Naar inhoud gaan

HP Officejet Pro K550 Printer ondersteuning

Windows-fout: 'Er zijn geen HP apparaten gevonden. HP Solution Center wordt nu afgesloten.'

  • AfdrukkenAfdrukken
Dit document is van toepassing op alle HP printers die vóór 2010 zijn gefabriceerd.
Het volgende bericht verschijnt op de pc wanneer u HP Solution Center probeert te openen: 'Er zijn geen HP apparaten gevonden. HP Solution Center wordt nu afgesloten.' Voer de aanbevolen stappen uit voor het Windows-besturingssysteem dat u gebruikt.
Voer de volgende stappen, behorend bij uw Windows 8-verbindingstype, in de aangegeven volgorde uit om het probleem te verhelpen.
OPMERKING:Als u niet de nieuwste versie van Windows 8 gebruikt, is de informatie in dit document mogelijk niet correct. De nieuwste versie is verkrijgbaar in de Microsoft Store.
De foutmelding kan optreden als de printer tijdens de software-installatie niet was aangesloten. Als uw printer is aangesloten met een USB-kabel, zorg er dan voor dat de USB-kabel is aangesloten en de software is geïnstalleerd.
OPMERKING:Voor enkele van de volgende oplossingen moet u de computer opnieuw opstarten. Het is verstandig deze pagina aan uw favorieten toe te voegen, zodat u dit document kunt raadplegen nadat u de computer opnieuw heeft opgestart.

Oplossing één: De verbinding van de printer controleren

Doe het volgende om er zeker van te zijn dat de printer correct is aangesloten op de pc.
  1. Zorg dat de USB-kabel stevig vastzit op de achterzijde van de printer en op de computer.
  2. Druk op de aan/uit-knop () om de printer uit te schakelen.
  3. Zet de printer weer aan.
  4. Probeer HP Solution Center opnieuw te openen.
    1. Klik zo nodig met de rechtermuisknop (of houd uw vinger) op de linkerbenedenhoek van het startscherm.
    2. Klik of tik op Bureaublad.
    3. Klik of tik vanaf het Bureaublad op het pictogram van uw printer. HP Solution Center wordt geopend.

Oplossing twee: Controleer of de printerdriver is geïnstalleerd

De foutmelding kan optreden als de printerdriver niet is geïnstalleerd. Volg deze stappen om te controleren of de printerdriver in de map Printers op de pc staat.
Stap 1: De map Printers openen en het printerpictogram zoeken
Als het pictogram van de printer niet in de map Printers wordt weergegeven, kan dit aangeven dat de printerdriver niet is geïnstalleerd. Controleer of het pictogram van de printer wordt weergegeven in de map Printers.
  1. Klik met de rechtermuisknop op de knop Start () ) of linksonder in het scherm en klik vervolgens op Zoeken.
  2. Typ Apparaten en printers in het vak Zoeken en klik vervolgens op Apparaten en printers.
  3. Zoek naar een pictogram dat de printer voorstelt ().
    • Als u het DIM-pictogram ziet, stopt u met de stappen van deze oplossing en gaat u verder met de volgende oplossing in dit document.
    • Als u het pictogram niet ziet, gaat u verder met de stappen in deze oplossing.
Stap 2: Alle HP printersoftware en drivers verwijderen
Deze foutmelding kan verschijnen als er al vooraf geladen software of een andere versie van HP software is geïnstalleerd. Volg deze stappen om de HP software volledig te verwijderen en opnieuw te installeren.
  1. Koppel de USB-kabel los van zowel de printer als de computer (als u de kabel al had aangesloten). Is de printer met een netwerk verbonden, laat die verbinding dan in stand.
  2. Druk op de aan/uit-knop om de printer in te schakelen.
  3. Klik met de rechtermuisknop op de knop Start () of de linkerbenedenhoek van het scherm en klik op Programma's en onderdelen.
  4. Klik met de rechtermuisknop op de naam van uw HP printer en klik op Verwijderen.
  5. Volg de aanwijzingen op het scherm om de software te verwijderen.
  6. Herhaal deze stappen voor elke vermelding van uw printer tot uw printer niet meer in de lijst voorkomt.
    Als tijdens het verwijderen van de software een foutbericht wordt weergegeven, volgt u deze stappen.
    1. Klik op OK om het foutbericht te sluiten.
    2. Klik met de rechtermuisknop op de Start-knop () in de linkerbenedenhoek van het scherm, klik op Zoeken en typ vervolgens systeembeheer.
    3. Klik op Systeembeheer in de resultaten.
    4. Dubbelklik op Afdrukbeheer en dubbelklik vervolgens op Alle stuurprogramma's.
    5. Zoek elke instantie van de printer die u probeert te verwijderen, klik met de rechtermuisknop op de naam en klik vervolgens op Verwijderen.
    6. Sluit het venster Afdrukbeheer, keer terug naar Programma's en onderdelen en ga vervolgens verder met het verwijderen van de resterende printersoftware.
Stap 3: De printerdriver opnieuw installeren
Download en installeer de meest recente printerdriver voor volledige printerfunctionaliteit.
Video over het downloaden en installeren van de software met volledige functionaliteit
De volgende video laat zien hoe u de software met volledige functionaliteit downloadt en installeert via een USB-verbinding in Windows 8.
Als de video niet correct wordt weergegeven of u de video in een ander formaat wilt bekijken, bekijk de video dan op YouTube .
  1. Zet de printer aan.
  2. Koppel de USB-kabel los van zowel de printer als de computer (als u de kabel al had aangesloten). Als de printer met uw netwerk is verbonden, laat u die verbinding in stand.
  3. Als de pagina Welkom bij HP ondersteuning wordt geopend, gaat u als volgt te werk:
    1. Typ het modelnummer van uw printer.
    2. Klik op Go.
      Wellicht moet u het modelnummer van uw printer selecteren in een lijst met vergelijkbare printermodellen.
  4. Selecteer uw besturingssysteem en klik op Volgende.
    Een lijst met drivers en andere downloads wordt weergegeven.
  5. Blader naar beneden en klik op Driver - Productinstallatiesoftware.
  6. Klik naast het genoemde software- en driverpakket op Downloaden en volg vervolgens de instructies op het scherm om de driver op te slaan op de computer.
OPMERKING:Als u besluit een Aangepaste installatie uit te voeren, moet u er ook voor zorgen de Beeldverwerkingsfuncties van HP te installeren ten behoeve van een volledige functionaliteit.
Stap 4: HP Solution Center proberen te openen
Probeer HP Solution Center te openen om te controleren of de installatie is geslaagd.
  1. Klik met de rechtermuisknop op de knop Start in de linkerbenedenhoek van het scherm.
  2. Klik op bureaublad, en klik vervolgens op het pictogram van uw printer. HP Solution Center wordt geopend.
Als HP Solution Center niet wordt geopend, gaat u door naar de volgende oplossing.

Oplossing drie: Controleren of de HP Digital Imaging Monitor (DIM) actief is

HP Digital Imaging Monitor (DIM) is een programma dat de communicatie tussen uw computer en de HP printer verbetert. Als de DIM niet wordt uitgevoerd, kan het volgende foutbericht worden weergegeven.
OPMERKING:Indien u de software met een aangepaste installatie hebt geïnstalleerd en u de HP Digital Imaging Device-functies niet hebt geselecteerd, dan is de DIM niet op uw pc geïnstalleerd. Als de DIM niet is geïnstalleerd, gaat u direct door naar de Windows 8-oplossing voor het verwijderen en opnieuw installeren van de printersoftware .
  1. Klik zo nodig met de rechtermuisknop of houd uw vinger linksonder in het computerscherm en klik of tik op Bureaublad.
  2. Zoek op het bureaublad van Windows 8 het DIM-pictogram () in de Meldingsbalk rechtsonder in het computerscherm.
    Figuur 1: Het DIM-pictogram in de Meldingsbalk
    Afbeelding: Het DIM-pictogram in de Meldingsbalk
    • Als u geen DIM-pictogram in de Meldingsbalk ziet, gaat u door met de stappen in deze procedure.
    • Als u het DIM-pictogram ziet, stopt u met de stappen van deze oplossing en gaat u verder met de volgende oplossing in dit document.
  3. Klik met de rechtermuisknop (of houd uw vinger) op de linkerbenedenhoek van het scherm en klik of tik op Taakbeheer.
  4. Op het tabblad Services klikt of tikt u op het tabblad Details.
  5. Zoek de processen (services) hpqtra08 en hpqste08.
    • Als de services beschikbaar zijn, stop dan met de stappen in deze oplossing en ga direct door naar de volgende oplossing in dit document.
    • Als een van de services of beide services niet beschikbaar zijn, start u de computer opnieuw op en probeert u opnieuw te scannen.

Oplossing vier: Controleren of Pml-driver HPZ12 actief is

De Pml-Driver Hpz12 is een achtergrondservice die door de drivers van HP printers wordt geïnstalleerd. Deze achtergrondservice verwerkt niet-printergerelateerde communicatie tussen de pc en de HP printer.
  1. Klik met de rechtermuisknop op de Start-knop () linksonder in het scherm. Klik op Zoeken en typ Services.
  2. Klik op Services.
  3. Zoek Pml Driver HPZ12 onder de kolom Naam.
  4. Controleer of de status van de Pml-driver HPZ12 Gestart is.
    • Als de status Gestart is, stopt u met de stappen in deze oplossing en gaat u verder met de volgende oplossing in dit document.
    • Als de status niet Gestart is, gaat u verder met de stappen in deze oplossing.
  5. Dubbelklik op Pml Driver HPZ12. Het venster Eigenschappen Pml-driver HPZ12 wordt geopend.
  6. Klik onder Servicestatus op Start en vervolgens op OK.
  7. Start de computer opnieuw op.
      1. Verplaats de muisaanwijzer naar rechtsboven of rechtsonder in het scherm om de Charms-balk te openen.
      2. Klik op Instellingen.
      3. Klik op Aan/Uit en vervolgens op Opnieuw opstarten.
  8. Wanneer de computer opnieuw opstart, klikt u op de startknop en vervolgens op Taakbeheer.
  9. Controleer in het venster Taakbeheer of de Pml-driver HPZ12 wordt uitgevoerd.
    • Als de Pml-driver HPZ12 wordt uitgevoerd, probeert u HP Solution Center opnieuw te openen.
    • Als de Pml-driver HPZ12 nog steeds niet wordt uitgevoerd, gaat u door met de volgende oplossing in dit document.

Oplossing vijf: De software verwijderen en opnieuw installeren

Deze foutmelding kan verschijnen als er al vooraf geladen software of een andere versie van HP software is geïnstalleerd. Volg deze stappen om de HP software volledig te verwijderen en opnieuw te installeren.
Stap 1: De printersoftware verwijderen
Verwijder alle vooraf geladen of bestaande HP printersoftware van uw computer.
  1. Koppel de USB-kabel los van zowel de printer als de computer (als u de kabel al had aangesloten). Is de printer met een netwerk verbonden, laat die verbinding dan in stand.
  2. Druk op de aan/uit-knop om de printer in te schakelen.
  3. Klik met de rechtermuisknop op de knop Start () of de linkerbenedenhoek van het scherm en klik op Programma's en onderdelen.
  4. Klik met de rechtermuisknop op de naam van uw HP printer en klik op Verwijderen.
  5. Volg de aanwijzingen op het scherm om de software te verwijderen.
  6. Herhaal deze stappen voor elke vermelding van uw printer tot uw printer niet meer in de lijst voorkomt.
    Als tijdens het verwijderen van de software een foutbericht wordt weergegeven, volgt u deze stappen.
    1. Klik op OK om het foutbericht te sluiten.
    2. Klik met de rechtermuisknop op de Start-knop () in de linkerbenedenhoek van het scherm, klik op Zoeken en typ vervolgens systeembeheer.
    3. Klik op Systeembeheer in de resultaten.
    4. Dubbelklik op Afdrukbeheer en dubbelklik vervolgens op Alle stuurprogramma's.
    5. Zoek elke instantie van de printer die u probeert te verwijderen, klik met de rechtermuisknop op de naam en klik vervolgens op Verwijderen.
    6. Sluit het venster Afdrukbeheer, keer terug naar Programma's en onderdelen en ga vervolgens verder met het verwijderen van de resterende printersoftware.
Stap 2: De printersoftware opnieuw installeren
Klik op de gewenste installatiemethode en volg de instructies voor het opnieuw installeren van de printersoftware.
Methode één: De HP printerinstallatiewizard gebruiken (aanbevolen)
De HP printerinstallatiewizard zoekt en installeert de beste Windows 8-printerdriver voor uw printer. Om tijd te besparen kunt u de wizard gebruiken in plaats van de andere installatiemethoden in dit document. Klik op de volgende koppeling om de HP printerinstallatiewizard te downloaden en uit te voeren.
OPMERKING:De HP printerinstallatiewizard is niet voor alle printers beschikbaar.
Koppeling naar hulpprogrammaBestandsgrootte
HP printerinstallatiewizard > 1 MB
Methode twee: De software downloaden en installeren van de website van HP
Voer deze stappen uit om de software voor uw printer te downloaden en te installeren vanaf de HP website.
  1. Zet de printer aan.
  2. Koppel de USB-kabel los van zowel de printer als de computer (als u de kabel al had aangesloten). Als de printer met uw netwerk is verbonden, laat u die verbinding in stand.
  3. Als de pagina Welkom bij HP ondersteuning wordt geopend, gaat u als volgt te werk:
    1. Typ het modelnummer van uw printer.
    2. Klik op Go.
      Wellicht moet u het modelnummer van uw printer selecteren in een lijst met vergelijkbare printermodellen.
  4. Selecteer uw besturingssysteem en klik op Volgende.
    Een lijst met drivers en andere downloads wordt weergegeven.
  5. Blader naar beneden en klik op Driver - Productinstallatiesoftware.
  6. Klik naast het genoemde software- en driverpakket op Downloaden en volg vervolgens de instructies op het scherm om de driver op te slaan op de computer.
OPMERKING:Als u besluit een Aangepaste installatie uit te voeren, moet u er ook voor zorgen de Beeldverwerkingsfuncties van HP te installeren ten behoeve van een volledige functionaliteit.
Stap 3: HP Solution Center proberen te openen
Probeer HP Solution Center te openen om te controleren of de installatie is geslaagd.
  1. Klik met de rechtermuisknop op de knop Start in de linkerbenedenhoek van het scherm.
  2. Klik op bureaublad, en klik vervolgens op het pictogram van uw printer. HP Solution Center wordt geopend.
De foutmelding kan verschijnen als de printer tijdens de installatie van de software niet was aangesloten. Als uw printer is aangesloten via een bekabeld (Ethernet) of draadloos netwerk, moet u ervoor zorgen dat de printer op het juiste netwerk is aangesloten en dat de software is geïnstalleerd.

