Jump to content

HP Officejet Pro 8600 e-All-in-One Printer - N911a support

De printersoftware installeren op Windows Server 2003 of 2008

  • PrintPrint

Inleiding

Dit document biedt bedrijfsbeheerders informatie over het aanpassen van de installatie van HP Officejet en Officejet Pro printers. Het bevat informatie over het selecteren van een printer, welke functies en drivers worden geïnstalleerd en hoe de printer kan worden geïmplementeerd op doelcomputers met behulp van een script waarmee het installatieproces kan worden gestuurd. Het document bevat ook instructies voor het verkleinen van het geïmplementeerde pakket, informatie over firewallvereisten en andere technische details.
Dit document is van toepassing op de volgende edities van Windows Server 2003 en 2008:
  • Windows Server 2003 - 32-bits (SP1 of groter)
  • Windows Server 2003 R2 - 32-bits en 64-bits
  • Windows Server 2008 - 32-bits en 64-bits
  • Windows Server 2008 R2 - 64-bits
  • HP Officejet 6100 printerserie (H611)
  • HP Officejet 6500A e-All-in-One printerserie (E710)
  • HP Officejet 6600 e-All-in-One printerserie (H711)
  • HP Officejet 6700 Premium e-All-in-One printerserie (H711)
  • HP Officejet 7110 Wide Format ePrinter-serie (H812)
  • HP Officejet 7500A Wide Format e-All-in-One printerserie - E910
  • HP Officejet 7610 Wide Format e-All-in-One printerserie (H912)
  • HP Officejet Pro 8100 ePrinter-serie (N811)
  • HP Officejet Pro 8500A e-All-in-One printerserie (A910)
  • HP Officejet Pro 8600 e-All-in-One printerserie (N911)

Voorafgaand aan de installatie

Verzamel de volgende informatie voordat u begint met de installatie:
  • Soort Windows-besturingssysteem (Windows 2003 of Windows 2008)
  • Versie van het besturingssysteem (32- of 64-bits)
  • Taal van het besturingssysteem waarin de printer wordt geïnstalleerd (Engels of anders)
  • Type verbinding van de geïnstalleerde printer (USB of netwerk)
Volg deze stappen om de installatie aan te passen voor de HP Officejet en Officejet Pro printers:
  1. Kopieer de drivers en softwarebestanden.
  2. Maak een opdracht om functies te selecteren en de installatie aan te passen.
  3. Verzamel de bestanden voor distributie.
  4. Installeer de software en drivers op de clientcomputers.
  5. Verbind de clientcomputers met de printer.

Stap één: De drivers en softwarebestanden kopiëren

Kopieer de drivers en softwarebestanden met een van deze methoden:
Volg deze stappen om de bestanden te kopiëren van de installatieschijf.
  1. Plaats de installatieschijf die u bij de printer hebt ontvangen.
  2. Maak een map op uw systeem en kopieer de bestanden van de installatieschijf naar die map.
Volg deze stappen om de bestanden te kopiëren van het webpakket.
  1. Ga naar de pagina Software en drivers verkrijgen : Software en drivers verkrijgen
  2. Bekijk de instructies op de pagina en klik vervolgens op het plusteken ( ) naast de juiste kop voor extra instructies:
  3. Selecteer de Software en drivers met volledige functionaliteit voor de HP Officejet of Officejet Pro.
  4. Bekijk de downloadopties en -informatie en klik vervolgens op Downloaden .
    NOTE: Klik op de koppeling Aanwijzingen bekijken voor stapsgewijze instructies voor het downloaden en installeren van de software.
  5. Klik op Opslaan en blader naar de locatie op uw computer waar u het bestand wilt opslaan.
  6. Klik op Opslaan . De software wordt naar uw pc gedownload.
  7. Pak het uitvoerbare bestand met behulp van een decompressieprogramma zoals 7-Zip uit in een map die u hebt gemaakt.
Installeer het juiste MSI-bestand om de ondersteunende software voor de printer te installeren. Het MSI-bestand installeert alle ondersteunende software en voert dan een voorinstallatie uit van de drivers voor de printer, zodat de drivers beschikbaar zijn wanneer u de printer aansluit op de computer of u een netwerkprinter installeert.
Er bevinden zich twee MSI-bestanden in de hoofdmap van de cd-installatiekopie, één met het achtervoegsel x86 en één met het achtervoegsel x64. Het modelnummer van de printer staat in de naam van het MSI-bestand, bijvoorbeeld A910nx86.msi en A910nx64.msi. Installeer de x86-MSI op 32-bits versies van Windows. Installeer de x64-MSI op x64-versies van Windows.

