worden en u gebruikt vervolgens het tweede vervolgkeuzemenu om de tijd in stellen die de computer zou moeten wachten voordat verdere herhaalde toetsaanslagen geaccepteerd kunnen worden.
  13. Klik op Toepassen .
  14. Om de instellingen te testen, typt u een voorbeeldtekst in het veld Typ hier tekst om de instellingen te testen en klikt u op Toepassen .
    Figure 61: Testinstellingen
    Het veld waarin u tekst invoert om de instellingen voor Herhaalde en Vertraagde toetsaanslagen te testen
  15. Klik op OK .

Toetsenbordsnelkoppelingen en sneltoetsen beter zichtbaar maken

Door de functie Toetsenbordsnelkoppelingen en sneltoetsen onderstrepen in te schakelen, kunt u de toetsenbordsnelkoppelingen en sneltoetsen beter zichtbaar maken. U kunt bijvoorbeeld op ieder gewenst moment het menu Help in de menubalk van Internet Explorer openen door op Alt + H te drukken. Wanneer de functie Toetsenbordsnelkoppelingen en sneltoetsen onderstrepen is ingeschakeld, is de H in het menu Help onderstreept en biedt zo dus visuele herinnering welke toets gebruikt moet worden. Om Help of andere menu's te openen, drukt u op Alt terwijl u op de onderstreepte toets drukt.
Figure 62: Het menu Help wordt geopend met de sneltoetsen Alt + H
Het menu Help in de menubalk van Internet Explorer (desktopversie) wordt geopend met Alt + H
Wanneer de functie Toetsenbordsnelkoppelingen en sneltoetsen onderstrepen is ingeschakeld, kunt u keuzerondjes en selectievakjes selecteren of de selectie hiervan verwijderen door op Alt en tegelijkertijd op de onderstreepte toetsen te drukken. In het venster Navigatie-instellingen van Narrator bijvoorbeeld, is F in de selectie Toetsen op het schermtoetsenbord activeren bij het optillen van de vinger onderstreept. U kunt het selectievakje voor Toetsen op het schermtoetsenbord activeren bij het optillen van de vinger inschakelen door op Alt + F te drukken.
Figure 63: Voorbeeld van een selectievakje dat wordt ingeschakeld met Alt + F
De selectie Toetsen op het schermtoetsenbord activeren bij het optillen van de vinger in het venster Navigatie-instellingen van Narrator, met F vergroot en rood omcirkeld.
Volg de stappen hieronder om toetsenbordsnelkoppelingen en sneltoetsen te onderstrepen:
  1. Open het Toegankelijkheidscentrum door Windows + U in te drukken.
  2. Klik op de koppeling Het toetsenbord eenvoudiger in het gebruik maken onder Alle instellingen weergeven .
  3. In het menu Het gebruik van toetsenbordsnelkoppelingen gemakkelijker maken ,markeert u het selectievakje naast Toetsenbordsnelkoppelingen en sneltoetsen onderstrepen en klikt u vervolgens op Toepassen .

Tekst of visuele elementen in plaats van geluiden gebruiken

Nadat visuele elementen zijn ingeschakeld worden systeemgeluiden- en aankondigingen vervangen door visuele signalen, zoals het knipperen op een scherm, waardoor systeemwaarschuwingen zichtbaar worden. In sommige toepassingen kunt u tekstonderschriften inschakelen, waardoor gesproken dialogen als tekst worden weergegeven.
  1. Open het Toegankelijkheidscentrum door Windows + U in te drukken.
  2. Onder Alle instellingen weergeven klikt u op de koppeling Tekst of visuele elementen in plaats van geluiden gebruiken .
  3. Om systeemwaarschuwingen door visuele signalen te vervangen, markeert u het selectievakje naast Visuele meldingen voor geluiden instellen (Geluidswaarschuwing) .
    • Om de titelbalk bovenin een dialoogvenster of venster te laten knipperen tijdens een audiogebeurtenis, selecteert u het keuzerondje naast De titelbalk van het actieve venster laten knipperen en klikt u op Toepassen .
    • Om het volledige venster tijdens een audiogebeurtenis te laten knipperen, selecteert u het keuzerondje naast Het actieve venster laten knipperen en klikt u op Toepassen .
      Figure 64: Voorbeeld van knipperen wanneer actieve vensters laten knipperen is ingeschakeld
      Een knipperend dialoogvenster waarbij de visuele waarschuwing knipperend venster is ingeschakeld
    • Om het volledige bureaublad tijdens een audiogebeurtenis te laten knipperen, selecteert u het keuzerondje naast Bureaublad laten knipperen en klikt u op Toepassen .
      Figure 65: Voorbeeld van knipperen wanneer bureaublad laten knipperen is ingeschakeld
      Een knipperend bureaublad waarbij de visuele waarschuwing knipperend bureaublad is ingeschakeld
  4. Om systeemgeluiden en gesproken dialogen als tekst weer te geven (indien beschikbaar), markeert u het selectievakje naast Ondertiteling voor gesproken dialogen inschakelen .
  5. Klik op OK .

Overige verwante informatie

Voor meer informatie over toegankelijkheidsopties, bezoekt u de webpagina Accessibility in Windows 8 (Engelstalig).

HP Support forums

Find solutions and collaborate with others on the HP Support Forum
HP.comHP on FacebookHP on TwitterHP on YouTubeHP on Linked InHP on FlickrHP on Google+