Oplossing één: Controleren of de pc verbinding heeft met het juiste netwerk

Voer deze stappen uit om te controleren of uw computer is verbonden met uw netwerk.
Stap 1: De verbinding controleren
Volg deze stappen om de kabelaansluitingen en de status van de printer te controleren.
Als u gebruikmaakt van een draadloos netwerktype, volgt u de instructies om ervoor te zorgen dat u bent verbonden.
  1. Klik met de rechtermuisknop in de linkerbenedenhoek van het scherm op de knop Start () en klik dan op Bureaublad om het bureaublad te openen.
  2. Klik op het pictogram Draadloos in het systeemvak van uw computer naast de klok.
    Figuur 2: Het pictogram Draadloos in het systeemvak
    Afbeelding: Het pictogram Draadloos in het systeemvak
    • Als het draadloze netwerk dat wordt weergegeven als Verbonden van u is, gaat u naar de volgende oplossing.
    • Als het pictogram Draadloos door een vliegtuigsymbool is vervangen, is de Vliegtuigstand ingeschakeld. Klik op het vliegtuigpictogram, schuif de schuifregelaar van de Vliegtuigstand naar Uit en maak vervolgens verbinding met uw draadloze netwerk.
      Figuur 3: Voorbeeld van ingeschakelde Vliegtuigstand
      Afbeelding: Voorbeeld van ingeschakelde Vliegtuigstand
    • Als het weergegeven draadloze netwerk niet van u is (als u bijvoorbeeld met een ander lokaal netwerk bent verbonden), maakt u opnieuw verbinding met uw eigen netwerk voordat u verdergaat.
Als u gebruikmaakt van een bekabeld (Ethernet) netwerktype, volgt u de instructies om ervoor te zorgen dat u bent verbonden.
  1. Zoek de twee verbindingslampjes van de Ethernet-poort aan de achterkant van de printer.
    Figuur 4: De twee verbindingslampjes van de Ethernet-poort van de printer
    Afbeelding: De twee verbindingslampjes van de Ethernet-poort van de printer
    1 - Het groene verbindingslampje geeft de printerverbinding aan.
    2 - Het oranje verbindingslampje geeft de netwerkcommunicatie aan.
  2. Controleer de verbindingslampjes van de Ethernet-poort waarop de kabel is aangesloten.
    • Als de kabel is aangesloten, moet het groene verbindingslampje ononderbroken branden en moet het oranje activiteitslampje knipperen. Als de lampjes werken zoals verwacht, gaat u verder naar de stap voor het tijdelijk uitschakelen van firewalls van derden.
    • Als de lampjes niet werken zoals verwacht, gaat u verder met deze stappen.
  3. Bekijk de Ethernet-kabel die op de achterkant van de printer is aangesloten en controleer of het geen telefoonsnoer is (Ethernet-kabels en telefoonsnoeren zien er vergelijkbaar uit).
    Figuur 5: Voorbeeld van een Ethernet-kabel (gebruik geen telefoonsnoer)
    Afbeelding: Voorbeeld van een Ethernet-kabel (gebruik geen telefoonsnoer)
  4. Controleer of de Ethernet-kabel op een Ethernet-aansluiting is aangesloten en niet op een telefoonaansluiting. De juiste aansluiting wordt aangegeven met het Ethernet-pictogram ().
  5. Koppel de Ethernet-kabel aan de achterkant van de printer los en koppel de kabel vervolgens los van de router.
  6. Sluit de Ethernet-kabel opnieuw aan op de achterkant van de printer en sluit de kabel vervolgens aan op een andere geldige poort aan de achterzijde van de router. Controleer of de kabel niet is aangesloten op een routerpoort die bestemd is voor internettoegang.
  7. Probeer een andere Ethernet-kabel aan te sluiten als de verbindingslampjes nog steeds niet aangeven dat er verbinding is.
  8. Klik op Zoeken in het installatievenster 'Kan printer niet vinden'.
Stap 2: Een netwerkconfiguratiepagina afdrukken
Druk een netwerkconfiguratiepagina af om de instellingen voor het netwerk en het IP-adres van de printer te bekijken.
  1. Druk op het bedieningspaneel van de printer op de knop Instellingen ().
  2. Druk op de pijltoets naar links () of naar rechts () om Netwerk te selecteren.
  3. Druk op de pijltoets naar links () of naar rechts () om Netwerkconfiguratiepagina afdrukken of Netwerkinstellingen afdrukken te selecteren.
  4. Noteer het IP-adres
    Een IP-adres is een adres dat bestaat uit nummers, gescheiden door punten, als unieke aanduiding van een bepaalde pc in een netwerk.
    van uw printer. U vindt dit IP-adres op de pagina die wordt afgedrukt.
OPMERKING:Een IP-adres is een reeks getallen, bijvoorbeeld 192.168.11.200.
Stap 3: De printer pingen
Ping de printer om te verifiëren dat de computer met de printer kan communiceren.
  1. Klik met de rechtermuisknop of tik en houd uw vinger op de linkeronderhoek van het scherm en klik of tik vervolgens op Uitvoeren.
  2. Typ cmd in het vak Openen en druk op Enter. Er verschijnt een venster met een opdrachtprompt.
  3. Typ Ping in het venster met de opdrachtregel, druk één keer op de spatiebalk en typ vervolgens het IP-adres van uw printer, met inbegrip van spaties en punten.
  4. Druk op Enter.
    • Als de computer verbinding maakt met de printer, ga dan door naar de volgende stap.
    • Als de computer geen verbinding kan maken met de printer, gaat u direct verder naar de volgende oplossing.
Stap 4: HP Solution Center proberen te openen
Probeer HP Solution Center te openen om te controleren of de installatie is geslaagd.
  1. Klik met de rechtermuisknop op de knop Start in de linkerbenedenhoek van het scherm.
  2. Klik op bureaublad, en klik vervolgens op het pictogram van uw printer. HP Solution Center wordt geopend.

Oplossing twee: Controleren of de Digital Imaging Monitor actief is en HP Solution Center opnieuw openen

HP Digital Imaging Monitor (DIM) is een programma dat de communicatie tussen uw computer en de HP printer verbetert. Als de DIM niet wordt uitgevoerd, kan het volgende foutbericht worden weergegeven.
OPMERKING:Indien u de software met een aangepaste installatie hebt geïnstalleerd en u de HP Digital Imaging Device-functies niet hebt geselecteerd, dan is de DIM niet op uw pc geïnstalleerd. Als de DIM niet is geïnstalleerd, gaat u direct door naar de Windows 8-oplossing voor het verwijderen en opnieuw installeren van de printersoftware .
  1. Klik zo nodig met de rechtermuisknop of houd uw vinger linksonder in het computerscherm en klik of tik op Bureaublad.
  2. Zoek op het bureaublad van Windows 8 het DIM-pictogram () in de Meldingsbalk rechtsonder in het computerscherm.
    Figuur 6: Het DIM-pictogram in de Meldingsbalk
    Afbeelding: Het DIM-pictogram in de Meldingsbalk
    • Als u geen DIM-pictogram in de Meldingsbalk ziet, gaat u door met de stappen in deze procedure.
    • Als u het DIM-pictogram ziet, stopt u met de stappen van deze oplossing en gaat u verder met de volgende oplossing in dit document.
  3. Klik met de rechtermuisknop (of houd uw vinger) op de linkerbenedenhoek van het scherm en klik of tik op Taakbeheer.
  4. Op het tabblad Services klikt of tikt u op het tabblad Details.
  5. Zoek de processen (services) hpqtra08 en hpqste08.
    • Als de services beschikbaar zijn, stop dan met de stappen in deze oplossing en ga direct door naar de volgende oplossing in dit document.
    • Als een van de services of beide services niet beschikbaar zijn, start u de computer opnieuw op en probeert u opnieuw te scannen.

Oplossing drie: Controleren of de PML-driver HPZPML actief is

De Pml-Driver Hpz12 is een achtergrondservice die door de drivers van HP printers wordt geïnstalleerd. Deze achtergrondservice verwerkt niet-printergerelateerde communicatie tussen de pc en de HP printer.
  1. Klik met de rechtermuisknop op de Start-knop () linksonder in het scherm. Klik op Zoeken en typ Services.
  2. Klik op Services.
  3. Zoek Pml Driver HPZ12 onder de kolom Naam.
  4. Controleer of de status van de Pml-driver HPZ12 Gestart is.
    • Als de status Gestart is, stopt u met de stappen in deze oplossing en gaat u verder met de volgende oplossing in dit document.
    • Als de status niet Gestart is, gaat u verder met de stappen in deze oplossing.
  5. Dubbelklik op Pml Driver HPZ12. Het venster Eigenschappen Pml-driver HPZ12 wordt geopend.
  6. Klik onder Servicestatus op Start en vervolgens op OK.
  7. Start de computer opnieuw op.
      1. Verplaats de muisaanwijzer naar rechtsboven of rechtsonder in het scherm om de Charms-balk te openen.
      2. Klik op Instellingen.
      3. Klik op Aan/Uit en vervolgens op Opnieuw opstarten.
  8. Wanneer de computer opnieuw opstart, klikt u op de startknop en vervolgens op Taakbeheer.
  9. Controleer in het venster Taakbeheer of de Pml-driver HPZ12 wordt uitgevoerd.
    • Als de Pml-driver HPZ12 wordt uitgevoerd, probeert u HP Solution Center opnieuw te openen.
    • Als de Pml-driver HPZ12 nog steeds niet wordt uitgevoerd, gaat u door met de volgende oplossing in dit document.

Oplossing vier: De firewall configureren en een apparaat toevoegen

De foutmelding kan optreden als de beveiligings- of firewallinstellingen de communicatie met de printer verhinderen. Volg deze stappen om alle HP programma's in de firewall van derden te deblokkeren en een apparaat toe te voegen.
Stap 1: De firewall configureren zodat deze een verbinding met de All-in-One doorlaat
Firewall-instellingen op uw computer kunnen de verbinding met de printer verhinderen. Controleer of uw firewall-instellingen HP programma's blokkeren.
  1. Gebruik de volgende lijst om de meeste firewallproblemen op te lossen. Voor meer informatie over firewallinstellingen neemt u contact op met de fabrikant van de firewall.
    • Controleer regelmatig of er nieuwe versies van de firewallsoftware en beveiligingsupdates beschikbaar zijn.
    • Selecteer indien mogelijk de beveiligingsinstelling Gemiddeld wanneer u verbonden bent met uw netwerk.
    • Selecteer indien mogelijk de instelling Vertrouwde zone wanneer u verbonden bent met uw netwerk.
    • Zet aangepaste firewallinstellingen terug naar de standaardinstellingen.
    • Schakel waarschuwingsberichten van de firewall in en klik op Toestaan, Toelaten of Deblokkeren als er waarschuwingen verschijnen tijdens het installeren van HP software of het gebruik van de printer. Als een waarschuwing de optie Deze actie onthouden of Een regel hiervoor maken bevat, selecteert u deze.
    • Gebruik niet meer dan één firewall tegelijk.
    • Voer handmatig een IP-adres in om de verbinding tussen de pc en de printer te verbeteren.
    Als u nog steeds geen verbinding kunt maken, gaat u verder met de volgende stap.
  2. Zoek het systeemvak
    Soms 'systeemlade' genoemd.
    rechtsonder in het scherm van uw pc, vlakbij de klok.
    Figuur 7: Voorbeelden van het systeemvak op de pc
    Afbeelding: Systeemvak.
    Afbeelding: Systeemvak.
  3. Klik met de rechtermuisknop in het systeemvak op het pictogram voor de software van derden en klik op Inschakelen. Als u de naam van uw firewallprogramma niet weet, beweegt u de muisaanwijzer over het pictogram totdat de naam van het firewallprogramma wordt weergegeven.
    OPMERKING:De optie voor het inschakelen van de software heeft mogelijk een andere naam dan 'Inschakelen'. Zoek een vergelijkbare menuoptie, zoals Starten of Inschakelen.Als deze opties niet beschikbaar zijn, opent u de firewall en klikt u op de optie voor opnieuw starten.
  4. Zoek uw firewall in de volgende tabel en klik op de koppeling voor de stappen om de firewall te configureren.
  5. Wanneer u de instructies voor uw firewall hebt gevolgd, keert u terug naar dit document om de stappen te voltooien.
Stap 2: De software van de HP website downloaden
Nadat u de firewall hebt geconfigureerd, downloadt u de meest recente software vanaf de HP website.
  1. Zet de printer aan.
  2. Koppel de USB-kabel los van zowel de printer als de computer (als u de kabel al had aangesloten). Als de printer met uw netwerk is verbonden, laat u die verbinding in stand.
  3. Als de pagina Welkom bij HP ondersteuning wordt geopend, gaat u als volgt te werk:
    1. Typ het modelnummer van uw printer.
    2. Klik op Go.
      Wellicht moet u het modelnummer van uw printer selecteren in een lijst met vergelijkbare printermodellen.
  4. Selecteer uw besturingssysteem en klik op Volgende.
    Een lijst met drivers en andere downloads wordt weergegeven.
  5. Blader naar beneden en klik op Driver - Productinstallatiesoftware.
  6. Klik naast het genoemde software- en driverpakket op Downloaden en volg vervolgens de instructies op het scherm om de driver op te slaan op de computer.
OPMERKING: Klik in het venster De software verwijderen of een apparaat toevoegen op Voeg een apparaat toe.
Stap 3: HP Solution Center proberen te openen
Probeer HP Solution Center te openen om te controleren of de installatie is geslaagd.
  1. Klik met de rechtermuisknop op de knop Start in de linkerbenedenhoek van het scherm.
  2. Klik op bureaublad, en klik vervolgens op het pictogram van uw printer. HP Solution Center wordt geopend.

Oplossing vijf: De HP software volledig verwijderen en opnieuw installeren

Deze foutmelding kan verschijnen als er al vooraf geladen software of een andere versie van HP software is geïnstalleerd. Ga als volgt te werk om de HP software te verwijderen en vervolgens opnieuw te installeren.
Stap 1: De printersoftware verwijderen
Verwijder alle vooraf geladen of bestaande HP printersoftware van uw computer.
OPMERKING:Koppel de printer niet los van het netwerk om de installatie van de software ongedaan te maken.
  1. Klik met de rechtermuisknop op de Start-knop () in de linkeronderhoek van het scherm en klik op Programma's en onderdelen.
  2. Klik met de rechtermuisknop op de naam van uw HP printer en klik op Verwijderen.
  3. Volg de aanwijzingen op het scherm om de software te verwijderen.
Stap 2: Alle Terminate and Stay Resident-programma's en andere achtergrondprogramma's uitschakelen
Wanneer de pc is ingeschakeld, wordt automatisch een softwaregroep met de naam 'Terminate and Stay Resident (TSR)' geladen. Deze programma's activeren computerhulpprogramma's zoals anti-virussoftware, maar zijn niet nodig voor de werking van de computer. Het gebeurt soms dat TSR's verhinderen dat de printersoftware wordt geladen en dat de software daardoor niet correct wordt geïnstalleerd. Het hulpprogramma MSCONFIG verhindert dat TSR-programma's en services worden gestart.
  1. Klik met de rechtermuisknop op de Start-knop () in de linkeronderhoek van het scherm, klik op Uitvoeren, typ msconfig en klik vervolgens op OK.
    Als het venster Gebruikersaccountbeheer wordt geopend met het bericht Windows heeft uw toestemming nodig om door te gaan, klikt u op Doorgaan om het venster te sluiten.
  2. Klik of tik in het venster Systeemconfiguratie op het keuzerondje naast Selectief opstarten en klik vervolgens op het vakje naast Opstartonderdelen laden om het vinkje te verwijderen.
  3. Klik op het tabblad Services op het selectievakje Alle Microsoft-services verbergen en klik vervolgens op Alles uitschakelen.
  4. Klik op Toepassen en klik vervolgens op OK.
  5. Klik op Opnieuw opstarten als u wordt gevraagd de computer opnieuw op te starten.
  6. Nadat de computer opnieuw is opgestart, verschijnt het bericht Hulpprogramma voor systeemconfiguratie op de computer. Schakel het selectievakje Dit bericht niet meer weergeven in en klik vervolgens op OK.
Stap 3: Tijdelijke bestanden en mappen verwijderen met behulp van het hulpprogramma Schijfopruiming
Volg deze stappen om tijdelijke bestanden en mappen te verwijderen, zodat u zeker weet dat alle HP bestanden zijn verwijderd, om zo de prestaties van de pc te verbeteren.
  1. Klik met de rechtermuisknop op de Start-knop () linksonder in het scherm, klik op Zoeken en typ vervolgens Schijfopruiming.
  2. Klik op Schijfruimte vrijmaken door onnodige bestanden te verwijderen.
  3. Selecteer het station dat het besturingssysteem bevat en klik op OK.
  4. Schijfopruiming analyseert de harde schijf en toont vervolgens een rapport met een lijst opties met selectievakjes ernaast.
  5. Selecteer de juiste selectievakjes om overbodige onderdelen te verwijderen. Het hulpprogramma Schijfopruiming maakt ruimte vrij op de harde schijf van uw pc door het volgende te doen:
    • Verwijdert tijdelijke internetbestanden
    • Verwijdert gedownloade programmabestanden
    • Maakt de prullenbak leeg
    • Verwijdert bestanden uit de tijdelijke map
    • Verwijdert bestanden die door andere hulpprogramma's van Windows werden gemaakt
    • Verwijdert optionele Windows-componenten die niet worden gebruikt
  6. Nadat u de onderdelen hebt geselecteerd die u wilt verwijderen, klikt u op OK.
Stap 4: De printerdriver opnieuw installeren
Download en installeer de meest recente printerdriver voor volledige printerfunctionaliteit.
  1. Zet de printer aan.
  2. Koppel de USB-kabel los van zowel de printer als de computer (als u de kabel al had aangesloten). Als de printer met uw netwerk is verbonden, laat u die verbinding in stand.
  3. Als de pagina Welkom bij HP ondersteuning wordt geopend, gaat u als volgt te werk:
    1. Typ het modelnummer van uw printer.
    2. Klik op Go.
      Wellicht moet u het modelnummer van uw printer selecteren in een lijst met vergelijkbare printermodellen.
  4. Selecteer uw besturingssysteem en klik op Volgende.
    Een lijst met drivers en andere downloads wordt weergegeven.
  5. Blader naar beneden en klik op Driver - Productinstallatiesoftware.
  6. Klik naast het genoemde software- en driverpakket op Downloaden en volg vervolgens de instructies op het scherm om de driver op te slaan op de computer.
OPMERKING:Als u besluit een Aangepaste installatie uit te voeren, moet u er ook voor zorgen de Beeldverwerkingsfuncties van HP te installeren ten behoeve van een volledige functionaliteit.
Stap 5: Opstartservices en -items opnieuw activeren
Volg deze stappen om de normale opstartservices en -items op uw computer opnieuw te activeren.
  1. Klik met de rechtermuisknop op de Start-knop () in de linkeronderhoek van het scherm, klik op Uitvoeren, typ msconfig en klik vervolgens op OK.
    Als het venster Gebruikersaccountbeheer wordt geopend met het bericht Windows heeft uw toestemming nodig om door te gaan, klikt u op Doorgaan om het venster te sluiten.
  2. Klik in het venster Systeemconfiguratie op het keuzerondje naast Normaal opstarten.
  3. Klik op Toepassen en klik vervolgens op OK.
  4. Klik op Opnieuw opstarten als u wordt gevraagd de computer opnieuw op te starten.
Stap 6: HP Solution Center proberen te openen
Probeer HP Solution Center te openen om te controleren of de installatie is geslaagd.
  1. Klik met de rechtermuisknop op de knop Start in de linkerbenedenhoek van het scherm.
  2. Klik op bureaublad, en klik vervolgens op het pictogram van uw printer. HP Solution Center wordt geopend.
Voer de volgende stappen, behorend bij uw Windows 7-verbindingstype, in de aangegeven volgorde uit om het probleem te verhelpen.
De foutmelding kan verschijnen als de printer tijdens de installatie van de software niet was aangesloten. Als uw printer is aangesloten met een USB-kabel, zorg er dan voor dat de USB-kabel is aangesloten en de software is geïnstalleerd.

Oplossing één: De printerstatus controleren

Doe het volgende om er zeker van te zijn dat de printer correct is aangesloten op de pc.
  1. Zorg dat de USB-kabel goed is aangesloten op de achterzijde van de printer en op de pc.
  2. Druk op de aan/uit-knop om de printer uit te schakelen en schakel het vervolgens opnieuw in.
  3. Probeer HP Solution Center opnieuw te openen:
    Klik op het Windows-pictogram (), Programma's, HP en op HP Solution Center.