Stap twee: Een opdracht maken om functies te selecteren en de installatie aan te passen

In dit gedeelte worden de eigenschappen beschreven die u kunt instellen bij de installatie van het MSI-bestand en waarmee bepaalde functies in de software worden uitgeschakeld. Zie de Scriptvoorbeelden voor parameters die de installatie van de HP MSI-bestanden eenvoudiger maken.

Msiexec gebruiken om een MSI te installeren

Gebruik uw favoriete hulpprogramma om het MSI-bestand op de clientcomputers te installeren. Als u er echter voor kiest msiexec.exe te gebruiken, komen onze veelgebruikte opdrachtparameters wellicht goed van pas. U kunt een MSI installeren door het pad naar msiexec op te geven met de parameter /i:
msiexec.exe /i D:\A910nx86.msi (waarbij D het pad naar het msiexec-bestand is)
NOTE:Schakel enkele benodigde Windows-services in voordat u de installatie uitvoert. Zie Installeren op Windows-servers . Zie Talen en taalcodes als u de taal van de geïnstalleerde software wilt wijzigen in een andere taal dan Engels. Zie Functieselectie als u bepaalde softwarefuncties wilt uitschakelen.

Opdrachteigenschappen

EigenschapWaardenBeschrijvingStandaardwaarde
CONNECT_NEW_PRINTER_ SHORTCUTYES

NO
Hiermee selecteert u of de snelkoppeling voor het toevoegen van een nieuwe printer moet worden geïnstalleerd in het menu Start .YES
ENTERPRISEYES

NO
Hiermee selecteert u of de volledige software (NO) of het minimum aan software (YES) voor bedrijfstoepassingen moet worden geïnstalleerd.NO
FAXYES

NO
Hiermee selecteert u of de driver voor het afdrukken naar een fax moet worden geïnstalleerd. Als FAX=YES en ENTERPRISE=NO, wordt de faxsoftware ook geïnstalleerd. Anders wordt de faxsoftware niet geïnstalleerd.YES
IGNORE_SERIALNUMYES

NO
Hiermee selecteert u of Windows het serienummer moet negeren bij het installeren van de printer via PnP.NO
MULTICASTYES

NO
Hiermee stelt u in of multicast-detectie moet worden gebruikt om geïnstalleerde printers opnieuw te detecteren. (Zie de sectie Multicast-detectie ).NO
REBOOTForce

Suppress

ReallySuppress
Hiermee stelt u in wat er gebeurt wanneer de computer opnieuw moet worden opgestart om de installatie te voltooien.(geen)
SCANTOPC

Niet van toepassing op:

  • Single-Function printers
  • Officejet 6500A
  • Officejet 6600/6700
  • Officejet 7500A
  • Officejet Pro 8500A
  • Officejet Pro 8600
YES

NO
Als deze eigenschap is ingesteld op YES, wordt de optie voor het activeren van de software voor scannen naar de computer verborgen. Gebruikers moeten scans starten vanaf hun computer in plaats van vanaf de printer. Als de optie is ingesteld op een andere waarde dan YES, wordt de optie voor het activeren van de software voor het scannen naar de computer weergegeven. Als de eigenschap niet is ingesteld, wordt de optie weergegeven.YES
TRANSFORMSBestandsnaam van transform, bijvoorbeeld: A910nx86_1055.mstDit is de bestandsnaam of het pad naar het transformbestand dat moet worden toegepast.(geen)
UNINSTALL_SHORTCUTYES

NO
Hiermee selecteert u of de snelkoppeling voor het verwijderen van de software moet worden weergegeven in het menu Start .YES
De volgende Microsoft-website biedt meer documentatie over msiexec: http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc759262(v=ws.10).aspx . Raadpleeg de Microsoft-documentatie als u nog vragen hebt. Als informatie in deze sectie tegenstrijdig is met de Microsoft-documentatie, kunt u aannemen dat de Microsoft-documentatie juist is.