Oplossing twee: Controleren of de printer wordt vermeld in de map Printers

De foutmelding kan optreden als de printerdriver niet is geïnstalleerd. Volg deze stappen om te controleren of de printerdriver in de map Printers op de pc staat.
Stap 1: De map Printers openen en het printerpictogram zoeken
Als het pictogram van de printer niet in de map Printers wordt weergegeven, kan dit aangeven dat de printerdriver niet is geïnstalleerd. Controleer of het pictogram van de printer wordt weergegeven in de map Printers.
  1. Klik op het Windows-pictogram () en klik vervolgens op Configuratiescherm.
  2. In het venster Configuratiescherm klikt u op Apparaten en printers weergeven.
  3. Zoek naar een pictogram dat de printer voorstelt ().
    • Als u het pictogram ziet, stopt u met de stappen in deze procedure en gaat u verder met de volgende oplossing in dit document.
    • Als u het pictogram niet ziet, gaat u verder met de stappen in deze oplossing.
Stap 2: Alle HP printersoftware en drivers verwijderen
Deze foutmelding kan verschijnen als er al vooraf geladen software of een andere versie van HP software is geïnstalleerd. Volg deze stappen om de HP software volledig te verwijderen en opnieuw te installeren.
  1. Ontkoppel de USB-kabel waarmee het product op de pc is aangesloten.
  2. Klik op het Windows-pictogram () en klik vervolgens op Configuratiescherm.
  3. Klik in het venster Configuratiescherm op Programma's en dubbelklik vervolgens op Programma's en functies.
  4. Zoek in de kolom Naam naar het HP product.
  5. Klik op het HP product en klik vervolgens op Verwijderen/wijzigen om het te verwijderen.
  6. Volg de instructies op het scherm om het verwijderingsproces te voltooien.
    OPMERKING:Indien u wordt gevraagd of u gedeelde bestanden wilt verwijderen, klikt u op Nee. Als u gedeelde bestanden verwijdert, werken andere programma's die deze bestanden gebruiken mogelijk niet.
Stap 3: De printerdriver opnieuw installeren
Download en installeer de meest recente printerdriver voor volledige printerfunctionaliteit.
  1. Zet de printer aan.
  2. Koppel de USB-kabel los van zowel de printer als de computer (als u de kabel al had aangesloten). Als de printer met uw netwerk is verbonden, laat u die verbinding in stand.
  3. Als de pagina Welkom bij HP ondersteuning wordt geopend, gaat u als volgt te werk:
    1. Typ het modelnummer van uw printer.
    2. Klik op Go.
      Wellicht moet u het modelnummer van uw printer selecteren in een lijst met vergelijkbare printermodellen.
  4. Selecteer uw besturingssysteem en klik op Volgende.
    Een lijst met drivers en andere downloads wordt weergegeven.
  5. Blader naar beneden en klik op Driver - Productinstallatiesoftware.
  6. Klik naast het genoemde software- en driverpakket op Downloaden en volg vervolgens de instructies op het scherm om de driver op te slaan op de computer.
OPMERKING: Klik in het venster De software verwijderen of een apparaat toevoegen op Voeg een apparaat toe.

Oplossing drie: Controleren of de HP Digital Imaging Monitor (DIM) actief is

HP Digital Imaging Monitor (DIM) is een programma dat de communicatie tussen uw computer en de HP printer verbetert. Als de DIM niet wordt uitgevoerd, kan het volgende foutbericht worden weergegeven
OPMERKING:Indien u de software met een aangepaste installatie hebt geïnstalleerd en u de HP Digital Imaging Device-functies niet hebt geselecteerd, dan is de DIM niet op uw pc geïnstalleerd. Als de DIM niet is geïnstalleerd, gaat u direct door naar de Windows 7-oplossing voor het verwijderen en opnieuw installeren van de printersoftware .
  1. Zoek het DIM-pictogram () in het systeemvak rechtsonder in het computerscherm.
    Figuur 8: Het DIM-pictogram in het systeemvak
    Het DIM-pictogram in het systeemvak
    • Als u geen DIM-pictogram in het systeemvak ziet, klikt u op Verborgen pictogrammen (). Als het DIM-pictogram nog steeds niet aanwezig is, gaat u verder met de stappen in deze procedure.
    • Als u het DIM-pictogram wel ziet, stop dan met de stappen in deze procedure en ga direct door naar de volgende oplossing in dit document.
  2. Druk tegelijkertijd op de toetsen Ctrl, Alt en Delete en klik vervolgens op Taakbeheer starten.
  3. Klik in het venster Taakbeheer op de tab Processen en zet een vinkje bij het selectievakje Processen van alle gebruikers weergeven.
  4. Zoek de processen HPQTRA08 en HPQSTE08 (services).
    • Als de services actief zijn, stop dan met de stappen in deze oplossing en ga direct door naar de volgende oplossing in dit document.
    • Als de services niet actief zijn, ga dan verder met de stappen in deze oplossing.
  5. Klik op het Windows-pictogram ().
  6. In het vak Zoekopdracht starten typt u msconfig. Druk vervolgens op Enter.
  7. Klik op het tabblad Opstarten.
  8. Zoek onder de kolom Item voor opstarten naar hpqtra08 (hpqtra08.exe) en hpqste08 (hpqste08.exe).
    • Als u de services niet ziet, stop dan met de stappen in deze oplossing, ga naar de vorige oplossing en herhaal alle stappen.
    • Als u de services wel ziet, gaat u verder met de stappen in deze oplossing.
  9. Selecteer de selectievakjes bij hpqtra08 en hpqste08 indien deze nog niet zijn aangevinkt en klik vervolgens op OK.
  10. Klik op Ja om het computersysteem opnieuw op te starten, als u hierom wordt gevraagd.
  11. Probeer HP Solution Center opnieuw te openen wanneer de pc opnieuw is gestart.

Oplossing vier: Controleren of Pml-driver HPZ12 actief is

De Pml-Driver Hpz12 is een achtergrondservice die door de drivers van HP printers wordt geïnstalleerd. Deze achtergrondservice verwerkt niet-printergerelateerde communicatie tussen de pc en de HP printer.
  1. Klik op het Windows-pictogram () en klik vervolgens op Configuratiescherm.
  2. In het venster Configuratiescherm klikt u op Systeem en beveiliging, op Systeembeheer en dubbelklikt u op Services.
  3. Zoek in het venster Services naar Pml Driver HPZ12 onder de kolom Naam.
  4. Controleer of de status Gestart is.
    • Als de status Gestart is, stop dan met de stappen in deze procedure en ga naar de volgende oplossing in dit document.
    • Als de status nietGestart is, ga dan verder met de stappen in deze oplossing.
  5. Dubbelklik op Pml Driver HPZ12. Het venster Eigenschappen Pml-driver HPZ12 wordt geopend.
  6. Klik onder Servicestatus op Start en vervolgens op OK.
  7. Start de computer opnieuw op.
  8. Herhaal de stappen in deze oplossing om het venster Services te openen en opnieuw te zoeken naar Pml Driver HPZ12 wanneer de pc opnieuw is opgestart.
    Als de service nog steeds niet beschikbaar is, stopt u met de stappen in deze procedure en gaat u verder met de volgende oplossing in dit document.
  9. Als de service beschikbaar is, probeert u opnieuw HP Solution Center te openen.

Oplossing vijf: De software verwijderen en opnieuw installeren

Deze foutmelding kan verschijnen als er al vooraf geladen software of een andere versie van HP software is geïnstalleerd. Volg deze stappen om de HP software volledig te verwijderen en opnieuw te installeren.
Stap 1: De software verwijderen
Verwijder alle vooraf geladen of bestaande HP printersoftware van uw computer.
  1. Ontkoppel de USB-kabel waarmee het product op de pc is aangesloten.
  2. Klik op het Windows-pictogram () en klik vervolgens op Configuratiescherm.
  3. Klik in het venster Configuratiescherm op Programma's en dubbelklik vervolgens op Programma's en functies.
  4. Zoek in de kolom Naam naar het HP product.
  5. Klik op het HP product en klik vervolgens op Verwijderen/wijzigen om het te verwijderen.
  6. Volg de instructies op het scherm om het verwijderingsproces te voltooien.
    OPMERKING:Indien u wordt gevraagd of u gedeelde bestanden wilt verwijderen, klikt u op Nee. Als u gedeelde bestanden verwijdert, werken andere programma's die deze bestanden gebruiken mogelijk niet.
Stap 2: De software opnieuw installeren
Download en installeer de meest recente printerdriver voor volledige printerfunctionaliteit.
  1. Zet de printer aan.
  2. Koppel de USB-kabel los van zowel de printer als de computer (als u de kabel al had aangesloten). Als de printer met uw netwerk is verbonden, laat u die verbinding in stand.
  3. Als de pagina Welkom bij HP ondersteuning wordt geopend, gaat u als volgt te werk:
    1. Typ het modelnummer van uw printer.
    2. Klik op Go.
      Wellicht moet u het modelnummer van uw printer selecteren in een lijst met vergelijkbare printermodellen.
  4. Selecteer uw besturingssysteem en klik op Volgende.
    Een lijst met drivers en andere downloads wordt weergegeven.
  5. Blader naar beneden en klik op Driver - Productinstallatiesoftware.
  6. Klik naast het genoemde software- en driverpakket op Downloaden en volg vervolgens de instructies op het scherm om de driver op te slaan op de computer.
De foutmelding kan verschijnen als de printer tijdens de installatie van de software niet was aangesloten. Als uw printer is aangesloten via een bekabeld (Ethernet) of draadloos netwerk, moet u ervoor zorgen dat de printer op het juiste netwerk is aangesloten en dat de software is geïnstalleerd.

Oplossing één: De verbindingen en de status van de printer controleren

Volg deze stappen om de kabelaansluitingen en de status van de printer te controleren.
Stap 1: Controleer de verbindingen
Voer deze stappen uit om te controleren of uw computer is verbonden met uw netwerk.
  1. Controleer of het apparaat is ingeschakeld en verifieer dat het zich niet in een foutstatus bevindt. In geval van twijfel schakelt u de printer uit en daarna weer in.
  2. Zorg ervoor dat het bekabelde (Ethernet) netwerk of draadloze netwerk is aangesloten op de printer en de computer.
Stap 2: Een netwerkconfiguratiepagina afdrukken
Druk een netwerkconfiguratiepagina af om de instellingen voor het netwerk en het IP-adres van de printer te bekijken.
  1. Druk op de knop Instellingen () op het bedieningspaneel van het apparaat.
  2. Druk op de pijltoets naar links () of naar rechts () om Netwerk te selecteren.
  3. Druk op de pijltoets naar links () of naar rechts () om Netwerkconfiguratiepagina afdrukken of Netwerkinstellingen afdrukken te selecteren.
  4. Noteer het IP-adres van uw apparaat. U vindt dit IP-adres op de pagina die wordt afgedrukt.
    OPMERKING:Een IP-adres is een reeks getallen, bijvoorbeeld 192.168.11.200.
Stap 3: De printer pingen
Ping de printer om te verifiëren dat de computer met de printer kan communiceren.
  1. Klik op de taakbalk van Windows op het pictogram van Windows ().
  2. Typ cmd in het tekstvak Programma's en bestanden zoeken en druk vervolgens op Enter. Er verschijnt een venster met een opdrachtprompt.
  3. Typ Ping, druk één keer op de spatiebalk en typ vervolgens het IP-adres van uw printer, met inbegrip van de punten.
  4. Druk op Enter.
    • Als de computer verbinding maakt met de printer, ga dan door naar de volgende stap.
    • Als de computer geen verbinding kan maken met de printer, gaat u direct verder naar de volgende oplossing.
Stap 4: HP Solution Center proberen te openen
Klik op de taakbalk van Windows op het Windows-pictogram (), klik op Alle programma's, klik op HP en vervolgens op HP Solution Center.

Oplossing twee: Controleren of de Digital Imaging Monitor actief is en HP Solution Center opnieuw openen

HP Digital Imaging Monitor (DIM) is een programma dat de communicatie tussen uw computer en de HP printer verbetert. Als de DIM niet wordt uitgevoerd, kan het volgende foutbericht worden weergegeven.
OPMERKING:Als u bij de installatie van de printersoftware een aangepaste installatie hebt gekozen en daarbij niet Functies van HP Digital Imaging Device hebt geselecteerd, dan is de Digital Imaging Monitor niet geïnstalleerd. Indien dit zo is, stop dan met deze procedure en ga direct naar de volgende oplossing.
  1. Zoek het DIM-pictogram () in het systeemvak rechtsonder in het computerscherm.
    Figuur 9: Systeemvak
    Als het DIM-pictogram aanwezig is, stopt u met de stappen in deze procedure en gaat u verder met Oplossing drie.
  2. Als het DIM-pictogram niet aanwezig is, drukt u gelijktijdig op de toetsen Ctrl, Shift en Esc. Het venster Taakbeheer wordt geopend.
  3. Klik op het tabblad Processen en selecteer vervolgens het selectievakje Processen van alle gebruikers weergeven.
  4. Controleer of de services hpqtra08 en hpqste08 actief zijn. Als de services actief zijn, stopt u met de stappen in deze procedure en gaat u verder met oplossing drie.
  5. Als de services niet actief zijn, sluit dan het Taakbeheer-venster, klik op het Windows-pictogram () en typ C:\Program Files\HP\Digital Imaging\Bin in het vak Programma's en bestanden zoeken. De map Bin wordt geopend.
  6. Dubbelklik op het bestand hpqtra08.exe.
  7. Klik op Ja om het computersysteem opnieuw op te starten, als u hierom wordt gevraagd.
  8. Zoek opnieuw de services hpqtra08 en hpqste08 nadat de pc opnieuw is opgestart. Als de services nog steeds niet aanwezig zijn, ga dan direct door naar Oplossing vijf in dit document om de HP software te verwijderen en opnieuw te installeren.
  9. Probeer HP Solution Center opnieuw te openen.

Oplossing drie: Controleren of de PML-driver HPZPML actief is

De Pml-Driver Hpz12 is een achtergrondservice die door de drivers van HP printers wordt geïnstalleerd. Deze achtergrondservice verwerkt niet-printergerelateerde communicatie tussen de pc en de HP printer.
  1. Klik op de taakbalk van Windows op het pictogram van Windows ().
  2. Typ in het tekstvak Programma's en bestanden zoeken de tekst services.msc. Druk vervolgens op Enter. De map Services wordt geopend.
  3. Scrol onder Naam omlaag naar PML-driver HPZ12 en dubbelklik erop. Het venster Eigenschappen Pml-driver HPZ12 wordt geopend.
  4. Klik op het tabblad Algemeen op Automatisch in het vervolgkeuzemenu Opstarttype en klik vervolgens op Start om de service te starten.
  5. Sluit alle geopende vensters en start de pc vervolgens opnieuw op.
  6. Wanneer de pc opnieuw is gestart, opent u Taakbeheer om Pml-driver HPZ12 opnieuw te zoeken. Als de service nog steeds niet beschikbaar is, stopt u met de stappen in deze procedure en ga verder met Oplossing vier in dit document.
  7. Probeer HP Solution Center opnieuw te openen.
  • Als met deze stappen het probleem is opgelost, hoeft u niet verder te gaan met de probleemoplossing.
  • Als het probleem zich blijft voordoen, gaat u naar de volgende oplossing.

Oplossing vier: De poort verwijderen uit Eigenschappen van afdrukserver, een apparaat toevoegen en HP Solution Center proberen te openen

Volg deze stappen om de poort te verwijderen uit Eigenschappen van afdrukserver, een apparaat toe te voegen en HP Solution Center opnieuw te openen.
Stap 1: De poort verwijderen uit Eigenschappen van afdrukserver
Verwijder de poort uit de Print Server-eigenschappen met behulp van het IP-adres van uw printer.
  1. Klik op de taakbalk van Windows op het Windows-pictogram (), klik op Configuratiescherm en dubbelklik vervolgens op Apparaten en printers.
  2. Klik op Bestand en vervolgens op Eigenschappen van server.
  3. Klik op het tabblad Poorten.
  4. Klik op het IP-adres van uw apparaat en klik vervolgens op Poort verwijderen.
    OPMERKING:Het IP-adres van uw apparaat staat op de Netwerkconfiguratiepagina die u hebt afgedrukt in Oplossing één in dit document.
Stap 2: De software downloaden en installeren van de website van HP
Voer deze stappen uit om de software voor uw printer te downloaden en te installeren vanaf de HP website.
  1. Zet de printer aan.
  2. Koppel de USB-kabel los van zowel de printer als de computer (als u de kabel al had aangesloten). Als de printer met uw netwerk is verbonden, laat u die verbinding in stand.
  3. Als de pagina Welkom bij HP ondersteuning wordt geopend, gaat u als volgt te werk:
    1. Typ het modelnummer van uw printer.
    2. Klik op Go.
      Wellicht moet u het modelnummer van uw printer selecteren in een lijst met vergelijkbare printermodellen.
  4. Selecteer uw besturingssysteem en klik op Volgende.
    Een lijst met drivers en andere downloads wordt weergegeven.
  5. Blader naar beneden en klik op Driver - Productinstallatiesoftware.
  6. Klik naast het genoemde software- en driverpakket op Downloaden en volg vervolgens de instructies op het scherm om de driver op te slaan op de computer.
OPMERKING: Klik in het venster De software verwijderen of een apparaat toevoegen op Voeg een apparaat toe.
Stap 3: HP Solution Center opnieuw proberen te openen
Klik op de taakbalk van Windows op het Windows-pictogram (), klik op Alle programma's, klik op HP en vervolgens op HP Solution Center.

Oplossing vijf: De firewall configureren en een apparaat toevoegen

De foutmelding kan optreden als de beveiligings- of firewallinstellingen de communicatie met de printer verhinderen. Volg deze stappen om alle HP programma's in de firewall van derden te deblokkeren en een apparaat toe te voegen.
Stap 1: De firewall configureren zodat deze een verbinding met de All-in-One doorlaat
Firewall-instellingen op uw computer kunnen de verbinding met de printer verhinderen. Controleer of uw firewall-instellingen HP programma's blokkeren.
  1. Gebruik de volgende lijst om de meeste firewallproblemen op te lossen. Voor meer informatie over firewallinstellingen neemt u contact op met de fabrikant van de firewall.
    • Controleer regelmatig of er nieuwe versies van de firewallsoftware en beveiligingsupdates beschikbaar zijn.
    • Selecteer indien mogelijk de beveiligingsinstelling Gemiddeld wanneer u verbonden bent met uw netwerk.
    • Selecteer indien mogelijk de instelling Vertrouwde zone wanneer u verbonden bent met uw netwerk.
    • Zet aangepaste firewallinstellingen terug naar de standaardinstellingen.
    • Schakel waarschuwingsberichten van de firewall in en klik op Toestaan, Toelaten of Deblokkeren als er waarschuwingen verschijnen tijdens het installeren van HP software of het gebruik van de printer. Als een waarschuwing de optie Deze actie onthouden of Een regel hiervoor maken bevat, selecteert u deze.
    • Gebruik niet meer dan één firewall tegelijk.
    • Voer handmatig een IP-adres in om de verbinding tussen de pc en de printer te verbeteren.
    Als u nog steeds geen verbinding kunt maken, gaat u verder met de volgende stap.
  2. Zoek het systeemvak
    Soms 'systeemlade' genoemd.
    rechtsonder in het scherm van uw pc, vlakbij de klok.
    Figuur 10: Voorbeelden van het systeemvak op de pc
    Afbeelding: Systeemvak.
    Afbeelding: Systeemvak.
  3. Klik met de rechtermuisknop in het systeemvak op het pictogram voor de software van derden en klik op Inschakelen. Als u de naam van uw firewallprogramma niet weet, beweegt u de muisaanwijzer over het pictogram totdat de naam van het firewallprogramma wordt weergegeven.
    OPMERKING:De optie voor het inschakelen van de software heeft mogelijk een andere naam dan 'Inschakelen'. Zoek een vergelijkbare menuoptie, zoals Starten of Inschakelen.Als deze opties niet beschikbaar zijn, opent u de firewall en klikt u op de optie voor opnieuw starten.
  4. Zoek uw firewall in de volgende tabel en klik op de koppeling voor de stappen om de firewall te configureren.
  5. Wanneer u de instructies voor uw firewall hebt gevolgd, keert u terug naar dit document om de stappen te voltooien.
Stap 2: De software downloaden en installeren van de website van HP
Download en installeer de meest recente printerdriver voor volledige printerfunctionaliteit.
  1. Zet de printer aan.
  2. Koppel de USB-kabel los van zowel de printer als de computer (als u de kabel al had aangesloten). Als de printer met uw netwerk is verbonden, laat u die verbinding in stand.
  3. Als de pagina Welkom bij HP ondersteuning wordt geopend, gaat u als volgt te werk:
    1. Typ het modelnummer van uw printer.
    2. Klik op Go.
      Wellicht moet u het modelnummer van uw printer selecteren in een lijst met vergelijkbare printermodellen.
  4. Selecteer uw besturingssysteem en klik op Volgende.
    Een lijst met drivers en andere downloads wordt weergegeven.
  5. Blader naar beneden en klik op Driver - Productinstallatiesoftware.
  6. Klik naast het genoemde software- en driverpakket op Downloaden en volg vervolgens de instructies op het scherm om de driver op te slaan op de computer.
OPMERKING: Klik in het venster De software verwijderen of een apparaat toevoegen op Voeg een apparaat toe.
Stap 3: HP Solution Center opnieuw proberen te openen
Klik op de taakbalk van Windows op het Windows-pictogram (), klik op Alle programma's, klik op HP en vervolgens op HP Solution Center.

Oplossing zes: De HP software volledig verwijderen en opnieuw installeren

Deze foutmelding kan verschijnen als er al vooraf geladen software of een andere versie van HP software is geïnstalleerd. Ga als volgt te werk om de HP software te verwijderen en vervolgens opnieuw te installeren.
Stap 1: De software volledig verwijderen
Verwijder alle vooraf geladen of bestaande HP printersoftware van uw computer.
  1. Klik in de taakbalk van Windows op het Windows-pictogram (), klik op Configuratiescherm en dubbelklik vervolgens op Alle programma's.
  2. Klik op elk van de volgende programma's in verband met uw apparaat, indien deze in de lijst staan, en klik vervolgens op Verwijderen.
    OPMERKING:Als het een HP of Compaq pc betreft, verwijdert u alleen de HP gerelateerde items in de lijst.
    • Beeldverwerkingsfuncties van HP
    • HP Documentviewer
    • HP Photosmart Essential
    • HP Image Zone
    • HP Photo and Imaging Gallery
    • HP Photosmart, PSC of Officejet (uw productnaam en softwareversie)
    • HP Software Update
    • HP Share to Web
    • HP Solution Center
    • HP Director
    • HP Memories Disk
    • Greeting Card Creator 32
  3. Indien u wordt gevraagd de pc opnieuw te starten, kies dan Klik hier om later opnieuw op te starten.
  4. Klik op de taakbalk van Windows op het pictogram van Windows ().
  5. Typ in het tekstvak Programma's en bestanden zoeken de tekst C:\Program Files. Druk vervolgens op Enter. De map Programmabestanden wordt geopend.
  6. Dubbelklik op de map HP of de map Hewlett-Packard.
  7. Klik met de rechtermuisknop op de map Digital Imaging, klik op Verwijderen en klik vervolgens op Ja om te bevestigen dat u de map wilt verwijderen.
  8. Klik op de taakbalk van Windows op het pictogram van Windows ().
  9. Typ in het tekstvak Programma's en bestanden zoeken de tekst C:\Windows. Druk vervolgens op Enter. De map WINDOWS wordt geopend.
  10. Blader omlaag naar de map twain_32 en geef de map de nieuwe naam twain_32 old.
Stap 2: Alle Terminate and Stay Resident-programma's en andere achtergrondprogramma's uitschakelen
Wanneer de pc is ingeschakeld, wordt automatisch een softwaregroep met de naam 'Terminate and Stay Resident (TSR)' geladen. Deze programma's activeren computerhulpprogramma's zoals anti-virussoftware, maar zijn niet nodig voor de werking van de computer. Het gebeurt soms dat TSR's verhinderen dat de printersoftware wordt geladen en dat de software daardoor niet correct wordt geïnstalleerd. In Microsoft Windows Vista gebruikt u het hulpprogramma MSCONFIG om te verhinderen dat TSR-programma's en -services worden opgestart.
  1. Klik op de taakbalk van Windows op het pictogram van Windows ().
  2. In het tekstvak Programma's en bestanden zoeken typt u msconfig. Druk vervolgens op Enter. Het venster Hulpprogramma voor systeemconfiguratie wordt geopend.
  3. Klik op het tabblad Algemeen en selecteer Selectief opstarten.
  4. Als het selectievakje bij Opstartonderdelen laden is ingeschakeld, klikt u op het vinkje om het te verwijderen.
  5. Klik op het tabblad Services en selecteer het vakje Alle Microsoft-services verbergen.
  6. Klik op Alles uitschakelen.
  7. Klik op Toepassen en klik vervolgens op Sluiten.
    OPMERKING:Als het foutbericht 'Toegang geweigerd' op de pc wordt weergegeven terwijl u veranderingen aanbrengt, klikt u op OK en gaat u verder. Het bericht zorgt er niet voor dat u geen wijzigingen meer kunt aanbrengen.
  8. Selecteer Opnieuw opstarten om de wijzigingen op de pc toe te passen bij het opnieuw opstarten.
    OPMERKING:Nadat de pc opnieuw is opgestart en het bureaublad wordt weergegeven, wordt mogelijk het bericht 'U hebt met Systeemconfiguratie wijzigingen aangebracht in de manier waarop Windows start' weergegeven. Als u wilt voorkomen dat dit bericht opnieuw wordt weergegeven, selecteert u Dit bericht niet meer weergeven.
Stap 3: Tijdelijke bestanden en mappen verwijderen met behulp van het hulpprogramma Schijfopruiming
Volg deze stappen om tijdelijke bestanden en mappen te verwijderen, zodat u zeker weet dat alle HP bestanden zijn verwijderd, om zo de prestaties van de pc te verbeteren.
  1. Klik op de taakbalk van Windows op het Windows-pictogram (), klik op Alle programma's, klik op Bureau-accessoires, klik op Systeemwerkset en vervolgens op Schijfopruiming. Het hulpprogramma Schijfopruiming analyseert de harde schijf en toont dan een rapport met een lijst met opties met selectievakjes ernaast.
  2. In het vak Te verwijderen bestanden klikt u op de gewenste selectievakjes om onnodige bestanden en componenten te verwijderen. De mogelijke opties zijn:
    • Gedownloade programmabestanden
    • Tijdelijke bestanden
    • Offline webpagina's
    • Bestanden in de Prullenbak
    • Bestanden die door andere hulpprogramma's van Windows zijn gemaakt
      OPMERKING:U hoeft niet alle bestanden en componenten te verwijderen, maar tenzij u een bepaalde reden hebt om ze te bewaren, is het aan te raden de bestanden te verwijderen.
  3. Na het selecteren van de componenten die u wilt verwijderen, klikt u op OK om het hulpprogramma te openen.
Stap 4: Een back-up maken van het Windows-register
Volg deze stappen om een back-up te maken van uw register voordat u doorgaat met de volgende stap. Indien een fout optreedt kan het register hersteld worden.
  1. Koppel de USB-kabel los van het product.
  2. Klik op de taakbalk van Windows op het pictogram van Windows ().
  3. In het tekstvak Programma's en bestanden zoeken typt u regedit. Druk vervolgens op Enter. Het venster Register-editor verschijnt.
  4. Klik op Bestand en vervolgens op Exporteren. Het venster Registerbestand exporteren wordt geopend.
  5. In de vervolgkeuzelijst Opslaan, selecteert u Bureaublad.
  6. Typ HPBackup in het veld Bestandsnaam.
  7. Selecteer Registratiebestanden in het veld Opslaan als type.
  8. Selecteer Alles in het venster Exportbereik.
  9. Klik op Opslaan.
    OPMERKING:Het geëxporteerde registerbestand (HPBackup) wordt weergegeven op het bureaublad.
  10. Houd het venster Register-editor open en ga verder met de volgende stap.
Stap 5: Registersleutels verwijderen
Volg deze stappen om registersleutels te verwijderen en uw netwerkconfiguratiegegevens terug te zetten.
OPMERKING:Als u op onjuiste wijze wijzigingen aanbrengt in het register, kan dit ertoe leiden dat de pc niet meer werkt. Voer deze stappen precies uit zoals ze worden beschreven. HP raadt u aan om een back-up te maken van het register, voordat u de registersleutels gaat bewerken.
  1. Klik in het linkergedeelte van het venster Register-editor op het plusteken (+) rechts naast de map HKEY_LOCAL_MACHINE om de map uit te vouwen.
  2. Blader naar de map SOFTWARE en vouw deze uit.
  3. Blader naar de map Hewlett-Packard en vouw deze uit.
  4. Als er een map Digital Imaging aanwezig is in de lijst die onder Hewlett-Packard verschijnt, dient u deze uit te vouwen.
  5. Klik met de rechtermuisknop in het rechtergedeelte van het venster Register-editor op alle sleutels die achter het scanapparaat staan dat u gebruikt (bijvoorbeeld HP ScanJet 4070c of HP Photosmart C4100) en klik vervolgens op Verwijderen. Klik op Ja om het verwijderen van de sleutel te bevestigen.
  6. Als er een sleutel Memories Disc aanwezig is onder Hewlett-Packard, klikt u met de rechtermuisknop op de sleutel Memories Disc en vervolgens op Verwijderen. Klik op Ja om het verwijderen van de sleutel te bevestigen.
  7. Als er een map ScanJet aanwezig is in de lijst die onder Hewlett-Packard verschijnt, vouwt u deze uit.
  8. Zet de printer aan.
  9. Klik met de rechtermuisknop op alle sleutels met de naam van het gebruikte scanapparaat (bijvoorbeeld HP ScanJet 4070c of HP Photosmart C4100) en klik vervolgens op Verwijderen. Klik op Ja om het verwijderen van de sleutel te bevestigen.
Stap 6: De software downloaden van de website van HP en opnieuw installeren
Download de meest recente printerdriver en installeer deze opnieuw, voor volledige printerfunctionaliteit.
  1. Zet de printer aan.
  2. Koppel de USB-kabel los van zowel de printer als de computer (als u de kabel al had aangesloten). Als de printer met uw netwerk is verbonden, laat u die verbinding in stand.
  3. Als de pagina Welkom bij HP ondersteuning wordt geopend, gaat u als volgt te werk:
    1. Typ het modelnummer van uw printer.
    2. Klik op Go.
      Wellicht moet u het modelnummer van uw printer selecteren in een lijst met vergelijkbare printermodellen.
  4. Selecteer uw besturingssysteem en klik op Volgende.
    Een lijst met drivers en andere downloads wordt weergegeven.
  5. Blader naar beneden en klik op Driver - Productinstallatiesoftware.
  6. Klik naast het genoemde software- en driverpakket op Downloaden en volg vervolgens de instructies op het scherm om de driver op te slaan op de computer.
OPMERKING: Klik in het venster De software verwijderen of een apparaat toevoegen op Voeg een apparaat toe.
Stap 7: Opstartservices en -items activeren of uitschakelen
Gebruik het hulpprogramma MSCONFIG om de opstartsoftware in te schakelen.
  1. Klik op de taakbalk van Windows op het pictogram van Windows ().
  2. In het tekstvak Programma's en bestanden zoeken typt u MSCONFIG. Druk vervolgens op Enter. Het venster Hulpprogramma voor systeemconfiguratie wordt geopend.
  3. Als u geen wijzigingen wilt doorvoeren in de opstartprogramma's en -services, klik dan op het tabblad Algemeen, Normaal opstarten en OK en ga dan direct naar de volgende stap.
  4. Doe het volgende om sommige opstartservices uit te schakelen: klik op het tabblad Services en klik vervolgens om de selectiemarkering naast iedere service die u wilt uitschakelen te verwijderen.
  5. Doe het volgende om sommige opstartitems uit te schakelen: klik op het tabblad Opstarten en klik vervolgens om de selectiemarkering te verwijderen naast elk item dat u wilt uitschakelen.
  6. Klik op OK om de wijzigingen toe te passen.
Stap 8: HP Solution Center opnieuw openen
Klik op de taakbalk van Windows op het Windows-pictogram (), klik op Alle programma's, klik op HP en vervolgens op HP Solution Center.
Voer de volgende stappen, behorend bij uw Windows Vista-verbindingstype, in de aangegeven volgorde uit om het probleem te verhelpen.
De foutmelding kan verschijnen als de printer tijdens de installatie van de software niet was aangesloten. Als uw printer is aangesloten met een USB-kabel, zorg er dan voor dat de USB-kabel is aangesloten en de software is geïnstalleerd.
OPMERKING:Voor enkele van de volgende oplossingen moet u de computer opnieuw opstarten. Het is verstandig deze pagina aan uw favorieten toe te voegen, zodat u dit document kunt raadplegen nadat u de computer opnieuw heeft opgestart.

Oplossing één: De printerstatus controleren

Doe het volgende om zeker te stellen dat de printer correct is aangesloten.
  1. Zorg dat de USB-kabel goed is aangesloten op de achterzijde van de printer en op de pc.
  2. Druk op de aan/uit-knop om de printer uit te schakelen en schakel het vervolgens opnieuw in.
  3. Probeer HP Solution Center opnieuw te openen:
    Klik op het Windows-pictogram (), Programma's, HP en op HP Solution Center.

Oplossing twee: Controleren of de printer wordt weergegeven in de map Printers

Als het pictogram van de printer niet in de map Printers wordt weergegeven, kan dit aangeven dat de printerdriver niet is geïnstalleerd. Volg deze stappen om te controleren of de printerdriver in de map Printers op de pc staat.
  1. Klik op het Windows-pictogram (), klik op Configuratiescherm en klik vervolgens op Klassieke weergave in het linkerdeelvenster (als deze nog niet geselecteerd is).
  2. Dubbelklik in het rechterdeelvenster op Printers.
  3. Zoek een pictogram dat een voorstelling is van het apparaat ().
    • Als het pictogram aanwezig is, stopt u met de stappen in deze oplossing en gaat u verder met de volgende oplossing.
    • Als het pictogram niet aanwezig is, gaat u verder met de stappen in deze oplossing.
  4. Koppel de USB-kabel los van de achterzijde van de printer en start vervolgens de pc opnieuw op.
    OPMERKING:Sluit de USB-kabel pas weer aan wanneer hier tijdens de installatie van de software om wordt gevraagd.
  5. Zodra de printer opnieuw is opgestart, verwijdert u de software en installeert u deze opnieuw. Ga naar de oplossing in dit document voor het verwijderen en opnieuw installeren van de HP software.