Talen en taalcodes

Bijna alle geïnstalleerde bestanden ondersteunen MUI's en bevatten daarom alle taalbronnen. De geïnstalleerde snelkoppelingen zijn echter taalspecifiek. De snelkoppelingen worden standaard in het Engels geïnstalleerd. Om de taal te wijzigen, zoekt u de taalcode in de volgende tabel en neemt u deze code op in de opdrachtregel wanneer u het MSI-bestand installeert. De transforms gebruiken dezelfde bestandsnaam als het MSI-bestand, gevolgd door een onderstrepingsteken en de taalcode.
Als u de taal bijvoorbeeld wilt wijzigen in Spaans:
msiexec.exe /i A910nx86.msi /qn TRANSFORMS=A910nx86_1034.mst
Raadpleeg de volgende tabel voor talen en taalcodes.
TaalTaalcode
Arabisch1025
Traditioneel Chinees1028
Tsjechisch1029
Deens1030
Duits1031
Grieks1032
Engels1033
Spaans1034
Fins1035
Frans1036
Hebreeuws1037
Hongaars1038
Italiaans1040
Japans1041
Koreaans1042
Nederlands1043
Noors1044
Pools1045
Portugees1046
Russisch1049
Zweeds1053
Turks1055
Vereenvoudigd Chinees2052

Stap drie: De bestanden voor distributie verzamelen

De volgende tabellen bevatten de bestanden van de cd-installatiekopie en het moment waarop deze bestanden nodig zijn. Beheerders moeten deze tabel raadplegen voor de configuratie van een kopie die alleen de benodigde bestanden voor de specifieke installatie bevat.

Driverbestanden

DriverbestandenBeschrijving
i386 (map)Map met 32-bits printerdriverbestanden (nodig voor installaties op alle 32-bits en 64-bits computers)
AMD64 (map) Map met 64-bits printerdriverbestanden (nodig voor installaties op alle 32-bits en 64-bits computers)
Hp_*.gpdPrinterdriverbestand
HPMACRONAMES.gpdPrinterdriverbestand
Hpvpl04.infPrinterdriverbestand
Hpvpl04.iniPrinterdriverbestand
Hpvpl04.catPrinterdriverbestand
Hpvplargb.iccPrinterdriverbestand
Locale.gpdPrinterdriverbestand
Pl.bmpPrinterdriverbestand
STDNAMES.gpd Printerdriverbestand
Drivers\Scanner (map) Map met scannerdriverbestanden
HPScanMiniDrv_*.infScannerdriverbestand
HPScanMiniDrv_*.catScannerdriverbestand
Drivers\Fax (map)Map met faxdrivers (nodig voor de installatie van een fax)
HP*_fax.infFaxdriverbestand (nodig voor de installatie van een fax)
HP*_fax*.catFaxdriverbestand (nodig voor de installatie van een fax)
HP*_nullfax.infVervangende driver voor fax (nodig als er GEEN fax wordt geïnstalleerd)
HP*_nullfax*.catVervangende driver voor fax (nodig als er GEEN fax wordt geïnstalleerd)

Software-installatieprogramma (MSI)

NaamBeschrijving
Utils (map)Map met de vereiste hulpprogramma's
HP (map)Map met Solution Center-pakketten (nodig bij de installatie van volledige software en/of installatie op Windows XP of Vista)
Microsoft (map)Map met Device Stage-pakketten (alleen nodig bij installatie van de volledige software)
[Modelnummer][x86|x64].msi

[Modelnummer][x86|x64].cab

[Model number][x86|x64]_*.mst
MSI-bestand, cab-bestand en taaltransforms van software-installatieprogramma (x86 voor 32-bits versies van Windows; en x64 voor x64-versies van Windows)
Full_[x86|x64].cabCab-bestand voor software-installatie voor volledige oplossing (alleen nodig bij installatie van de volledige software) (x86 voor 32-bits versies van Windows; en x64 voor x64-versies van Windows)
ErrorReporter.exe

HPCommunication.dll

HPCommunication.X.manifest

HPeDiag.dll

HPeDiag.X.manifest

HPeSupport.dll

HPeSupport.X.manifest

HPScripting.dll

HPScripting.X.manifest

InstallMetrics.dll

InstallMetrics.X.manifest

InternetUtil.dll

InternetUtil.X.manifest

RulesEngine.dll

RulesEngine.X.manifest
Benodigde hulpprogrammabestanden

Optionele bestanden

NaamBeschrijving
Werkbalk (map)Map met het installatieprogramma voor de Microsoft Live-werkbalk
Required\lp[Modelnummer]*Installatieprogramma voor Product Help
Optional\[Modelnummer]U[x86|x64]*MSI-bestand, cab-bestand en taaltransforms voor "Product Improvement Study"‖ (x86 voor 32-bits versie, x64 voor 64-bits versie)
Optional\HP Update*MSI-bestand, cab-bestand en taaltransforms voor HP Update
Optional\Data1.cab
Optional\IrisOCR*Software voor optische tekenherkenning (voor het scannen van tekst)
Optional\Marketsplash_setup.msiInstallatieprogramma voor Marketsplash
Readme.chmLeesmij-documentatie
Setup.exeInstallatieprogramma (niet nodig bij installatie van het MSI-bestand zonder gebruikersinterface)
HP-DQEX5.exeInstallatieprogramma (niet nodig bij installatie van het MSI-bestand zonder gebruikersinterface)

Stap vier: De software en drivers op de clientcomputers installeren

Maak een zip-bestand met het script en de bestanden voor implementatie op de clientcomputers. Voer het script op een opdrachtregel in.