Oplossing drie: Controleren of de HP Digital Imaging Monitor (DIM) actief is

HP Digital Imaging Monitor (DIM) is een programma dat de communicatie tussen uw computer en de HP printer verbetert. Als de DIM niet wordt uitgevoerd, kan het volgende foutbericht worden weergegeven.
OPMERKING:Indien u de software met een aangepaste installatie hebt geïnstalleerd en u de HP Digital Imaging Device-functies niet hebt geselecteerd, dan is de DIM niet op uw pc geïnstalleerd. Als de DIM niet is geïnstalleerd, gaat u direct door naar de Windows Vista-oplossing voor het verwijderen en opnieuw installeren van de printersoftware.
  1. Zoek het DIM-pictogram () in het systeemvak rechtsonder in het computerscherm.
    Als het DIM-pictogram aanwezig is, stopt u met de stappen in deze procedure en gaat u direct door naar de volgende oplossing.
  2. Klik tegelijkertijd op de toetsen Ctrl, Alt en Delete als het DIM-pictogram niet aanwezig is. Het venster Taakbeheer wordt geopend.
  3. Klik op het tabblad Processen en vink vervolgens het selectievakje Processen van alle gebruikers weergeven aan.
  4. Controleer of de processen (services) HPQTRA08 en HPQSTE08 actief zijn. Als de services actief zijn, stopt u met de stappen in deze oplossing en gaat u naar de volgende oplossing.
  5. Klik op het Windows-pictogram () als de services niet actief zijn.
  6. In het vak Zoekopdracht starten typt u msconfig. Druk vervolgens op Enter. Het venster Systeemconfiguratie verschijnt.
  7. Klik op het tabblad Opstarten.
  8. Zoek onder de kolom Item voor opstarten naar hpqtra08 (hpqtra08.exe) en hpqste08 (hpqste08.exe). Indien deze services niet in de lijst staan, is de driver niet correct geïnstalleerd. Ga naar de oplossing in dit document voor het verwijderen en opnieuw installeren van de HP software.
  9. Selecteer de selectievakjes bij hpqtra08 en hpqste08 indien deze nog niet zijn aangevinkt en klik vervolgens op OK.
  10. Klik op Ja om het computersysteem opnieuw op te starten, als u hierom wordt gevraagd.
  11. Herhaal de stappen in deze oplossing om te zoeken naar de services hpqtra08 en hpqste08 wanneer de pc opnieuw is opgestart.
    Als de services nog steeds niet in de lijst staan, gaat u direct door naar de oplossing in dit document voor het verwijderen en opnieuw installeren van de HP software in Windows Vista .
  12. Probeer HP Solution Center opnieuw te openen.

Oplossing vier: Controleren of Pml-driver HPZ12 actief is

De Pml-Driver Hpz12 is een achtergrondservice die door de drivers van HP printers wordt geïnstalleerd. Deze achtergrondservice verwerkt niet-printergerelateerde communicatie tussen de pc en de HP printer.
  1. Klik op het Windows-pictogram (), klik op Configuratiescherm en klik vervolgens op Klassieke weergave in het linkerdeelvenster (als deze nog niet geselecteerd is).
  2. Dubbelklik in het rechterdeelvenster op Systeembeheer en dubbelklik vervolgens op Services.
  3. Zoek in het venster Services naar Pml Driver HPZ12 onder de kolom Naam.
  4. Controleer of de status Gestart is.
    • Als de status wordt vermeld als Gestart, stop dan met de stappen in deze oplossing en ga direct naar de volgende oplossing.
    • Als de status niet vermeld staat als Gestart, dubbelklik dan op Pml-driver HPZ12. Het venster Eigenschappen Pml-driver HPZ12 wordt geopend. Ga door met de stappen in deze oplossing.
  5. Klik onder Servicestatus op Start en vervolgens op OK.
  6. Start de computer opnieuw op.
  7. Herhaal de stappen in deze oplossing om het venster Services te openen en opnieuw te zoeken naar Pml Driver HPZ12 wanneer de pc opnieuw is opgestart.
    Als de service nog steeds niet beschikbaar is, stopt u met de stappen in deze oplossing en gaat u verder met de volgende oplossing.
  8. Als de service beschikbaar is, probeert u opnieuw HP Solution Center te openen.

Oplossing vijf: De software verwijderen en opnieuw installeren

Deze foutmelding kan verschijnen als er al vooraf geladen software of een andere versie van HP software is geïnstalleerd. Volg deze stappen om de HP software volledig te verwijderen en opnieuw te installeren.
Stap 1: De software verwijderen
Verwijder alle vooraf geladen of bestaande HP printersoftware van uw computer.
  1. Ontkoppel de USB-kabel waarmee de printer op de pc is aangesloten.
  2. Klik op het Windows-pictogram (), klik op Configuratiescherm en klik vervolgens op Klassieke weergave in het linkerdeelvenster (als deze nog niet geselecteerd is).
  3. Dubbelklik in het rechterdeelvenster op Programma's en onderdelen.
  4. Zoek het HP product in de lijst met geïnstalleerde programma's.
  5. Klik op de HP printer en klik vervolgens op Ja om deze te verwijderen.
  6. Volg de instructies op het scherm om het verwijderingsproces te voltooien.
    OPMERKING:Als u wordt gevraagd of u gedeelde bestanden wilt verwijderen, klikt u op Nee. Andere programma's die deze bestanden gebruiken, werken mogelijk niet meer wanneer u deze bestanden verwijdert.
Stap 2: Installeer de software opnieuw via de HP website
Download en installeer de meest recente printerdriver voor volledige printerfunctionaliteit.
  1. Zet de printer aan.
  2. Koppel de USB-kabel los van zowel de printer als de computer (als u de kabel al had aangesloten). Als de printer met uw netwerk is verbonden, laat u die verbinding in stand.
  3. Als de pagina Welkom bij HP ondersteuning wordt geopend, gaat u als volgt te werk:
    1. Typ het modelnummer van uw printer.
    2. Klik op Go.
      Wellicht moet u het modelnummer van uw printer selecteren in een lijst met vergelijkbare printermodellen.
  4. Selecteer uw besturingssysteem en klik op Volgende.
    Een lijst met drivers en andere downloads wordt weergegeven.
  5. Blader naar beneden en klik op Driver - Productinstallatiesoftware.
  6. Klik naast het genoemde software- en driverpakket op Downloaden en volg vervolgens de instructies op het scherm om de driver op te slaan op de computer.
De foutmelding kan verschijnen als de printer tijdens de installatie van de software niet was aangesloten. Als uw printer is aangesloten via een bekabeld (Ethernet) of draadloos netwerk, moet u ervoor zorgen dat de printer op het juiste netwerk is aangesloten en dat de software is geïnstalleerd.
OPMERKING:Voor enkele van de volgende oplossingen moet u de computer opnieuw opstarten. Het is verstandig deze pagina aan uw favorieten toe te voegen, zodat u dit document kunt raadplegen nadat u de computer opnieuw heeft opgestart.

Oplossing één: De verbindingen en de status van de printer controleren

Volg deze stappen om de kabelaansluitingen en de status van de printer te controleren.
Stap 1: Controleer de verbindingen
Voer deze stappen uit om te controleren of uw pc verbonden is met het netwerk.
  1. Controleer of de printer is ingeschakeld en verifieer dat het zich niet in een foutstatus bevindt. In geval van twijfel schakelt u de printer uit en daarna weer in.
  2. Zorg ervoor dat het bekabelde (Ethernet) netwerk of draadloze netwerk is aangesloten op de printer en de computer.
Stap 2: Een netwerkconfiguratiepagina afdrukken
Druk een netwerkconfiguratiepagina af om de instellingen voor het netwerk en het IP-adres van de printer te bekijken.
  1. Druk op de knop Instellingen () op het bedieningspaneel van het apparaat.
  2. Druk op de pijltoets naar links () of naar rechts () om Netwerk te selecteren.
  3. Druk op de pijltoets naar links () of naar rechts () om Netwerkconfiguratiepagina afdrukken of Netwerkinstellingen afdrukken te selecteren.
  4. Noteer het IP-adres van uw printer. U vindt dit IP-adres op de pagina die wordt afgedrukt.
    OPMERKING:Een IP-adres is een reeks getallen, bijvoorbeeld 192.168.11.200.
Stap 3: De printer pingen
Ping de printer om te verifiëren dat de computer met de printer kan communiceren.
  1. Klik op de taakbalk van Windows op het pictogram van Windows ().
  2. Typ cmd in het vak Zoekopdracht starten en druk vervolgens op Enter. Er verschijnt een venster met een opdrachtprompt.
  3. Typ Ping, druk één keer op de spatiebalk en typ vervolgens het IP-adres van uw product, inclusief punten.
  4. Druk op Enter.
    • Als de computer verbinding maakt met de printer, ga dan door naar de volgende stap.
    • Als de computer geen verbinding kan maken met de printer, gaat u direct verder naar de volgende oplossing.
Stap 4: HP Solution Center openen
Klik op de taakbalk van Windows op het Windows-pictogram (), klik op Alle programma's, klik op HP en vervolgens op HP Solution Center.

Oplossing twee: Controleren of de Digital Imaging Monitor actief is en HP Solution Center opnieuw openen

HP Digital Imaging Monitor (DIM) is een programma dat de communicatie tussen uw computer en de HP printer verbetert. Als de DIM niet wordt uitgevoerd, kan het volgende foutbericht worden weergegeven.
OPMERKING:Als u bij de installatie van de productsoftware een aangepaste installatie hebt gekozen en daarbij niet Functies van HP Digital Imaging Device hebt geselecteerd, dan is de Digital Imaging Monitor niet geïnstalleerd. Indien dit zo is, stop dan met deze procedure en ga direct naar Oplossing drie.
  1. Zoek het DIM-pictogram () in het systeemvak rechtsonder in het computerscherm.
    Figuur 11: Systeemvak
    Als het DIM-pictogram aanwezig is, stopt u met de stappen in deze procedure en gaat u verder met Oplossing drie.
  2. Als het DIM-pictogram niet aanwezig is, drukt u gelijktijdig op de toetsen Ctrl, Shift en Esc. Het venster Taakbeheer wordt geopend.
  3. Klik op het tabblad Processen en selecteer vervolgens het selectievakje Processen van alle gebruikers weergeven.
  4. Controleer of de services hpqtra08 en hpqste08 actief zijn. Als de services actief zijn, stopt u met de stappen in deze procedure en gaat u verder met oplossing drie.
  5. Als de services niet actief zijn, sluit dan het venster Taakbeheer, klik op Start en klik dan op Uitvoeren. Het dialoogvenster Uitvoeren wordt geopend.
  6. Typ C:\Program Files\HP\Digital Imaging\Bin in het vak Uitvoeren en klik vervolgens op OK. De map Bin wordt geopend.
  7. Dubbelklik op het bestand hpqtra08.exe.
  8. Klik op Ja om het computersysteem opnieuw op te starten, als u hierom wordt gevraagd.
  9. Zoek opnieuw de services hpqtra08 en hpqste08 nadat de pc opnieuw is opgestart. Als de services nog steeds niet aanwezig zijn, ga dan direct door naar Oplossing vijf in dit document om de HP software te verwijderen en opnieuw te installeren.
  10. Probeer HP Solution Center opnieuw te openen.

Oplossing drie: Controleren of de PML-driver HPZPML actief is

De Pml-Driver Hpz12 is een achtergrondservice die door de drivers van HP printers wordt geïnstalleerd. Deze achtergrondservice verwerkt niet-printergerelateerde communicatie tussen de pc en de HP printer.
  1. Klik op de taakbalk van Windows op het pictogram van Windows ().
  2. In het vak Zoekopdracht starten typt u services.msc. Druk vervolgens op Enter. De map Services wordt geopend.
  3. Scrol onder Naam omlaag naar PML-driver HPZ12 en dubbelklik erop. Het venster Eigenschappen Pml-driver HPZ12 wordt geopend.
  4. Klik op het tabblad Algemeen op Automatisch in het vervolgkeuzemenu Opstarttype en klik vervolgens op Start om de service te starten.
  5. Sluit alle geopende vensters en start de pc vervolgens opnieuw op.
  6. Wanneer de pc opnieuw is gestart, opent u Taakbeheer om Pml-driver HPZ12 opnieuw te zoeken. Als de service nog steeds niet beschikbaar is, stopt u met de stappen in deze procedure en ga verder met Oplossing vier in dit document.
  7. Probeer HP Solution Center opnieuw te openen.
  • Als met deze stappen het probleem is opgelost, hoeft u niet verder te gaan met de probleemoplossing.
  • Als het probleem zich blijft voordoen, gaat u naar de volgende oplossing.

Oplossing vier: De poort verwijderen uit Eigenschappen van afdrukserver, een apparaat toevoegen en HP Solution Center proberen te openen

Volg deze stappen om de poort te verwijderen uit Eigenschappen van afdrukserver, een apparaat toe te voegen en HP Solution Center opnieuw te openen.
Stap 1: De poort verwijderen uit Eigenschappen van afdrukserver
Verwijder de poort uit de Print Server-eigenschappen met behulp van het IP-adres van uw printer.
  1. Klik op de taakbalk van Windows op het Windows-pictogram (), klik op Configuratiescherm en dubbelklik vervolgens op Printers.
  2. Klik op Bestand en vervolgens op Eigenschappen van server.
  3. Klik op het tabblad Poorten.
  4. Klik op het IP-adres van uw printer en klik vervolgens op Poort verwijderen.
    OPMERKING:Het IP-adres van uw apparaat staat op de Netwerkconfiguratiepagina die u heeft afgedrukt in Oplossing één van dit document.
Stap 2: Een apparaat toevoegen vanaf de HP website
Download en installeer de meest recente printerdriver voor volledige printerfunctionaliteit.
  1. Zet de printer aan.
  2. Koppel de USB-kabel los van zowel de printer als de computer (als u de kabel al had aangesloten). Als de printer met uw netwerk is verbonden, laat u die verbinding in stand.
  3. Als de pagina Welkom bij HP ondersteuning wordt geopend, gaat u als volgt te werk:
    1. Typ het modelnummer van uw printer.
    2. Klik op Go.
      Wellicht moet u het modelnummer van uw printer selecteren in een lijst met vergelijkbare printermodellen.
  4. Selecteer uw besturingssysteem en klik op Volgende.
    Een lijst met drivers en andere downloads wordt weergegeven.
  5. Blader naar beneden en klik op Driver - Productinstallatiesoftware.
  6. Klik naast het genoemde software- en driverpakket op Downloaden en volg vervolgens de instructies op het scherm om de driver op te slaan op de computer.
OPMERKING: Klik in het venster De software verwijderen of een apparaat toevoegen op Voeg een apparaat toe.
Stap 3: HP Solution Center opnieuw proberen te openen
Klik op de taakbalk van Windows op het Windows-pictogram (), klik op Alle programma's, klik op HP en vervolgens op HP Solution Center.

Oplossing vijf: De firewall configureren en een apparaat toevoegen

De foutmelding kan optreden als de beveiligings- of firewallinstellingen de communicatie met de printer verhinderen. Volg deze stappen om alle HP programma's in de firewall van derden te deblokkeren en een apparaat toe te voegen.
Stap 1: De firewall configureren zodat deze een verbinding met de All-in-One doorlaat
Firewall-instellingen op uw computer kunnen de verbinding met de printer verhinderen. Controleer of uw firewall-instellingen HP programma's blokkeren.
  1. Gebruik de volgende lijst om de meeste firewallproblemen op te lossen. Voor meer informatie over firewallinstellingen neemt u contact op met de fabrikant van de firewall.
    • Controleer regelmatig of er nieuwe versies van de firewallsoftware en beveiligingsupdates beschikbaar zijn.
    • Selecteer indien mogelijk de beveiligingsinstelling Gemiddeld wanneer u verbonden bent met uw netwerk.
    • Selecteer indien mogelijk de instelling Vertrouwde zone wanneer u verbonden bent met uw netwerk.
    • Zet aangepaste firewallinstellingen terug naar de standaardinstellingen.
    • Schakel waarschuwingsberichten van de firewall in en klik op Toestaan, Toelaten of Deblokkeren als er waarschuwingen verschijnen tijdens het installeren van HP software of het gebruik van de printer. Als een waarschuwing de optie Deze actie onthouden of Een regel hiervoor maken bevat, selecteert u deze.
    • Gebruik niet meer dan één firewall tegelijk.
    • Voer handmatig een IP-adres in om de verbinding tussen de pc en de printer te verbeteren.
    Als u nog steeds geen verbinding kunt maken, gaat u verder met de volgende stap.
  2. Zoek het systeemvak
    Soms 'systeemlade' genoemd.
    rechtsonder in het scherm van uw pc, vlakbij de klok.
    Figuur 12: Voorbeelden van het systeemvak op de pc
    Afbeelding: Systeemvak.
    Afbeelding: Systeemvak.
  3. Klik met de rechtermuisknop in het systeemvak op het pictogram voor de software van derden en klik op Inschakelen. Als u de naam van uw firewallprogramma niet weet, beweegt u de muisaanwijzer over het pictogram totdat de naam van het firewallprogramma wordt weergegeven.
    OPMERKING:De optie voor het inschakelen van de software heeft mogelijk een andere naam dan 'Inschakelen'. Zoek een vergelijkbare menuoptie, zoals Starten of Inschakelen.Als deze opties niet beschikbaar zijn, opent u de firewall en klikt u op de optie voor opnieuw starten.
  4. Zoek uw firewall in de volgende tabel en klik op de koppeling voor de stappen om de firewall te configureren.
  5. Wanneer u de instructies voor uw firewall hebt gevolgd, keert u terug naar dit document om de stappen te voltooien.
Stap 2: Download en installeer de software van de website van HP
Download en installeer de meest recente printerdriver voor volledige printerfunctionaliteit.
  1. Zet de printer aan.
  2. Koppel de USB-kabel los van zowel de printer als de computer (als u de kabel al had aangesloten). Als de printer met uw netwerk is verbonden, laat u die verbinding in stand.
  3. Als de pagina Welkom bij HP ondersteuning wordt geopend, gaat u als volgt te werk:
    1. Typ het modelnummer van uw printer.
    2. Klik op Go.
      Wellicht moet u het modelnummer van uw printer selecteren in een lijst met vergelijkbare printermodellen.
  4. Selecteer uw besturingssysteem en klik op Volgende.
    Een lijst met drivers en andere downloads wordt weergegeven.
  5. Blader naar beneden en klik op Driver - Productinstallatiesoftware.
  6. Klik naast het genoemde software- en driverpakket op Downloaden en volg vervolgens de instructies op het scherm om de driver op te slaan op de computer.
OPMERKING: Klik in het venster De software verwijderen of een apparaat toevoegen op Voeg een apparaat toe
.
Stap 3: HP Solution Center opnieuw proberen te openen
Klik op de taakbalk van Windows op het Windows-pictogram (), klik op Alle programma's, klik op HP en vervolgens op HP Solution Center.