Scriptvoorbeeld 1

msiexec.exe /i A910nx86.msi /qn /l*v C:\A910_Install.log ENTERPRISE=YES FAX=NO SCANTOPC=NO REBOOT=ReallySuppress
Met dit script gebeurt het volgende:
  • De gebruikersinterface en alle prompts worden genegeerd (/qn).
  • Er wordt een installatielogbestand gemaakt: C:\A910_Install.log.
  • Er wordt een minimum aan software en drivers geïnstalleerd (ENTERPRISE=YES).
  • Er worden geen faxdrivers gemaakt (FAX=NO).
  • De optie voor scannen naar een PC wordt verborgen.
  • Alle verzoeken voor opnieuw opstarten worden genegeerd (REBOOT=ReallySuppress).

Scriptvoorbeeld 2

msiexec.exe /i A910nx86.msi /qn TRANSFORMS=A910nx86_2052,mst ENTERPRISE=YES CONNECT_NEW_PRINTER_SHORTCUT=NO UNINSTALL_SHORTCUT=NO
Met dit script gebeurt het volgende:
  • De gebruikersinterface en alle prompts worden genegeerd (/qn).
  • Er wordt een versie in Vereenvoudigd Chinees van de printersoftware geïnstalleerd (TRANSFORMS=A910nx86_2052.mst).
  • Er wordt een minimum aan software en drivers geïnstalleerd (ENTERPRISE=YES).
  • Er wordt geen snelkoppeling Nieuwe printer aansluiten aan het menu Start toegevoegd.
  • Er wordt geen snelkoppeling voor het verwijderen van de software aan het menu Start toegevoegd.
  • Alle verzoeken voor opnieuw opstarten worden genegeerd (REBOOT=ReallySuppress).

Installeren op Windows-servers

Zorg ervoor dat de volgende opties zijn ingeschakeld voor Windows Server 2003 en 2008.
  • Op Windows Server 2003 is de WIA-service (Windows Image Acquisition) geïnstalleerd maar standaard uitgeschakeld. Schakel de WIA-service in als u wilt kunnen scannen.
  • Op Windows Server 2003 R2 is de WIA-service (Windows Image Acquisition) geïnstalleerd maar standaard uitgeschakeld. Schakel de WIA-service in als u wilt kunnen scannen.
  • Op Windows Server 2008 is de WIA-service (Windows Image Acquisition) standaard niet geïnstalleerd. U moet de functie Bureaubladbelevenis inschakelen als u wilt kunnen scannen. De WIA-service wordt dan standaard ingeschakeld.
  • Op Windows Server 2008 R2 moet de functie Bureaubladbelevenis worden geïnstalleerd als u PnP en USB wilt kunnen gebruiken.

Logbestanden voor DeviceSetup.exe

  • DeviceSetup.exe is de toepassing waarmee informatie over geïnstalleerde printers wordt verzameld en onderhouden.
  • DeviceSetup.exe kan worden uitgevoerd via een opdrachtregel of een script.
  • Telkens wanneer DeviceSetup.exe wordt uitgevoerd, wordt er een nieuw logbestand gegenereerd. In deze logbestanden staat alles dat DeviceSetup doet. De logbestanden zijn daardoor erg handig bij probleemoplossing.
  • Voor Windows Vista en Windows 7 bevindt het logbestand zich op de volgende locatie:
    C:\Users\[NT-gebruikersaccount]\AppData\Local\HP\AtInstall\[uitvoering#]\DeviceSetup.log
  • Voor Windows XP bevindt het logboekbestand zich op de volgende locatie:
    C:\Documents and Settings\[NT-gebruikersaccount]\Local Settings\Application Data\HP\AtInstall\[uitvoering#]\DeviceSetup.log