Oplossing zes: De HP software volledig verwijderen en opnieuw installeren

Deze foutmelding kan verschijnen als er al vooraf geladen software of een andere versie van HP software is geïnstalleerd. Ga als volgt te werk om de HP software te verwijderen en vervolgens opnieuw te installeren.
Stap 1: De software volledig verwijderen
Verwijder alle vooraf geladen of bestaande HP printersoftware van uw computer.
  1. Klik in de taakbalk van Windows op het Windows-pictogram (), klik op Configuratiescherm en dubbelklik vervolgens op Programma's en onderdelen.
  2. Klik op elk van de volgende programma's in verband met uw apparaat, indien deze in de lijst staan, en klik vervolgens op Verwijderen.
    OPMERKING:Als het een HP of Compaq pc betreft, verwijdert u alleen de HP gerelateerde items in de lijst.
    • Beeldverwerkingsfuncties van HP
    • HP Documentviewer
    • HP Photosmart Essential
    • HP Image Zone
    • HP Photo and Imaging Gallery
    • HP Photosmart, PSC of Officejet (uw productnaam en softwareversie)
    • HP Software Update
    • HP Share to Web
    • HP Solution Center
    • HP Director
    • HP Memories Disk
    • Greeting Card Creator 32
  3. Indien u wordt gevraagd de pc opnieuw te starten, kies dan Klik hier om later opnieuw op te starten.
  4. Klik op de taakbalk van Windows op het pictogram van Windows ().
  5. Typ C:\Program Files in het vak Zoeken starten en druk op Enter. De map Programmabestanden wordt geopend.
  6. Dubbelklik op de map HP of de map Hewlett-Packard.
  7. Klik met de rechtermuisknop op de map Digital Imaging, klik op Verwijderen en klik vervolgens op Ja om te bevestigen dat u de map wilt verwijderen.
  8. Klik op de taakbalk van Windows op het pictogram van Windows ().
  9. Typ C:\Windows in het vak Zoeken starten en druk op Enter. De map WINDOWS wordt geopend.
  10. Blader omlaag naar de map twain_32 en geef de map de nieuwe naam twain_32 old.
Stap 2: Alle Terminate and Stay Resident-programma's en andere achtergrondprogramma's uitschakelen
Wanneer de pc is ingeschakeld, wordt automatisch een softwaregroep met de naam 'Terminate and Stay Resident (TSR)' geladen. Deze programma's activeren computerhulpprogramma's zoals anti-virussoftware, maar zijn niet nodig voor de werking van de computer. Het gebeurt soms dat TSR's verhinderen dat de printersoftware wordt geladen en dat de software daardoor niet correct wordt geïnstalleerd. In Microsoft Windows Vista gebruikt u het hulpprogramma MSCONFIG om te verhinderen dat TSR-programma's en -services worden opgestart.
  1. Klik op de taakbalk van Windows op het pictogram van Windows ().
  2. In het vak Zoekopdracht starten typt u msconfig. Druk vervolgens op Enter. Het venster Hulpprogramma voor systeemconfiguratie wordt geopend.
  3. Klik op het tabblad Algemeen en selecteer Selectief opstarten.
  4. Als het selectievakje bij Opstartonderdelen laden is ingeschakeld, klikt u op het vinkje om het te verwijderen.
  5. Klik op het tabblad Services en selecteer het vakje Alle Microsoft-services verbergen.
  6. Klik op Alles uitschakelen.
  7. Klik op Toepassen en klik vervolgens op Sluiten.
    OPMERKING:Als het foutbericht 'Toegang geweigerd' op de pc wordt weergegeven terwijl u veranderingen aanbrengt, klikt u op OK en gaat u verder. Het bericht zorgt er niet voor dat u geen wijzigingen meer kunt aanbrengen.
  8. Selecteer Opnieuw opstarten om de wijzigingen op de pc toe te passen bij het opnieuw opstarten.
    OPMERKING:Nadat de pc opnieuw is opgestart en het bureaublad wordt weergegeven, wordt mogelijk het bericht 'U hebt met Systeemconfiguratie wijzigingen aangebracht in de manier waarop Windows start' weergegeven. Als u wilt voorkomen dat dit bericht opnieuw wordt weergegeven, selecteert u Dit bericht niet meer weergeven.
Stap 3: Tijdelijke bestanden en mappen verwijderen met behulp van het hulpprogramma Schijfopruiming
Volg deze stappen voor het verwijderen van tijdelijke bestanden en mappen.
  1. Klik op de taakbalk van Windows op het Windows-pictogram (), klik op Programma's, klik op Bureau-accessoires, klik op Systeemwerkset en vervolgens op Schijfopruiming. Het hulpprogramma Schijfopruiming analyseert de harde schijf en toont dan een rapport met een lijst met opties met selectievakjes ernaast.
  2. In het vak Te verwijderen bestanden klikt u op de gewenste selectievakjes om onnodige bestanden en componenten te verwijderen. De mogelijke opties zijn:
    • Gedownloade programmabestanden
    • Tijdelijke bestanden
    • Offline webpagina's
    • Bestanden in de Prullenbak
    • Bestanden die door andere hulpprogramma's van Windows zijn gemaakt
      OPMERKING:U hoeft niet alle bestanden en componenten te verwijderen, maar tenzij u een bepaalde reden hebt om ze te bewaren, is het aan te raden de bestanden te verwijderen.
  3. Na het selecteren van de componenten die u wilt verwijderen, klikt u op OK om het hulpprogramma te openen.
Stap 4: Een back-up maken van het Windows-register
Volg deze stappen om een back-up te maken van uw register voordat u doorgaat met de volgende stap. Indien een fout optreedt kan het register hersteld worden.
  1. Koppel de USB-kabel los van het product.
  2. Klik op de taakbalk van Windows op het pictogram van Windows ().
  3. In het vak Zoekopdracht starten typt u regedit. Druk vervolgens op Enter. Het venster Register-editor verschijnt.
  4. Klik op Bestand en vervolgens op Exporteren. Het venster Registerbestand exporteren wordt geopend.
  5. In de vervolgkeuzelijst Opslaan, selecteert u Bureaublad.
  6. Typ HPBackup in het veld Bestandsnaam.
  7. Selecteer Registratiebestanden in het veld Opslaan als type.
  8. Selecteer Alles in het venster Exportbereik.
  9. Klik op Opslaan.
    OPMERKING:Het geëxporteerde registerbestand (HPBackup) wordt weergegeven op het bureaublad.
  10. Houd het venster Register-editor open en ga verder met de volgende stap.
Stap 5: Registersleutels verwijderen
Volg deze stappen om registersleutels te verwijderen en uw netwerkconfiguratiegegevens terug te zetten.
OPMERKING:Als u op onjuiste wijze wijzigingen aanbrengt in het register, kan dit ertoe leiden dat de pc niet meer werkt. Voer deze stappen precies uit zoals ze worden beschreven. HP raadt u aan om een back-up te maken van het register, voordat u de registersleutels gaat bewerken.
  1. Klik in het linkergedeelte van het venster Register-editor op het plusteken (+) rechts naast de map HKEY_LOCAL_MACHINE om de map uit te vouwen.
  2. Blader naar de map SOFTWARE en vouw deze uit.
  3. Blader naar de map Hewlett-Packard en vouw deze uit.
  4. Als er een map Digital Imaging aanwezig is in de lijst die onder Hewlett-Packard verschijnt, dient u deze uit te vouwen.
  5. Klik met de rechtermuisknop in het rechtergedeelte van het venster Register-editor op alle sleutels die achter het scanapparaat staan dat u gebruikt (bijvoorbeeld HP ScanJet 4070c of HP Photosmart C4100) en klik vervolgens op Verwijderen. Klik op Ja om het verwijderen van de sleutel te bevestigen.
  6. Als er een sleutel Memories Disc aanwezig is onder Hewlett-Packard, klikt u met de rechtermuisknop op de sleutel Memories Disc en vervolgens op Verwijderen. Klik op Ja om het verwijderen van de sleutel te bevestigen.
  7. Als er een map ScanJet aanwezig is in de lijst die onder Hewlett-Packard verschijnt, vouwt u deze uit.
  8. Klik met de rechtermuisknop op alle sleutels met de naam van het gebruikte scanapparaat (bijvoorbeeld HP ScanJet 4070c of HP Photosmart C4100) en klik vervolgens op Verwijderen. Klik op Ja om het verwijderen van de sleutel te bevestigen.
Stap 6: De software downloaden en installeren van de website van HP
Download en installeer de meest recente printerdriver voor volledige printerfunctionaliteit.
  1. Zet de printer aan.
  2. Koppel de USB-kabel los van zowel de printer als de computer (als u de kabel al had aangesloten). Als de printer met uw netwerk is verbonden, laat u die verbinding in stand.
  3. Als de pagina Welkom bij HP ondersteuning wordt geopend, gaat u als volgt te werk:
    1. Typ het modelnummer van uw printer.
    2. Klik op Go.
      Wellicht moet u het modelnummer van uw printer selecteren in een lijst met vergelijkbare printermodellen.
  4. Selecteer uw besturingssysteem en klik op Volgende.
    Een lijst met drivers en andere downloads wordt weergegeven.
  5. Blader naar beneden en klik op Driver - Productinstallatiesoftware.
  6. Klik naast het genoemde software- en driverpakket op Downloaden en volg vervolgens de instructies op het scherm om de driver op te slaan op de computer.
OPMERKING: Klik in het venster De software verwijderen of een apparaat toevoegen op Voeg een apparaat toe.
Stap 7: Opstartservices en -items activeren of uitschakelen
Gebruik het hulpprogramma MSCONFIG om de opstartsoftware in te schakelen.
  1. Klik op de taakbalk van Windows op het pictogram van Windows ().
  2. In het vak Zoekopdracht starten typt u MSCONFIG. Druk vervolgens op Enter. Het venster Hulpprogramma voor systeemconfiguratie wordt geopend.
  3. Als u geen wijzigingen wilt doorvoeren in de opstartprogramma's en -services, klik dan op het tabblad Algemeen, klik op Normaal opstarten, klik op OK en ga dan direct naar stap negen: HP Solution Center opnieuw openen te gaan.
  4. Doe het volgende om sommige opstartservices uit te schakelen: klik op het tabblad Services en klik vervolgens om de selectiemarkering naast iedere service die u wilt uitschakelen te verwijderen.
  5. Doe het volgende om sommige opstartitems uit te schakelen: klik op het tabblad Opstarten en klik vervolgens om de selectiemarkering te verwijderen naast elk item dat u wilt uitschakelen.
  6. Klik op OK om de wijzigingen toe te passen.
Stap 8: HP Solution Center opnieuw openen
Klik op de taakbalk van Windows op het Windows-pictogram (), klik op Alle programma's, klik op HP en vervolgens op HP Solution Center.
Voer de volgende stappen, behorend bij uw Windows XP-verbindingstype, in de aangegeven volgorde uit om het probleem te verhelpen.
De foutmelding kan verschijnen als de printer tijdens de installatie van de software niet was aangesloten. Als uw printer is aangesloten met een USB-kabel, zorg er dan voor dat de USB-kabel is aangesloten en de software is geïnstalleerd.
OPMERKING:Voor enkele van de volgende oplossingen moet u de computer opnieuw opstarten. Het is verstandig deze pagina aan uw favorieten toe te voegen, zodat u dit document kunt raadplegen nadat u de computer opnieuw heeft opgestart.

Oplossing één: De aansluitingen en status controleren

Doe het volgende om de USB-aansluitingen en status van de printer te controleren.
  1. Haal het netsnoer en de USB-kabel uit de achterkant van de printer terwijl de printer ingeschakeld is. Wacht 30 seconden.
  2. Sluit het netsnoer weer aan op de printer.
  3. Druk op de aan/uit-knop om de printer in te schakelen.
  4. Sluit de USB-kabel opnieuw op de printer aan en controleer vervolgens of de USB-kabel goed op de pc is aangesloten.
    OPMERKING:Ga door met de installatie als het installatie- of configuratiescherm verschijnt nadat u de USB-kabel hebt aangesloten.
  5. Als de pc niet opnieuw opstart nadat u Stap 4 hebt uitgevoerd, doet u het volgende:
    1. Bewaar en sluit alle geopende programma's.
    2. Start de pc als volgt opnieuw op: Klik op Start, klik op Afsluiten, klik op Opnieuw opstarten in het vervolgkeuzemenu en klik dan op OK.
  6. Probeer HP Solution Center opnieuw te openen: Klik op de taakbalk van Windows op Start, wijs Alle programma's aan, wijs HP aan en klik vervolgens op HP Solution Center.

Oplossing twee: Controleren of de printer wordt weergegeven in de map Printers

Als het pictogram van de printer niet in de map Printers wordt weergegeven, kan dit aangeven dat de printerdriver niet is geïnstalleerd. Volg deze stappen om te controleren of de printerdriver in de map Printers op de pc staat.
  1. Klik op Start, klik op Configuratiescherm en dubbelklik vervolgens op Printers en faxapparaten.
  2. Zoek een pictogram voor de printer die u probeert te gebruiken. Als het pictogram aanwezig is, stopt u dan met de stappen in deze oplossing en gaat u verder met de volgende oplossing.
  3. Koppel de USB-kabel los en start de pc vervolgens opnieuw op.
  4. Volg de procedure in Oplossing vijf in dit document om de printersoftware te verwijderen en opnieuw te installeren.
  5. Probeer HP Solution Center opnieuw te openen.

Oplossing drie: Controleren of de HP Digital Imaging Monitor (DIM) actief is

HP Digital Imaging Monitor (DIM) is een programma dat de communicatie tussen uw computer en de HP printer verbetert. Als de DIM niet wordt uitgevoerd, kan het volgende foutbericht worden weergegeven.
OPMERKING:Indien u de software met een aangepaste installatie hebt geïnstalleerd en u de HP Digital Imaging Device-functies niet hebt geselecteerd, dan is de DIM niet op uw pc geïnstalleerd. Als de DIM niet is geïnstalleerd, gaat u direct door naar de oplossing voor het verwijderen en opnieuw installeren van de printersoftware in Windows XP .
  1. Zoek het DIM-pictogram () in het systeemvak rechtsonder in het computerscherm.
    Als het DIM-pictogram aanwezig is, stopt u met de stappen in deze procedure en gaat u verder met de volgende oplossing.
  2. Klik tegelijkertijd op de toetsen Ctrl, Alt en Delete als het DIM-pictogram niet aanwezig is. Het venster Taakbeheer wordt geopend.
  3. Klik op het tabblad Processen en selecteer vervolgens het selectievakje naast Processen van alle gebruikers weergeven.
  4. Controleer of HPQTRA08 en HPQSTE08 actief zijn. Als de services actief zijn, stopt u met de stappen in deze procedure en gaat u verder met de volgende oplossing.
  5. Klik op Start op de Windows taakbalk en klik op Uitvoeren als de services niet actief zijn.
  6. In het vak Openen, typt u msconfig en klik vervolgens op OK. Het venster Hulpprogramma voor systeemconfiguratie wordt geopend.
  7. Klik op het tabblad Opstarten.
  8. Zoek onder de kolom Item voor opstarten naar hpqtra08 (hpqtra08.exe) en hpqste08 (hpqste08.exe). Als deze services niet in de lijst staan, is de driver niet correct geïnstalleerd. Ga naar Oplossing vijf in dit document voor het verwijderen en opnieuw installeren van de HP software.
  9. Selecteer de selectievakjes bij hpqtra08 en hpqste08 indien deze nog niet zijn aangevinkt en klik vervolgens op OK.
  10. Klik op Ja om het computersysteem opnieuw op te starten, als u hierom wordt gevraagd.
  11. Zoek opnieuw de services hpqtra08 en hpqste08 nadat de pc opnieuw is opgestart. Als de services nog steeds niet aanwezig zijn, ga dan direct door naar Oplossing vijf in dit document om de HP software te verwijderen en opnieuw te installeren.
  12. Probeer HP Solution Center opnieuw te openen.

Oplossing vier: Controleren of Pml-driver HPZ12 actief is

De Pml-Driver Hpz12 is een achtergrondservice die door de drivers van HP printers wordt geïnstalleerd. Deze achtergrondservice verwerkt niet-printergerelateerde communicatie tussen de pc en de HP printer.
  1. Klik op Start, Configuratiescherm, Systeembeheer en klik vervolgens op het pictogram Services.
  2. Zoek in het venster Services de Pml-driver HPZ12 onder de kolom Naam en controleer vervolgens of de status Gestart is. Als de status Gestart is, stopt u met de stappen in deze procedure en gaat u verder met de volgende oplossing.
  3. Als de status niet vermeld staat als Gestart, dubbelklikt u op Pml-driver HPZ12. Het venster Eigenschappen Pml-driver HPZ12 wordt geopend.
  4. Klik onder Servicestatus op Start en vervolgens op OK.
  5. Start de computer opnieuw op.
  6. Open het venster Services als de pc opnieuw opstart, om Pml-driver HPZ12 opnieuw te zoeken. Als de service nog steeds niet beschikbaar is, stopt u met de stappen in deze procedure en gaat u verder met de volgende oplossing.
  7. Probeer HP Solution Center opnieuw te openen.