Stap vijf: De clientcomputers verbinden met de printer

Klik op uw verbindingstype voor meer informatie.
Een printer aansluiten op een USB-poort is een vrij ongecompliceerde handeling. Nadat de driver is geïnstalleerd, sluit u de printer aan op een USB-poort en schakelt u de printer in om PnP te starten.
  1. Zorg ervoor dat het softwarepakket (MSI) op de clientcomputer is geïnstalleerd.
  2. Zorg ervoor dat de printer die u wilt installeren zich al in het netwerk bevindt en een geldig IP-adres heeft. Gebruik voor Wi-Fi-printers de wizard voor draadloze verbindingen op het voorpaneel; of gebruik de geïntegreerde webserver (EWS) met een op de printer aangesloten ethernetkabel.
  3. Noteer het IP-adres of de hostnaam van de netwerkprinter die u wilt installeren.
  4. Gebruik een beheerdersaccount en voer de volgende opdracht uit op de doelcomputer om de netwerkinstallatie te starten:
    START /WAIT /D―C:\Program Files\HP\[productnaam]\Bin‖ DeviceSetup.exe /networkaddress [IP-adres of hostnaam]
    NOTE: Op computers met Windows Vista of Windows 7 voert u deze opdracht uit met een verhoogde bevoegdheid wanneer UAC is ingeschakeld.
    Er wordt een proces gestart waarbij het opgegeven IP-adres of de opgegeven hostnaam wordt gebruikt om de netwerkprinter te zoeken en te installeren. Het volledige proces wordt op de achtergrond uitgevoerd; er wordt geen gebruikersinterface weergegeven. Als de installatie is voltooid, wordt de waarde 0 weergegeven. Als de installatie mislukt, wordt een foutcode zonder nul weergegeven.
Mogelijke problemen tijdens de netwerkinstallatie
Hieronder staat een lijst met mogelijke problemen waardoor de netwerkinstallatie kan mislukken:
  • Een firewall belemmert de communicatie tussen het installatieprogramma en de netwerkprinter. Als op de doelcomputer een firewall actief is, zorg er dan voor dat de firewall toestaat dat het installatieproces (DeviceSetup.exe) een TCP-verbinding met de netwerkprinter tot stand brengt. Zie de sectie Firewallvereisten voor processen waaraan toegang moet worden verleend door een firewall.
  • De hostnaam leidt mogelijk niet naar een geldig IP-adres. Als u de hostnaam van de printer gebruikt voor de installatie, zorg er dan voor dat de service voor naamgeleiding (bijv. DNS, WINS) die de hostnaam naar een geldig IP-adres kan leiden, wordt uitgevoerd in het netwerk.
  • DeviceSetup.exe werkt mogelijk niet in Windows Vista en Windows 7 vanwege UAC. Voer DeviceSetup.exe uit met verhoogde bevoegdheid wanneer UAC is ingeschakeld.
  • Mogelijk hebt u een onjuist IP-adres of een onjuiste hostnaam ingevoerd. Geef het juiste IP-adres of de juiste hostnaam op in de opdrachtregel.
  • De printer is mogelijk uitgeschakeld of niet verbonden met het netwerk. Zorg ervoor dat de printer is verbonden en ingeschakeld. Als de printer via een ethernetkabel met het netwerk is verbonden, controleert u de kabel en de aansluiting. Als de printer draadloos is verbonden, controleert u of de printer nog is verbonden met het netwerk.
Multicast-detectie
Doorgaans detecteert de HP printersoftware printers in het netwerk (opnieuw) met behulp van Web Services Discovery, waarbij multicast-UDP-pakketten worden verzonden. In de bedrijfsrelease gebruikt de software uitsluitend unicast-UDP- of -TCP-pakketten om de printer te zoeken nadat deze is geïnstalleerd. Zo kan de software goed werken in een netwerk waarin multicast is uitgeschakeld. Dit leidt er ook toe dat de software de printer niet kan vinden en gebruiken als het IP-adres wordt gewijzigd en de hostnaam van de printer niet naar het IP-adres leidt. U kunt multicast-detectie opnieuw inschakelen in de software door het config.ini-bestand in C:\Program Files\HP\[Modelnaam]\config.ini te wijzigen. Het bestand bevat een sectie vergelijkbaar met de volgende:
[Discovery] Multicast=false
Als u de multicast-waarde wijzigt in "true", kan de software de printer vinden met behulp van multicast-detectie wanneer het IP-adres wordt gewijzigd. De software werkt echter niet meer in een netwerk wanneer multicast wordt uitgeschakeld of een firewall uitgaande multicast-pakketten of inkomende reacties blokkeert.
Bij de installatie kunt u deze waarde wijzigen door de eigenschap MULTICAST in te stellen op YES (de standaardwaarde is NO).
Printers in een ander subnet
Het proces dat wordt beschreven in de sectie voor de installatie van een netwerkprinter, wordt ook gebruikt om een printer te installeren in een ander subnet dan de computer waarop de printer wordt geïnstalleerd. Volg die aanwijzingen om een dergelijke printer te installeren. Omdat de printer echter in een ander subnet dan de computer wordt geïnstalleerd, kan de clientcomputer de printer niet herkennen als het IP-adres of de hostnaam van de printer wordt gewijzigd. In de onderstaande sectie wordt beschreven hoe u de clientcomputer kunt bijwerken als het IP-adres of de hostnaam van de printer wordt gewijzigd.
Het IP-adres of de hostnaam van een netwerkprinter kan wijzigen nadat de printer op de computer is geïnstalleerd. In het geval van een printer in een ander subnet kan de software niet altijd het nieuwe IP-adres of de nieuwe hostnaam van de printer detecteren.
Volg deze stappen om het IP-adres of de hostnaam voor een geïnstalleerde printer bij te werken.
  1. Klik achtereenvolgens op Start ( ), op Alle programma's , op de map HP , op de naam van de HP printer en klik dan op IP-adres bijwerken .
    Als er meerdere instanties van de printer zijn geïnstalleerd, klikt u op de printer waarvan u het IP-adres wilt bijwerken. Er wordt een nieuw dialoogvenster geopend.
  2. Typ het IP-adres in het veld om de knop Zoeken te activeren. Klik op de knop Zoeken om te controleren of het IP-adres klopt.
  3. De knop Opslaan wordt geactiveerd nadat u een IP-adres hebt ingevoerd. Klik op de knop Opslaan om het IP-adres in het veld op te slaan.
    NOTE: Het IP-adres wordt niet bijgewerkt door het zoeken. Klik op Opslaan om het IP-adres daadwerkelijk bij te werken.
    De geïnstalleerde software gebruikt het nieuwe IP-adres.
In plaats van de snelkoppeling in het menu Start en de gebruikersinterface te gebruiken om het IP-adres van een geïnstalleerde printer bij te werken, kunt u DeviceSetup.exe uitvoeren vanaf een opdrachtregel of in een script. Gebruik een beheerdersaccount en voer de volgende opdracht uit op de doelcomputer om het IP-adres van een netwerkprinter te wijzigen:
START /WAIT /D C:\Program Files\HP\[Productnaam]\Bin DeviceSetup.exe /serialnumber [serienummer printer] /changeip [nieuw IP-adres]
NOTE: Op computers met Windows Vista of Windows 7 voert u deze opdracht uit met een verhoogde bevoegdheid wanneer UAC is ingeschakeld.
Er wordt een proces gestart waarbij het opgegeven IP-adres of de opgegeven hostnaam wordt gebruikt om de netwerkprinter te zoeken en te installeren. Het volledige proces wordt op de achtergrond uitgevoerd; er wordt geen gebruikersinterface weergegeven. Als de installatie is voltooid, wordt de waarde 0 weergegeven. Als de installatie mislukt, wordt een foutcode zonder nul weergegeven.
Gebruik een beheerdersaccount en voer de volgende opdracht uit op de doelcomputer om de hostnaam van een netwerkprinter te wijzigen:
START /WAIT /D C:\Program Files\HP\[productnaam]\Bin DeviceSetup.exe /serialnumber [serienummerprinter] /changehostname [nieuwe hostnaam]
NOTE: In Microsoft Vista en Windows 7 voert u de opdracht uit met verhoogde bevoegdheden wanneer UAC is ingeschakeld.
Er wordt een proces gestart waarbij wordt geprobeerd de netwerkprinter te vinden met behulp van het ingevoerde serienummer. Vervolgens wordt de nieuwe hostnaam toegepast. Het volledige proces wordt op de achtergrond uitgevoerd; er wordt geen gebruikersinterface weergegeven. Als de bewerking is voltooid, wordt de waarde 0 weergegeven. Als de update mislukt, wordt er een foutcode zonder nul weergegeven.