Oplossing vijf: De software verwijderen en opnieuw installeren

Deze foutmelding kan verschijnen als er al vooraf geladen software of een andere versie van HP software is geïnstalleerd. Volg deze stappen om de HP software volledig te verwijderen en opnieuw te installeren.
Stap 1: De software verwijderen
Verwijder alle vooraf geladen of bestaande HP printersoftware van uw computer.
Koppel de USB-kabel los van zowel de printer als de pc en gebruik dan een van de volgende methoden om de software te verwijderen.
Methode één: De CD software verwijderen met behulp van de printer-cd
Als u de software-cd van de printer hebt, volg dan deze stappen om de software te verwijderen. Ga anders naar de volgende methode.
De instructies staan hieronder, maar u kunt op YouTube een video van de procedure bekijken: Ga naar: De software verwijderen met gebruik van de printer-cd (in het Engels) en klik op Openen in een nieuw venster.
  1. Plaats de software-cd in het cd-romstation van de pc.
  2. Als het installatiescherm Welkom verschijnt, klikt u op Afsluiten om het te sluiten.
  3. Klik op de taakbalk van Windows op Start en klik vervolgens op Uitvoeren (). Het dialoogvenster Uitvoeren wordt geopend.
    Figuur 13: Het dialoogvenster Uitvoeren
  4. Klik op Bladeren. Het browservenster verschijnt.
  5. Blader naar het cd-station met de software-cd en dubbelklik op het station.
  6. Dubbelklik in de lijst met mappen en bestanden op de cd op de map Util.
  7. Dubbelklik in de lijst met mappen en bestanden in de map Util op de map CCC.
  8. Dubbelklik in de lijst met mappen en bestanden in de map CCC op het bestand Uninstall_L3.bat of Uninstall_L3_64.bat als er een 64-bits besturingssysteem op de pc is geïnstalleerd.
    Het dialoogvenster Bladeren wordt gesloten en het pad naar het bestand Uninstall _L3.bat wordt weergegeven in het dialoogvenster Uitvoeren.
    Figuur 14: Pad naar het Uninstall-bestand in het dialoogvenster Uitvoeren
  9. Klik op OK. Het softwareverwijderprogramma wordt geopend in een opdrachtpromptvenster.
  10. Druk op Enter om te beginnen met het verwijderingsproces. Nadat het proces is doorlopen en uw pc opnieuw is opgestart, ga door naar Stap twee: Tijdelijke bestanden en mappen wissen met het hulpprogramma Schijfopruiming
Methode twee: De software die u moet installeren downloaden
Als de software-cd niet beschikbaar is, volgt u deze stappen om de software met volledige functionaliteit te downloaden en vervolgens de verwijderfunctie ervan te gebruiken. (U gaat de gedownloade software later nog gebruiken om de installatie opnieuw uit te voeren.)
Stap 1: De volledige software downloaden en installeren
Download en installeer de meest recente printerdriver voor volledige printerfunctionaliteit.
  1. Zet de printer aan.
  2. Koppel de USB-kabel los van zowel de printer als de computer (als u de kabel al had aangesloten). Als de printer met uw netwerk is verbonden, laat u die verbinding in stand.
  3. Als de pagina Welkom bij HP ondersteuning wordt geopend, gaat u als volgt te werk:
    1. Typ het modelnummer van uw printer.
    2. Klik op Go.
      Wellicht moet u het modelnummer van uw printer selecteren in een lijst met vergelijkbare printermodellen.
  4. Selecteer uw besturingssysteem en klik op Volgende.
    Een lijst met drivers en andere downloads wordt weergegeven.
  5. Blader naar beneden en klik op Driver - Productinstallatiesoftware.
  6. Klik naast het genoemde software- en driverpakket op Downloaden en volg vervolgens de instructies op het scherm om de driver op te slaan op de computer.
Stap 2: De printersoftware verwijderen
Volg de instructies om de verwijderfunctie van de volledige software uit te voeren.
  1. Klik op Opslaan, blader naar de gewenste opslaglocatie en klik nogmaals op Opslaan.
    De software wordt naar uw pc gedownload.
  2. Als het downloaden voltooid is en u klaar bent om de bestanden te installeren, klikt u op Map openen en dubbelklikt u op het gedownloade bestand. De bestandsnaam eindigt op .exe.
    OPMERKING:Als u het venster Download voltooid hebt gesloten, bladert u naar de map waarin u het .exe-bestand hebt opgeslagen en dubbelklikt u daarop.
  3. U kunt de standaardopslaglocatie voor de bestanden accepteren. Klik op Volgende en wacht totdat het installatieprogramma de bestanden uitpakt ter voorbereiding op de installatie.
  4. Klik op Afsluiten in het installatiescherm Welkom.
  5. Klik op de taakbalk van Windows op Start en klik op Zoeken (). Het venster Zoekresultaten wordt geopend.
  6. Klik in het venster Zoekresultaten op Alle bestanden en mappen.
  7. Klik op Geavanceerde opties en selecteer Zoeken in verborgen bestanden en mappen.
  8. Typ in het vak De volledige of gedeeltelijke bestandsnaam:Uninstall_L3 en klik vervolgens op Zoeken.
    Nadat de zoekopdracht is voltooid, wordt het bestand weergegeven het venster met zoekresultaten.
  9. Dubbelklik op het bestand Uninstall_L3 en volg de instructies op het scherm om het verwijderen te voltooien.
Stap 3: Tijdelijke bestanden en mappen wissen met het hulpprogramma Schijfopruiming
Voer deze instructies uit om tijdelijke bestanden en mappen te verwijderen, zodat u zeker weet dat alle HP bestanden zijn verwijderd, om zo de prestaties van de pc te verbeteren.
  1. Klik op Start, wijs met de muispijl op Programma's en Bureau-accessoires, klik op Systeemwerkset en klik dan op Schijfopruiming om het hulpprogramma Schijfopruiming te starten.
    Het hulpprogramma Schijfopruiming analyseert de harde schijf en toont dan een rapport met een lijst met opties met selectievakjes ernaast.
  2. Selecteer de juiste selectievakjes om de overbodige componenten te verwijderen. Het hulpprogramma Schijfopruiming maakt ruimte vrij op de harde schijf van uw pc door het volgende te doen:
    • Tijdelijke internetbestanden verwijderen
    • Gedownloade programmabestanden verwijderen
    • De prullenbak leegmaken
    • Bestanden uit de map Temp verwijderen
    • Bestanden die door andere hulpprogramma's van Windows zijn gemaakt, verwijderen
    • Optionele Windows-componenten die niet worden gebruikt verwijderen
  3. Klik op OK nadat u de componenten hebt geselecteerd die u wilt verwijderen.
Stap 4: Programma's sluiten die op de achtergrond worden uitgevoerd
Wanneer de computer wordt ingeschakeld, wordt automatisch een softwaregroep met de naam 'Terminate and Stay Resident (TSR)' geladen. Deze programma's activeren enkele van de computerhulpprogramma's zoals de anti-virussoftware, die niet nodig zijn om de computer te laten functioneren. Het gebeurt soms dat TSR's verhinderen dat de printersoftware wordt geladen en daardoor niet correct wordt geïnstalleerd.
Gebruik het hulpprogramma MSCONFIG om te verhinderen dat TSR-programma's en services opstarten.
  1. Klik op Start en vervolgens op Uitvoeren. Het dialoogvenster Uitvoeren wordt geopend.
  2. In het veld Openen: typt u msconfig en klik vervolgens op OK. Het venster van het hulpprogramma MSCONFIG wordt geopend.
  3. Klik op het tabblad Algemeen.
  4. Klik op Selectief opstarten.
  5. Als het selectievakje naast Opstartonderdelen laden is ingeschakeld, klikt u hierop om het uit te schakelen.
  6. Klik op het tabblad Services en selecteer het vakje Alle Microsoft Services verbergen.
  7. Klik op Alles uitschakelen.
  8. Klik op Toepassen en klik vervolgens op Sluiten.
  9. Als er een bericht wordt weergegeven op de computer met 'Toegang geweigerd' terwijl u veranderingen aanbrengt, klik dan op OK. Dit bericht verhindert u niet wijzigingen aan te brengen.
  10. Klik op Opnieuw opstarten.
    Het bericht U hebt met het Hulpprogramma voor systeemconfiguratie wijzigingen aangebracht in de manier waarop Windows start wordt weergegeven op het bureaublad van Windows.
  11. Schakel het selectievakje Dit bericht niet meer weergeven in en klik vervolgens op OK.
Stap 5: De HP printer resetten
Volg deze stappen om de printer te resetten. Sluit de USB-kabel nog niet aan.
  1. Koppel het netsnoer los van de printer.
  2. Haal het netsnoer uit het wandstopcontact.
  3. Wacht 10 seconden.
  4. Sluit het netsnoer weer aan op de printer.
  5. Sluit het netsnoer weer op het stopcontact aan.
  6. Druk op de aan/uit-knop om de printer in te schakelen als deze niet automatisch wordt ingeschakeld.
Stap 6: De printersoftware opnieuw installeren via de website van HP
Gebruik een van de volgende twee opties voor het opnieuw installeren van de software. HP raadt u aan de software te downloaden, zodat u de recentste versie hebt.
OPMERKING:Sluit de USB-kabel nu NIET aan. Wacht totdat dit wordt aangegeven in de instructies op het scherm.
Optie één: Het bestand gebruiken dat u hebt gedownload bij stap 1
Als u de driver met volledige functionaliteit hebt gedownload bij 'Stap één: De software verwijderen', volgt u deze stappen om de software opnieuw te installeren via het gedownloade bestand.
  1. Blader naar de locatie van het bestand en dubbelklik op het bestand.
  2. Wanneer het installatiescherm Welkom verschijnt, klikt u op Installeren.
  3. Volg de aanwijzingen op het scherm om de software opnieuw te installeren.
    Belangrijk: HP raadt u aan het installatietype Standaard (aanbevolen) te selecteren wanneer het installatieprogramma u om het installatietype vraagt. Dan zal HP Solution Center in ieder geval worden geïnstalleerd.
  4. Ga verder met Stap zes: Schakel de achtergrondprogramma's weer in.
Optie twee: De software van de HP website downloaden
Download de meest recente printerdriver en installeer deze opnieuw, voor volledige printerfunctionaliteit.
  1. Zet de printer aan.
  2. Koppel de USB-kabel los van zowel de printer als de computer (als u de kabel al had aangesloten). Als de printer met uw netwerk is verbonden, laat u die verbinding in stand.
  3. Als de pagina Welkom bij HP ondersteuning wordt geopend, gaat u als volgt te werk:
    1. Typ het modelnummer van uw printer.
    2. Klik op Go.
      Wellicht moet u het modelnummer van uw printer selecteren in een lijst met vergelijkbare printermodellen.
  4. Selecteer uw besturingssysteem en klik op Volgende.
    Een lijst met drivers en andere downloads wordt weergegeven.
  5. Blader naar beneden en klik op Driver - Productinstallatiesoftware.
  6. Klik naast het genoemde software- en driverpakket op Downloaden en volg vervolgens de instructies op het scherm om de driver op te slaan op de computer.
Stap 7: De achtergrondprogramma's weer inschakelen
Volg deze stappen om de achtergrondprogramma's weer in te schakelen die u had uitgeschakeld bij Stap drie: Sluit programma's die op de achtergrond worden uitgevoerd.
  1. Klik op Start en vervolgens op Uitvoeren. Het venster Uitvoeren verschijnt.
  2. In het vak Openen, typt u msconfig en klik vervolgens op OK. Het venster Hulpprogramma voor systeemconfiguratie wordt geopend.
    • Als u geen wijzigingen wilt aanbrengen in de opstartprogramma's en -services, klik dan op het tabblad Algemeen en selecteer Normaal opstarten om alle functies automatisch in te schakelen bij de volgende keer dat de pc wordt opgestart.
    • Als u sommige opstartitems en niet-Microsoft-services wilt uitschakelen, klikt u op het tabblad Opstarten. Laat de programma's die u wilt uitschakelen ongemarkeerd en selecteer de vakjes voor de rest van de programma's.
  3. Klik op Toepassen en klik vervolgens op Sluiten
  4. Klik op Opnieuw opstarten om de wijzigingen toe te passen.
De foutmelding kan verschijnen als de printer tijdens de installatie van de software niet was aangesloten. Als uw printer is aangesloten via een bekabeld (Ethernet) of draadloos netwerk, moet u ervoor zorgen dat de printer op het juiste netwerk is aangesloten en dat de software is geïnstalleerd.

Oplossing één: De verbindingen en de status van de printer controleren

Volg deze stappen om de kabelaansluitingen en de status van de printer te controleren.
Stap 1: Controleer de verbindingen
Voer deze stappen uit om te controleren of uw computer is verbonden met uw netwerk.
  1. Controleer of de printer is ingeschakeld en verifieer dat het zich niet in een foutstatus bevindt. In geval van twijfel schakelt u de printer uit en daarna weer in.
  2. Zorg ervoor dat het bekabelde (Ethernet) netwerk of draadloze netwerk is aangesloten op de printer en de computer.
Stap 2: Een netwerkconfiguratiepagina afdrukken
Druk een netwerkconfiguratiepagina af om de instellingen voor het netwerk en het IP-adres van de printer te bekijken.
  1. Druk op de knop Instellingen () op het bedieningspaneel van het apparaat.
  2. Druk op de pijltoets naar links () of naar rechts () om Netwerk te selecteren.
  3. Druk op de pijltoets naar links () of naar rechts () om Netwerkconfiguratiepagina afdrukken of Netwerkinstellingen afdrukken te selecteren.
  4. Noteer het IP-adres van uw apparaat. U vindt dit IP-adres op de pagina die wordt afgedrukt.
    OPMERKING:Een IP-adres is een reeks getallen, bijvoorbeeld 192.168.11.200.
Stap 3: De printer pingen
Ping de printer om te verifiëren dat de computer met de printer kan communiceren.
  1. Klik op Start en vervolgens op Uitvoeren. Typ cmd in het vak Openen en klik vervolgens op OK. Er verschijnt een venster met een opdrachtprompt.
  2. Typ Ping, druk één keer op de spatiebalk en typ vervolgens het IP-adres van uw printer, inclusief punten.
  3. Druk op Enter.
    • Als de computer verbinding maakt met de printer, ga dan door naar de volgende stap.
    • Als de pc geen verbinding kan maken met de printer, ga dan direct naar Oplossing twee in dit document.
Stap 4: HP Solution Center openen
Klik op Start, klik op Alle programma's wijs HP aan en klik vervolgens op HP Solution Center.

Oplossing twee: Controleren of de Digital Imaging Monitor actief is en HP Solution Center opnieuw openen

HP Digital Imaging Monitor (DIM) is een programma dat de communicatie tussen uw computer en de HP printer verbetert. Als de DIM niet wordt uitgevoerd, kan het volgende foutbericht worden weergegeven.
OPMERKING:Als u bij de installatie van de productsoftware een aangepaste installatie hebt gekozen en daarbij niet Functies van HP Digital Imaging Device hebt geselecteerd, dan is de Digital Imaging Monitor niet geïnstalleerd. Als dat het geval is, stopt u met deze procedure en gaat u naar Oplossing drie in dit document.
  1. Zoek het DIM-pictogram () in het systeemvak rechtsonder in het computerscherm.
    Figuur 15: Systeemvak
    Als het DIM-pictogram aanwezig is, stopt u met de stappen in deze procedure en gaat u verder met Oplossing drie in dit document.
  2. Als het DIM-pictogram niet aanwezig is, drukt u gelijktijdig op de toetsen Ctrl, Shift en Esc. Het venster Taakbeheer wordt geopend.
  3. Klik op het tabblad Processen en selecteer vervolgens het selectievakje Processen van alle gebruikers weergeven.
  4. Controleer of de services hpqtra08 en hpqste08 actief zijn. Als de services actief zijn, stopt u met de stappen in deze procedure en gaat u verder met Oplossing drie in dit document.
  5. Als de services niet actief zijn, sluit dan het venster Taakbeheer, klik op Start en klik dan op Uitvoeren. Het dialoogvenster Uitvoeren wordt geopend.
  6. Typ C:\Program Files\HP\Digital Imaging\Bin in het vak Uitvoeren en klik vervolgens op OK. De map Bin wordt geopend.
  7. Dubbelklik op het bestand hpqtra08.exe.
  8. Klik op Ja om het computersysteem opnieuw op te starten, als u hierom wordt gevraagd.
  9. Zoek opnieuw de services hpqtra08 en hpqste08 nadat de pc opnieuw is opgestart. Als de services nog steeds niet aanwezig zijn, ga dan direct door naar Oplossing vijf in dit document om de HP software te verwijderen en opnieuw te installeren.
  10. Probeer HP Solution Center opnieuw te openen.