Mogelijke problemen

Hieronder staan enkele problemen die ertoe kunnen leiden dat de update mislukt:
  • DeviceSetup.exe werkt mogelijk niet in Windows Vista en Windows 7 vanwege UAC. Voer DeviceSetup.exe uit met verhoogde bevoegdheid wanneer UAC is ingeschakeld.
  • Mogelijk hebt u niet het juiste serienummer ingevoerd. Zorg ervoor dat u het juiste serienummer voor de netwerkprinter invoert in de opdrachtregel.
Bij de installatie van een netwerkprinter moeten de HP software en drivers via het netwerk communiceren met de printer. Firewallsoftware kan deze communicatie verstoren. Voeg in dat geval regels toe aan de firewallsoftware zodat de volgende toepassingen kunnen communiceren met printers in het lokale subnet:
{Program Files}\HP\{Modelnaam}\bin\HPNetworkCommunicator.exe
Het merendeel van de gegevensoverdracht tussen de computer en de printer gebeurt via HTTP (doorgaans poort 80 of poort 8080). Bij afdrukken wordt ook een TCP-verbinding op poort 3910 en 9100 gebruikt. In de meeste gevallen staat de firewall dit verkeer zonder problemen toe. Als uw firewallsoftware dit verkeer niet toestaat, maakt u een regel zodat de HP software met de printer kan communiceren.
HP gebruikt Web Services Discovery om verbindingen met HP printers te zoeken en tot stand te brengen. Andere delen van de HP oplossing communiceren met de printer via HTTPS (doorgaans poort 443 of 8443). In de meeste gevallen staat de firewall dit verkeer toe. De volgende toepassingen worden niet getroffen als dit verkeer wordt geblokkeerd:
  • {Program Files}\HP\{Modelnaam}\bin\DigitalFaxWizard.exe (bij gebruik van afdrukken naar fax)
  • {Program Files}\HP\{Modelnaam}\bin\ScanToFolderWizard.exe
  • {Program Files}\HP\{Modelnaam}\bin\ScanToEmailWizard.exe
Lees deze sectie voor extra technische details met betrekking tot de installatie.

Web Services Discovery (WSD)

HPNetworkCommunicator.exe gebruikt Web Services Discovery (WSD) om tijdens en na de installatie met HP printers te communiceren. Bij het zoeken naar een printer verzendt HP multicast- of unicast-UDP-pakketten. De printer ontvangt de gegevens van de zoekopdracht en stuurt de software pertinente informatie via een poort in het kortstondige poortbereik 49152-65535 van Microsoft Windows.

Zoekprotocollen (UDP/TCP)

Bij het zoeken naar een lijst met printers start WSD een multicast-zoekopdracht (UDP) naar IP 239.255.255.250 op poort 3702. Nadat de printer is geïnstalleerd en voorafgaand aan elke printerhandeling (bijvoorbeeld afdrukken, scannen of faxen) controleert HP of er communicatie mogelijk is. HP noemt deze actie "opnieuw detecteren". Hiervoor verzendt WSD een multicast-UDP-pakket om het IP-adres van de printer te herkennen. Bij het zoeken naar een printer met behulp van het IP-adres maakt WSD een TCP-socket via poort 80. Dit wordt gewoonlijk onder specifieke omstandigheden gedaan.

Windows XP-gebruikers

Windows XP biedt geen ondersteuning voor het standaard WSD-protocol. HP heeft een interne oplossing ontwikkeld die vrijwel identiek werkt aan het geïmplementeerde protocol voor Windows Vista en Windows 7. Het grootste verschil is wanneer u een printer zoekt op basis van het IP-adres. Bij een zoekopdracht met het IP-adres in Windows XP verzendt HP unicast-UDP-zoekgegevens.

Installatie door een IP-adres op te geven

Als u de software installeert via de opdrachtregel en u een IP-adres opgeeft in de opdrachtregel, gebruikt HP het IP-adres om uw printer te zoeken. Voor opnieuw detecteren voert HP echter een unicast-UDP-zoekopdracht of een TCP-verbinding (met poort 80) uit. Uw firewallsoftware kan dit soort activiteiten blokkeren. Maak in dat geval een regel voor HPNetworkCommunicator.exe om communicatie toe te staan. Als u de installatie uitvoert via de grafische gebruikersinterface en uw printer niet kan worden gevonden via de multicast-zoekmethode, krijgt u de optie de printer te installeren door het IP-adres op te geven. Als u de optie voor installatie via het IP-adres krijgt, blokkeert uw firewall het verkeer of biedt uw netwerk geen ondersteuning voor multicasting. De software maakt daarin geen onderscheid. Als het probleem wordt veroorzaakt door de firewall en uw printer zich in hetzelfde subnet bevindt als de computer, raadt HP u aan regels te maken in uw firewallsoftware zodat multicast-zoekopdrachten van HPNetworkCommunicator.exe worden toegestaan. Zie Multicast-detectie voor meer informatie.

Compatibiliteit met de volledige softwareoplossing

De softwareoplossing voor bedrijven is slechts een configuratie van de volledige software, zodat het software-installatieprogramma zich gedraagt alsof de bedrijfssoftware dezelfde is als de normale softwareoplossing. Als een van de softwareversies al is geïnstalleerd, gedraagt de software zich alsof de software al is geïnstalleerd.
ProcedureGenomen acties Resultaat
Eerst bedrijfsversie installeren
  1. Bedrijfsversie v2.0 installeren
  2. Software-cd v2.0 of ouder (v1.0) uitvoeren
De software-cd vertelt de gebruiker dat de software al is geïnstalleerd. Andere MSI-pakketten die nog niet zijn geïnstalleerd (Help, programma voor verbetering van de klantervaring, Microsoft-werkbalk) worden aan de gebruiker aangeboden.
Upgraden naar volledige oplossing
  1. Bedrijfsversie v2.0 installeren
  2. Software-cd v3.0 uitvoeren
Met de software-cd kan de gebruiker de oplossing upgraden en de volledige softwareoplossing installeren.
Eerst volledige oplossing installeren
  1. Volledige software installeren vanaf cd v2.0
  2. Bedrijfsinstallatie v2.0 uitvoeren (msiexec /i [MSI] uitvoeren)
De bedrijfsinstallatie slaagt en er worden geen wijzigingen aangebracht in de bestaande installatie (de volledige oplossing blijft geïnstalleerd).
Proberen een oudere bedrijfsrelease te installeren
  1. Volledige software installeren vanaf cd v2.0
  2. Bedrijfsinstallatie v1.0 uitvoeren (msiexec /i [MSI] uitvoeren)
De bedrijfsinstallatie mislukt omdat er al een nieuwere versie is geïnstalleerd.
Upgraden naar bedrijfsoplossing
  1. Volledige software installeren vanaf cd v2.0
  2. Bedrijfsinstallatie v3.0 uitvoeren (msiexec /i [MSI] uitvoeren)
De bedrijfsinstallatie voert een upgrade uit van de software, verwijdert de volledige oplossing en installeert alleen de onderdelen die zijn geconfigureerd voor de bedrijfsversie.
In deze sectie wordt beschreven hoe u bestanden van de releasekopie kunt verwijderen. Maak een batchbestand in uw ontwikkelingssysteem om de aanpassing uit te voeren. De eenvoudigste manier is het script kopiëren, het script plakken in een bestand en het bestand de naam custom.bat geven. Open een opdrachtregel voor de map met de releasekopie en voer het batch-bestand uit vanaf die locatie. Het batch-bestand stelt enkele vragen en verwijdert vervolgens de overbodige bestanden.
@echo off
echo Enterprise-versie maken
echo Hiermee worden bestanden in de huidige map verwijderd om de versie te kunnen maken.
echo Druk nu op Ctrl+C als dat niet is wat u wilt doen
pause
SET /P FAX="Include FAX? [Y|N] "
SET /P PLATFORM="32 bit, 64 bit, or Both? [32|64|Both] "
SET /P LANGUAGE="Taalcode of Alle opgeven? [{LanguageID}|All] "
rmdir /Q /S Optional
rmdir /Q /S HP
rmdir /Q /S Microsoft
rmdir /Q /S Toolbar
rmdir /Q /S Required
rmdir /Q /S licensing
del /F /Q Full_*.cab
del /F Setup.exe
del /F HP-DQEX5.exe
del /F autorun.inf
del /F ReadMe.chm if "%FAX%"=="N" (
pushd Drivers
rmdir /Q /S Fax
popd
del /F /Q HP*_fax.inf
del /F /Q HP*_fax*.cat
) ELSE (
REM De nullfax-driver kan zijn opgenomen in de MSI in K3.5/K4, maar we zullen de driver desondanks proberen te verwijderen
del /F /Q HP*_nullfax*.inf
del /F /Q HP*_nullfax*.cat
)
if "%PLATFORM%"=="32" (
del /F /Q *x64,msi
del /F /Q *x64,cab
del /F /Q *x64_*.mst
)
if "%PLATFORM%"=="64" (
del /F /Q *x86,msi
del /F /Q *x86,cab
del /F /Q *x86_*.mst
)
if "%LANGUAGE%"=="All" GOTO :SKIP_LANGUAGES
FOR %%F in (*%LANGUAGE%*.mst) DO ren "%%F" "%%~nF._mst"
del /F /Q *.mst
FOR %%F in (*._mst) DO ren "%%F" "%%~nF.mst"
:SKIP_LANGUAGES
echo Alles gereed!
©2012 Hewlett-Packard Development Company, L.P. De informatie in dit document kan zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd. De enige garanties voor producten en services van HP worden expliciet uiteengezet in de garantieverklaringen die bij de desbetreffende producten en services worden verstrekt. Niets in deze verklaringen dient te worden opgevat als aanvullende garantie. HP kan niet aansprakelijk worden gehouden voor technische of redactionele fouten of omissies in de verklaringen.
HP Officejet Pro 8600 e-All-in-One Printer - N911a

HP Support forums

Find solutions and collaborate with others on the HP Support Forum