Oplossing drie: Controleren of de PML-driver HPZPML actief is

De Pml-Driver Hpz12 is een achtergrondservice die door de drivers van HP printers wordt geïnstalleerd. Deze achtergrondservice verwerkt niet-printergerelateerde communicatie tussen de pc en de HP printer.
  1. Klik op Start en vervolgens op Uitvoeren. Het dialoogvenster Uitvoeren wordt geopend.
  2. In het vak Openen typt u services.msc en daarna klikt u op OK. De map Services wordt geopend.
  3. Scrol onder Naam omlaag naar PML-driver HPZ12 en dubbelklik erop. Het venster Eigenschappen Pml-driver HPZ12 wordt geopend.
  4. Klik op het tabblad Algemeen op Automatisch in het vervolgkeuzemenu Opstarttype en klik vervolgens op Start om de service te starten.
  5. Sluit alle geopende vensters en start de pc vervolgens opnieuw op.
  6. Wanneer de pc opnieuw is gestart, opent u Taakbeheer om Pml-driver HPZ12 opnieuw te zoeken. Als de service nog steeds niet beschikbaar is, stopt u met de stappen in deze procedure en gaat u verder met Oplossing vijf in dit document.
  7. Probeer HP Solution Center opnieuw te openen.

Oplossing vier: De poort verwijderen uit Eigenschappen van afdrukserver, een apparaat toevoegen en HP Solution Center proberen te openen

Volg deze stappen om de poort te verwijderen uit Eigenschappen van afdrukserver, een apparaat toe te voegen en HP Solution Center opnieuw te openen.
Stap 1: De poort verwijderen uit Eigenschappen van afdrukserver
Verwijder de poort uit de Print Server-eigenschappen met behulp van het IP-adres van uw printer.
  1. Klik op Start en klik vervolgens op Printers en faxapparaten.
  2. Klik op Bestand en vervolgens op Eigenschappen van server.
  3. Klik op het tabblad Poorten.
  4. Klik op het IP-adres van uw printer en klik vervolgens op Poort verwijderen.
    OPMERKING:Het IP-adres van uw printer staat op de Netwerkconfiguratiepagina die u hebt afgedrukt in Oplossing één in dit document.
Stap 2: De software downloaden en installeren van de website van HP
Download en installeer de meest recente printerdriver voor volledige printerfunctionaliteit.
  1. Zet de printer aan.
  2. Koppel de USB-kabel los van zowel de printer als de computer (als u de kabel al had aangesloten). Als de printer met uw netwerk is verbonden, laat u die verbinding in stand.
  3. Als de pagina Welkom bij HP ondersteuning wordt geopend, gaat u als volgt te werk:
    1. Typ het modelnummer van uw printer.
    2. Klik op Go.
      Wellicht moet u het modelnummer van uw printer selecteren in een lijst met vergelijkbare printermodellen.
  4. Selecteer uw besturingssysteem en klik op Volgende.
    Een lijst met drivers en andere downloads wordt weergegeven.
  5. Blader naar beneden en klik op Driver - Productinstallatiesoftware.
  6. Klik naast het genoemde software- en driverpakket op Downloaden en volg vervolgens de instructies op het scherm om de driver op te slaan op de computer.
OPMERKING: Klik in het venster De software verwijderen of een apparaat toevoegen op Voeg een apparaat toe.
Stap 3: HP Solution Center opnieuw proberen te openen
Klik op Start, klik op Alle programma's wijs HP aan en klik vervolgens op HP Solution Center.

Oplossing vijf: De firewall configureren en een apparaat toevoegen

Volg deze stappen om alle HP programma's in de firewall van derden te deblokkeren en een apparaat toe te voegen.
Stap 1: De firewall configureren zodat deze een verbinding met de printer doorlaat
De foutmelding kan optreden als de beveiligings- of firewallinstellingen de communicatie met de printer verhinderen. Volg deze stappen om alle HP programma's in de firewall van derden te deblokkeren en een apparaat toe te voegen.
  1. Gebruik de volgende lijst om de meeste firewallproblemen op te lossen. Voor meer informatie over firewallinstellingen neemt u contact op met de fabrikant van de firewall.
    • Controleer regelmatig of er nieuwe versies van de firewallsoftware en beveiligingsupdates beschikbaar zijn.
    • Selecteer indien mogelijk de beveiligingsinstelling Gemiddeld wanneer u verbonden bent met uw netwerk.
    • Selecteer indien mogelijk de instelling Vertrouwde zone wanneer u verbonden bent met uw netwerk.
    • Zet aangepaste firewallinstellingen terug naar de standaardinstellingen.
    • Schakel waarschuwingsberichten van de firewall in en klik op Toestaan, Toelaten of Deblokkeren als er waarschuwingen verschijnen tijdens het installeren van HP software of het gebruik van de printer. Als een waarschuwing de optie Deze actie onthouden of Een regel hiervoor maken bevat, selecteert u deze.
    • Gebruik niet meer dan één firewall tegelijk.
    • Voer handmatig een IP-adres in om de verbinding tussen de pc en de printer te verbeteren.
    Als u nog steeds geen verbinding kunt maken, gaat u verder met de volgende stap.
  2. Zoek het systeemvak
    Soms 'systeemlade' genoemd.
    rechtsonder in het scherm van uw pc, vlakbij de klok.
    Figuur 16: Voorbeelden van het systeemvak op de pc
    Afbeelding: Systeemvak.
    Afbeelding: Systeemvak.
  3. Klik met de rechtermuisknop in het systeemvak op het pictogram voor de software van derden en klik op Inschakelen. Als u de naam van uw firewallprogramma niet weet, beweegt u de muisaanwijzer over het pictogram totdat de naam van het firewallprogramma wordt weergegeven.
    OPMERKING:De optie voor het inschakelen van de software heeft mogelijk een andere naam dan 'Inschakelen'. Zoek een vergelijkbare menuoptie, zoals Starten of Inschakelen.Als deze opties niet beschikbaar zijn, opent u de firewall en klikt u op de optie voor opnieuw starten.
  4. Zoek uw firewall in de volgende tabel en klik op de koppeling voor de stappen om de firewall te configureren.
  5. Wanneer u de instructies voor uw firewall hebt gevolgd, keert u terug naar dit document om de stappen te voltooien.
Stap 2: De software downloaden en installeren van de website van HP
Download de meest recente printerdriver van de website van HP en installeer deze voor volledige printerfunctionaliteit.
  1. Zet de printer aan.
  2. Koppel de USB-kabel los van zowel de printer als de computer (als u de kabel al had aangesloten). Als de printer met uw netwerk is verbonden, laat u die verbinding in stand.
  3. Als de pagina Welkom bij HP ondersteuning wordt geopend, gaat u als volgt te werk:
    1. Typ het modelnummer van uw printer.
    2. Klik op Go.
      Wellicht moet u het modelnummer van uw printer selecteren in een lijst met vergelijkbare printermodellen.
  4. Selecteer uw besturingssysteem en klik op Volgende.
    Een lijst met drivers en andere downloads wordt weergegeven.
  5. Blader naar beneden en klik op Driver - Productinstallatiesoftware.
  6. Klik naast het genoemde software- en driverpakket op Downloaden en volg vervolgens de instructies op het scherm om de driver op te slaan op de computer.
OPMERKING: Klik in het venster De software verwijderen of een apparaat toevoegen op Voeg een apparaat toe.

Oplossing zes: De HP software volledig verwijderen en opnieuw installeren

Deze foutmelding kan verschijnen als er al vooraf geladen software of een andere versie van HP software is geïnstalleerd. Ga als volgt te werk om de HP software te verwijderen en vervolgens opnieuw te installeren.
Stap 1: De software volledig verwijderen
Verwijder alle vooraf geladen of bestaande HP printersoftware van uw computer.
  1. Klik op Start en vervolgens op Configuratiescherm.
  2. Dubbelklik op Software.
  3. Klik op elk van de volgende programma's die verband houden met uw apparaat, indien deze in de lijst staan, en klik vervolgens op Verwijderen.
    OPMERKING:Indien de computer werd geproduceerd door HP of Compaq, verwijdert u alleen de HP-gerelateerde items in de lijst.
    • Functies van HP Imaging device
    • HP Document Viewer
    • HP Photosmart Essential
    • HP Image Zone
    • HP galerie voor foto- en beeldbewerking
    • HP Photosmart, PSC of Officejet (uw productnaam en softwareversie)
    • HP Software Update
    • HP Share to Web
    • HP Solution Center
    • HP Director
    • HP Memories Disk
    • Greeting Card Creator 32
  4. Kies Klik hier om later opnieuw op te starten indien u wordt gevraagd de computer opnieuw te starten.
  5. Klik op Start en klik vervolgens op Uitvoeren. Het dialoogvenster Uitvoeren wordt geopend.
  6. Typ C:\Program Files in het vak Uitvoeren en klik vervolgens op OK. De map Programmabestanden wordt geopend.
  7. Dubbelklik op de map HP of Hewlett-Packard.
  8. Klik met de rechtermuisknop op de map Digital Imaging, klik op Verwijderen en klik vervolgens op Ja om te bevestigen dat u de map wilt verwijderen.
  9. Klik op Start en klik vervolgens op Uitvoeren.
  10. Typ C:\Windows in het vak Uitvoeren en klik vervolgens op OK. De map WINDOWS wordt geopend.
  11. Blader omlaag naar de map twain_32 en geef de map de nieuwe naam twain_32 old.
Stap 2: Alle Terminate and Stay Resident-programma's en andere achtergrondprogramma's uitschakelen
Wanneer de computer wordt ingeschakeld, wordt automatisch een softwaregroep met de naam 'Terminate and Stay Resident (TSR)' geladen. Deze programma's activeren computerhulpprogramma's zoals de anti-virussoftware, maar deze zijn niet nodig om de computer te laten functioneren. Het gebeurt soms dat TSR's verhinderen dat de productsoftware wordt geladen, waardoor de software niet correct wordt geïnstalleerd. In Microsoft Windows XP gebruikt u het hulpprogramma MSCONFIG om te verhinderen dat TSR-programma's en -services worden opgestart.
  1. Klik op de computer op Start en vervolgens op Uitvoeren. Het dialoogvenster Uitvoeren wordt geopend.
  2. In het veld Openen typt u msconfig en klik vervolgens op OK. Het venster Hulpprogramma voor systeemconfiguratie wordt geopend.
  3. Klik op het tabblad Algemeen en selecteer Selectief opstarten.
  4. Als er een vinkje in het selectievakje bij Opstartonderdelen laden staat, klik dan op het vinkje om het te verwijderen.
  5. Klik op het tabblad Services en selecteer het vakje Alle Microsoft-services verbergen.
  6. Klik op Alles uitschakelen.
  7. Klik op Toepassen en klik vervolgens op Sluiten.
    OPMERKING:Als er de foutmelding 'Toegang geweigerd' wordt weergegeven op de computer terwijl u veranderingen aanbrengt, klik dan op OK en ga verder. Het bericht verhindert u niet wijzigingen aan te brengen.
  8. Selecteer Opnieuw opstarten om de wijzigingen toe te passen.
    OPMERKING:Nadat de computer opnieuw is opgestart en het bureaublad verschijnt, wordt mogelijk het bericht U hebt met het Hulpprogramma voor systeemconfiguratie wijzigingen aangebracht in de manier waarop Windows start weergegeven. Als u wilt voorkomen dat dit bericht opnieuw verschijnt, selecteert u Dit bericht niet meer weergeven.
Stap 3: Tijdelijke bestanden en mappen verwijderen met behulp van het hulpprogramma Schijfopruiming
Volg deze stappen om tijdelijke bestanden en mappen te verwijderen, zodat u zeker weet dat alle HP bestanden zijn verwijderd, om zo de prestaties van de pc te verbeteren.
  1. Klik op de taakbalk van Windows op Start, Alle programma's, Bureau-accessoires, Systeemwerkset en vervolgens op Schijfopruiming. Het hulpprogramma Schijfopruiming analyseert de vaste schijf en toont dan een rapport met een lijst met opties met selectievakjes ernaast.
  2. In het vak Te verwijderen bestanden klikt u op de gewenste selectievakjes om onnodige bestanden en componenten te verwijderen. De mogelijke opties zijn:
    • Gedownloade programmabestanden
    • Tijdelijke bestanden
    • Offline webpagina's
    • Bestanden in de Prullenbak
    • Bestanden die door andere hulpprogramma's van Windows zijn gemaakt
      OPMERKING:U hoeft niet alle bestanden en componenten te verwijderen, maar tenzij u een bepaalde reden hebt om ze te bewaren, is het aan het raden de bestanden te verwijderen.
  3. Na het selecteren van de componenten die u wilt verwijderen, klikt u op OK om het hulpprogramma te openen.
Stap 4: Een back-up maken van het Windows-register
Volg deze stappen om een back-up te maken van uw register voordat u doorgaat met de volgende stap. Indien een fout optreedt kan het register hersteld worden.
  1. Koppel de USB-kabel los van het product.
  2. Klik op Start en vervolgens op Uitvoeren. Het dialoogvenster Uitvoeren wordt geopend.
  3. In het vak Openen, typ regedit. Het venster Register-editor verschijnt.
  4. Klik op Bestand en vervolgens op Exporteren. Het venster Registerbestand exporteren wordt geopend.
  5. In de vervolgkeuzelijst Opslaan, selecteert u Bureaublad.
  6. Typ HPBackup in het veld Bestandsnaam.
  7. Selecteer Registratiebestanden in het veld Opslaan als type.
  8. Selecteer Alles in het venster Exportbereik.
  9. Klik op Opslaan.
    OPMERKING:Het geëxporteerde registerbestand (HPBackup) wordt weergegeven op het bureaublad.
  10. Houd het venster Register-editor open en ga verder met de volgende stap.
Stap 5: Registersleutels verwijderen
Volg deze stappen om registersleutels te verwijderen en uw netwerkconfiguratiegegevens terug te zetten.
OPMERKING:Als u op onjuiste wijze wijzigingen aanbrengt in het register, kan dit ertoe leiden dat de pc niet meer werkt. Voer deze stappen precies uit zoals ze worden beschreven. HP raadt u aan om een back-up te maken van het register, voordat u de registersleutels gaat bewerken.
  1. Klik in het linkervenster Register-editor op het plusteken (+) rechts naast de map HKEY_LOCAL_MACHINE om de map uit te vouwen.
  2. Blader naar de map SOFTWARE en vouw deze uit.
  3. Blader naar de map Hewlett-Packard en vouw deze uit.
  4. Als er een map Digital Imaging aanwezig is in de lijst die onder Hewlett-Packard verschijnt, dient u deze uit te vouwen.
  5. Klik met de rechtermuisknop in het rechtergedeelte van het venster Register-editor op alle sleutels die achter het scanapparaat staan dat u gebruikt (bijvoorbeeld HP ScanJet 4070c of HP Photosmart C4100) en klik vervolgens op Verwijderen. Klik op Ja om het verwijderen van de sleutel te bevestigen.
  6. Als er een sleutel Memories Disc aanwezig is onder Hewlett-Packard, klikt u met de rechtermuisknop op de sleutel Memories Disc en vervolgens op Verwijderen. Klik op Ja om het verwijderen van de sleutel te bevestigen.
  7. Als er een map ScanJet aanwezig is in de lijst die onder Hewlett-Packard verschijnt, vouwt u deze uit.
  8. Klik met de rechtermuisknop op alle sleutels met de naam van het gebruikte scanapparaat (bijvoorbeeld HP ScanJet 4070c of HP Photosmart C4100) en klik vervolgens op Verwijderen. Klik op Ja om het verwijderen van de sleutel te bevestigen.
Stap 6: Installeer de software opnieuw via de HP website
Download de meest recente printerdriver en installeer deze opnieuw, voor volledige printerfunctionaliteit.
  1. Zet de printer aan.
  2. Koppel de USB-kabel los van zowel de printer als de computer (als u de kabel al had aangesloten). Als de printer met uw netwerk is verbonden, laat u die verbinding in stand.
  3. Als de pagina Welkom bij HP ondersteuning wordt geopend, gaat u als volgt te werk:
    1. Typ het modelnummer van uw printer.
    2. Klik op Go.
      Wellicht moet u het modelnummer van uw printer selecteren in een lijst met vergelijkbare printermodellen.
  4. Selecteer uw besturingssysteem en klik op Volgende.
    Een lijst met drivers en andere downloads wordt weergegeven.
  5. Blader naar beneden en klik op Driver - Productinstallatiesoftware.
  6. Klik naast het genoemde software- en driverpakket op Downloaden en volg vervolgens de instructies op het scherm om de driver op te slaan op de computer.
OPMERKING: Klik in het venster De software verwijderen of een apparaat toevoegen op Voeg een apparaat toe.
Stap 7: Opstartservices en -items activeren of uitschakelen
Gebruik het hulpprogramma MSCONFIG om de opstartsoftware in te schakelen.
  1. Klik op Start en vervolgens op Uitvoeren. Het dialoogvenster Uitvoeren wordt geopend.
  2. In het vak Openen, typt u msconfig en klik vervolgens op OK. Het venster Hulpprogramma voor systeemconfiguratie wordt geopend.
  3. Als u geen wijzigingen wilt doorvoeren in de opstartprogramma's en -services, klik dan op het tabblad Algemeen, klik op Normaal opstarten, klik op OK en ga dan direct naar Stap negen: HP Solution Center opnieuw openen te gaan.
  4. Doe het volgende om sommige opstartservices uit te schakelen: klik op het tabblad Services en klik vervolgens om de selectiemarkering naast iedere service die u wilt uitschakelen te verwijderen.
  5. Doe het volgende om sommige opstartitems uit te schakelen: klik op het tabblad Opstarten en klik vervolgens om de selectiemarkering te verwijderen naast elk item dat u wilt uitschakelen.
  6. Klik op OK om de wijzigingen toe te passen.
Stap 8: HP Solution Center opnieuw openen
Klik op Start, klik op Alle programma's wijs HP aan en klik vervolgens op HP Solution Center.
HP Officejet Pro K550 Printer

HP Support-forums

Vind oplossingen en werk samen met anderen op het HP supportforum
    HP op YouTube